Chapter, Verse
1 1, 7 | waren en deelde hun zijn koninkrijk uit terwijl hij nog leefde.~
2 1, 17| 17 En als het koninkrijk van Antiochus was bevestigd,
3 1, 44| koning schreef aan zijn ganse koninkrijk, dat zij allen zouden tot
4 1, 54| geschreven aan zijn ganse koninkrijk, en heeft opzieners gemaakt
5 2, 10| Wat volk is er dat haar koninkrijk niet heeft geërfd, en van
6 2, 19| volken, die in het huis en koninkrijk des konings zijn, hem gehoorzaamden,
7 2, 57| de troon van een eeuwig koninkrijk geërfd.~
8 3, 14| verheerlijkt worden in het koninkrijk, en ik zal bestrijden Judas,
9 3, 27| de krijgsmachten van zijn koninkrijk, een zeer sterk leger.~
10 6, 14| stelde hem over zijn ganse koninkrijk;~
11 6, 57| moeten de zaken van het koninkrijk verzorgen.~
12 7, 8 | rivier, en groot was in het koninkrijk, en de koning getrouw.~
13 10, 33| gevangen zijn in mijn ganse koninkrijk, laat ik vrij om niet, en
14 10, 43| worden; en al wat zij in mijn koninkrijk hebben.~
15 10, 52| ben in het land van mijn koninkrijk, en gezeten ben op de troon
16 10, 53| zijn op de troon van zijn koninkrijk;~
17 10, 55| zijt op de troon van hun koninkrijk.~
18 11, 1 | schepen, en hij zocht het koninkrijk van Alexander te bemachtigen
19 11, 1 | het te brengen aan zijn koninkrijk.~
20 11, 9 | zult koning zijn over het koninkrijk van uw vader.~
21 11, 11| veracht, omdat hij zijn koninkrijk begeerde.~
22 11, 51| zitten op de troon van zijn koninkrijk, en het land was voor hem
23 15, 3 | Dewijl enige boze mannen het koninkrijk van onze vader bemachtigd
24 15, 4 | verdorven, en vele steden in het koninkrijk verwoest hebben, moge bekomen~
25 15, 9 | 9 En als wij ons koninkrijk zullen bevestigd hebben,
26 15, 28| Jeruzalem, steden van mijn koninkrijk.~
27 15, 29| plaatsen vermeesterd in mijn koninkrijk.~
|