Chapter, Verse
1 1, 36| 36 En stelden daarin een zondig volk, mannen
2 1, 37| 37 En brachten daarin wapenen en spijze; en de
3 3, 48| heidenen naarstig zochten, om daarin de beeltenis hunner afgoden
4 5, 5 | met vuur, met allen die daarin waren.~
5 5, 35| doodde al wat mannelijk daarin was, plunderde haar en verbrandde
6 5, 44| met vuur, met allen die daarin waren. En de stad Karnaïn
7 6, 2 | 2 En dat de tempel, die daarin was, zeer rijk was; en dat
8 6, 12| gouden en zilveren vaten, die daarin waren, genomen heb, en dat
9 7, 37| uitverkoren, dat uw naam daarin zou aangeroepen worden,
10 8, 14| purperen kleed aantrok, om zich daarin treffelijk te vertonen;~
11 9, 51| 51 En zij stelden daarin bezetting, om Israël vijandelijk
12 9, 52| en Acram, en hij stelde daarin krijgslieden en voorraad
13 10, 27| 27 En nu blijft nog daarin, dat gij ons trouwe houdt,
14 10, 32| de hogepriester, dat hij daarin mag stellen zodanige mannen,
15 10, 84| van Dagon, met allen, die daarin gevloden waren, met vuur.~
16 11, 65| in, en bestelde bezetting daarin.~
17 13, 11| verdreef daaruit degenen die daarin waren, en hij bleef aldaar.~
18 13, 48| alle onreinheid, en stelde daarin om te wonen mannen, die
19 13, 48| haar, en bouwde zichzelf daarin een woonplaats.~
20 13, 51| En hij deed zijn intocht daarin op de drieëntwintigste dag
21 14, 17| bemachtigd had, en de steden die daarin waren;~
22 14, 33| geweest waren, en hij zette daarin Joodse mannen tot bezetting.~
23 14, 34| wederoprichting stelde hij daarin.~
24 15, 41| 41 En schikte daarin ruiters en krijgsknechten,
|