Chapter, Verse
1 1, 14| de koning, en hij gaf hun macht om der heidenen inzettingen
2 2, 42| Asideeën, die sterk van macht waren, en van Israël een
3 2, 44| 44 En zij brachten hun macht te zamen, en sloegen de
4 3, 10| en van Samarië een grote macht, om tegen Israël krijg te
5 3, 19| bestaat niet in de menigte der macht, maar de kracht uit de hemel
6 3, 40| zij trokken uit met al hun macht, en kwamen en legerden zich
7 3, 41| dienstknechten te verkrijgen, en de macht van Syrië en van het land
8 4, 9 | zee toen Faraö met grote macht hen vervolgde.~
9 4, 31| beschaamd worden in hun macht en paarden.~
10 5, 6 | hij vond daar een grote macht, en veel volk, en Timotheüs,
11 5, 38| vergaderd, een zeer grote macht.~
12 6, 6 | dat Lysias met een sterke macht onder de voorsten getrokken
13 7, 27| Jeruzalem met een grote macht, en hij zond aan Judas en
14 10, 6 | 6 En hij gaf hem macht om krijgsvolk te vergaderen,
15 10, 8 | hoorden dat de koning hem macht gegeven had om krijgsvolk
16 10, 32| 32 Ik geef ook de macht van de burcht te Jeruzalem
17 10, 35| 35 Niemand zal macht hebben iets tegen hen te
18 10, 38| te zijn, om geens anderen macht onderworpen te zijn, dan
19 10, 71| strijden, want bij mij is de macht der steden.~
20 11, 15| ontmoette hem met een sterke macht, en hij sloeg hem in de
21 11, 57| zijn dienst, en hij gaf hem macht om te mogen drinken uit
22 12, 24| wederkwamen met een grote macht, meer dan tevoren, om tegen
23 13, 11| Absalom, en met hem een grote macht, naar Joppe; en hij verdreef
24 13, 12| Ptolomaïs, om met grote macht in het land van Juda te
25 14, 4 | welvaren van zijn volk, en zijn macht en zijn heerlijkheid was
26 15, 25| tweede dag, alleszins zijn macht tegen haar aanvoerende,
27 16, 5 | veld; en ziet, een grote macht te voet en te paard ontmoette
|