Chapter, Verse
1 2, 15| 15 En daar kwamen enigen van des konings wege,
2 2, 16| 16 En velen van Israël kwamen tot hen, en Mattathias en
3 3, 40| uit met al hun macht, en kwamen en legerden zich nabij Emmanaüs,
4 4, 14| 14 En zij kwamen aan elkander, en de heidenen
5 5, 14| werden, ziet andere boden kwamen uit Galilea, hun klederen
6 6, 21| enige van die besloten waren kwamen uit, en enige goddelozen
7 6, 31| 31 En zij kwamen door Idumeä, en legerden
8 7, 5 | 5 En tot hem kwamen alle verbrekers der wet,
9 7, 10| 10 En zij trokken uit en kwamen met een grote krijgsmacht
10 7, 43| 43 En de legers kwamen met elkander te strijden,
11 7, 45| van Adasa af, totdat zij kwamen te Gazara, en zij bliezen
12 7, 46| uit alle vlekken van Judea kwamen de inwoners, en bezetten
13 8, 1 | al degenen, die tot hen kwamen, en dat zij machtig waren
14 9, 23| van Israël tevoorschijn kwamen, en dat allen die ongerechtigheid
15 10, 57| dochter Cleopatra; en zij kwamen te Ptolomaïs in het honderdentweeënzestigste
16 11, 43| en dappere mannen, en die kwamen tot de koning, en de koning
17 11, 59| Askalon, en die van de stad kwamen hem zeer statig tegemoet.~
18 12, 3 | zij reisden naar Rome, en kwamen in de raad, en zeiden: Jonathan,
19 12, 52| 52 En zij kwamen allen in het land van Juda,
20 13, 45| 45 En die van de stad kwamen op de muren met vrouwen
21 15, 10| en al de krijgsmachten kwamen te zamen bij hem, zodat
22 15, 15| Numenius, en die met hem waren, kwamen van Rome, hebbende brieven
|