Chapter, Verse
1 2, 41| zeggende: Zo daar enig mens zal komen tegen ons te strijden op
2 3, 17| leger hun tegemoet zagen komen, zeiden zij tot Judas: Hoe
3 3, 20| 20 Dezen komen tegen ons, om door een menigte
4 4, 35| gesterkt zijnde, in Judea te komen.~
5 4, 46| totdat er een profeet zou komen, om te antwoorden wat men
6 4, 60| niet te eniger tijd zouden komen en ze weder vertreden, gelijk
7 5, 11| zij bereiden zich om te komen, en in te nemen de sterkte,
8 5, 39| en zijn gereed tot u te komen om te strijden. En Judas
9 5, 42| nederzetten, maar dat zij allen komen ten strijde.~
10 5, 45| zeer groot leger, om te komen in het land van Juda.~
11 5, 50| uw land doortrekken om te komen in ons land, en niemand
12 6, 23| hem geboden werd, en na te komen zijn bevelen, waardoor de
13 7, 24| in het land niet mochten komen.~
14 7, 28| tussen mij en ulieden. Ik zal komen met weinig mannen, opdat
15 8, 9 | raad besloten hadden, te komen en hen te vernielen, en
16 9, 69| dat hij in het land zou komen, en zij doodden er velen
17 9, 72| ondernomen in hun landpalen te komen.~
18 11, 22| allerspoedigste hem tegemoet zou komen tot Ptolomaïs, om met hem
19 13, 1 | bijeenvergaderde, om te komen naar het land van Juda,
20 13, 12| in het land van Juda te komen; en Jonathan was bij hem
21 13, 21| dat hij tot hen zou willen komen door de woestijn, en hun
22 15, 4 | 4 En ik wil in het land komen, opdat ik degenen, die ons
23 15, 25| dat niemand uit of in kon komen.~
24 15, 31| Zo niet, zo zullen wij komen en u de oorlog aandoen.~
25 16, 19| dat zij bij hem zouden komen, opdat hij hun zilver en
|