Chapter, Verse
1 1, 20| en zij namen in de sterke steden in het land van Egypte,
2 1, 30| over de schattingen in de steden van Juda, en hij kwam te
3 1, 47| aan Jeruzalem, en aan de steden van Juda, dat zij wandelen
4 1, 55| 55 En hij beval de steden van Juda, dat zij offeren
5 1, 58| reukaltaar, en rondom in alle steden van Juda bouwden zij altaren.~
6 1, 62| maand tot maand in al de steden.~
7 3, 8 | 8 Hij doortrok de steden van Juda, en verdelgde uit
8 5, 26| Maked, en Karnaïn; al deze steden waren sterk en groot;~
9 5, 27| zijn ook in al die overige steden van Galaäditis gekregen
10 5, 36| Maked, Bosor, en de overige steden van Galaäditis.~
11 5, 68| hij plunderde de roof der steden, en keerde weder naar het
12 9, 50| 50 En hij bouwde sterke steden in Judea, en de sterkte
13 10, 71| bij mij is de macht der steden.~
14 10, 84| verbrandde Azote en al de steden rondom haar, en nam al haar
15 11, 2 | vreedzame woorden, en die van de steden openden hem de poorten,
16 11, 3 | En als Ptolomeüs nu in de steden kwam, stelde hij in iedere
17 11, 59| over de rivier, door de steden, en al de krijgsmachten
18 14, 10| 10 De steden voorzag hij van proviand,
19 14, 17| land bemachtigd had, en de steden die daarin waren;~
20 14, 33| 33 En versterkte de steden van Judea, en Bethsura op
21 15, 4 | land verdorven, en vele steden in het koninkrijk verwoest
22 15, 19| bestrijden, noch hen noch hun steden, noch hun landen, en dat
23 15, 28| de burcht te Jeruzalem, steden van mijn koninkrijk.~
24 15, 30| dan geeft weder over de steden, die gij ingenomen hebt,
25 16, 14| Simon was trekkende door de steden van het land, om te bezorgen
26 16, 18| dat hij hem het land en de steden zou overleveren.~
|