Chapter, Verse
1 3, 18| van weinigen, en daar is geen onderscheid voor de hemel,
2 4, 6 | drieduizend man; doch zij hadden geen deksels noch zwaarden, zo
3 5, 42| beval hun, zeggende: Laat geen mens zich nederzetten, maar
4 6, 22| 22 Hoe lang zult gij geen recht oefenen, en zult onze
5 6, 49| de stad, dewijl zij daar geen leeftocht meer hadden, om
6 6, 53| 53 En zij hadden geen eetwaren in hun vaten, omdat
7 7, 14| krijgsvolk, en die zal ons geen ongelijk aandoen.~
8 7, 15| ulieden, en onze vrienden geen kwaad toebrengen.~
9 7, 18| zodat zij zeiden: Daar is geen waarheid, noch recht onder
10 7, 28| 28 Zeggende: Laat geen strijd zijn tussen mij en
11 7, 38| lasteringen, en geef hun geen verblijf te hebben.~
12 8, 16| waren, en dat onder hen geen afgunstigheid noch jaloezie
13 8, 26| degenen, die met hen oorlogen, geen proviand, noch wapenen,
14 9, 7 | hart benauwd, omdat hij geen tijd had om hen weder bijeen
15 9, 27| grote verdrukking, als er geen was geweest van de dag af,
16 9, 27| geweest van de dag af, dat er geen profeet was onder gezien.~
17 9, 29| broeder Judas gestorven is, is geen man geweest hem gelijk,
18 9, 45| en kreupelbos, en daar is geen plaats om te ontwijken.~
19 10, 73| in dit vlakke veld, waar geen steen, noch rots, noch plaats
20 11, 35| 35 En geen ding van deze alle zal van
21 12, 25| Amathitis want hij gaf hun geen tijd om in zijn land te
22 12, 44| gekweld, daar tussen ons geen oorlog is ontstaan?~
23 13, 39| heeft, dat zal voortaan geen tol meer betalen.~
24 15, 19| noch hun landen, en dat zij geen gemeenschap van wapenen
|