Chapter, Verse
1 1, 24| vond, en dit alles genomen hebbende trok hij naar zijn land.~
2 1, 37| Jeruzalem bijeengebracht hebbende, stelden die daar; en zij
3 3, 42| hun landpalen, en verstaan hebbende de woorden des konings,
4 4, 35| leger, dat hij had, vermeerd hebbende, besloot hij, weder gesterkt
5 5, 8 | met haar vlekken ingenomen hebbende, keerde hij weder in Judea.~
6 5, 14| hun klederen verscheurd hebbende, en boodschapten volgens
7 5, 58| met hen was bevel gegeven hebbende, zijn zij opgetogen tegen
8 7, 47| uitgestrekt, afgehouwen hebbende, brachten zij mee en hingen
9 8, 6 | ten strijde was getrokken, hebbende honderdentwintig olifanten,
10 8, 8 | zij, die van hem ontvangen hebbende, de koning Eumenes gegeven
11 8, 10| kinderen, en hen geplunderd hebbende, hun land hebben bemachtigd,
12 8, 10| verbroken, en hen uitgeplunderd hebbende, tot slavernij hadden gebracht,
13 9, 36| en al wat hij had, en dat hebbende, zijn zij weer vertrokken.~
14 10, 52| en Demetrius verslagen hebbende, onze landen weder heb veroverd;~
15 10, 82| krijgsvolk voortgebracht hebbende, viel aan op de slagorden,
16 10, 87| degenen die bij hem waren, hebbende grote buit.~
17 11, 8 | de heerschappij verkregen hebbende over de zeesteden tot Seleucië
18 11, 23| Hetwelk Jonathan, verstaan hebbende, beval dat men met de belegering
19 11, 50| keerden weder naar Jeruzalem, hebbende grote buit.~
20 12, 50| 50 Maar zij, verstaan hebbende, dat hij gegrepen en omgekomen
21 13, 14| 14 En Tryfon, verstaan hebbende dat Simon was opgestaan
22 14, 24| Simon Numenius naar Rome, hebbende met zich een groot gouden
23 15, 15| waren, kwamen van Rome, hebbende brieven aan de koningen
|