Chapter, Verse
1 1, 12| oprichten met de heidenen, die rondom ons zijn.~
2 1, 33| brak haar huizen en muren rondom af;~
3 1, 39| vergoten onschuldig bloed rondom het heiligdom, en verontreinigden
4 1, 58| verwoesting op het reukaltaar, en rondom in alle steden van Juda
5 2, 45| en zijn vrienden trokken rondom en verbraken hun altaren.~
6 3, 25| vallen op de volken, die rondom hen waren.~
7 4, 60| zij bouwden in die tijd rondom op de berg Sion hoge muren
8 5, 1 | geschiedde, als de heidenen daar rondom hoorden dat het altaar opgebouwd
9 5, 11| 11 De heidenen, die rondom ons zijn, zijn tegen ons
10 5, 38| zeggende: Al de volken, die rondom ons zijn, zijn bij hen vergaderd,
11 5, 57| beoorlogen de heidenen, die rondom ons zijn.~
12 5, 66| vernield, en al haar torens rondom verbrand; en is opgebroken
13 6, 18| burcht waren, de Israëlieten rondom het heiligdom besloten,
14 6, 62| en gebood dat men de muur rondom zou wegnemen.~
15 7, 17| heiligen, en hun bloed vergoten rondom Jeruzalem; en zij hadden
16 7, 24| al de landpalen van Judea rondom, en deed wraak over al de
17 10, 11| opbouwen en de berg Sion rondom met vierkante stenen, tot
18 10, 45| Jeruzalem op te bouwen, en rondom sterk te maken, zullen de
19 10, 84| verbrandde Azote en al de steden rondom haar, en nam al haar roof
20 11, 60| zijnde, belegerde hij haar rondom, en verbrandde haar voorsteden
21 12, 13| en al de koningen, die rondom ons zijn, doen ons oorlog
22 12, 27| hij stelde buitenwachten rondom het leger.~
23 12, 53| Want alle heidenen, die rondom hen waren, zochten hen te
24 13, 10| en hij versterkte de stad rondom.~
25 13, 29| hij enige instrumenten, rondom stellende enige grote pilaren,
26 13, 43| en hij belegerde de stad rondom, en hij maakte een stormtoren,
27 14, 36| waaruit zij uitvallende alles rondom het heiligdom besmetten,
|