Chapter, Verse
1 2, 18| konings, gelijk al de volken gedaan hebben, en de mannen van
2 2, 40| doen, gelijk onze broeders gedaan hebben, en wij niet zouden
3 2, 51| onze vaderen, wat daden zij gedaan hebben in hun tijden, en
4 3, 34| van alles wat hij wilde gedaan hebben; ook van de inwoners
5 4, 60| vertreden, gelijk zij tevoren gedaan hadden.~
6 6, 12| dat ik in Jeruzalem heb gedaan; en dat ik al de gouden
7 6, 59| en hebben al deze dingen gedaan.~
8 7, 7 | verderving, die hij aan ons gedaan heeft, en aan het land des
9 8, 2 | mannelijke daden, die zij gedaan hadden tegen de Galaten,
10 8, 3 | 3 En wat zij gedaan hadden in het land van Spanje,
11 9, 22| mannelijke daden, die hij gedaan heeft, en de voortreffelijkheid
12 10, 5 | kwaad, dat wij tegen hem gedaan hebben, en tegen zijn broeders,
13 10, 15| mannelijke daden, die hij gedaan had en zijn broeders, en
14 10, 23| 23 Waarom hebben wij dit gedaan, dat Alexander ons voorgekomen
15 10, 39| aan het heiligdom moeten gedaan worden.~
16 10, 46| kwaad, dat hij in Israël gedaan had, en dat hij hen zeer
17 11, 5 | vertelden de koning wat Jonathan gedaan had, om hem veracht te maken;
18 11, 26| koning deed hem, gelijk hem gedaan hadden de koningen, die
19 11, 35| aan tot enige tijd teniet gedaan worden.~
20 12, 8 | in welke verklaring werd gedaan van gemeenschap van wapenen,
21 13, 3 | en het huis mijns vaders gedaan hebben voor de wetten en
22 14, 35| omdat hij al deze dingen had gedaan, om de gerechtigheid en
23 14, 45| tegen deze dingen iets zal gedaan hebben, of iets zal teniet
24 14, 45| hebben, of iets zal teniet gedaan hebben, die zal strafbaar
25 16, 23| Hetgeen nu Johannes verder gedaan heeft, en zijn oorlogen,
|