Chapter, Verse
1 7, 8 | 8 En de koning verkoos Bacchides, een vriend des konings,
2 7, 12| verzamelde zich bij Alcimus en Bacchides om enige billijke zaken
3 7, 19| 19 En Bacchides trok op van Jeruzalem, en
4 7, 20| dat hem zou helpen; en Bacchides trok heen naar de koning.~
5 9, 1 | hadden, zo voer hij voort Bacchides en Alcimus ten tweeden male
6 9, 11| brak het krijgsvolk van Bacchides op uit hun leger, en stond
7 9, 12| 12 En Bacchides was bij de rechtervleugel
8 9, 14| 14 En Judas zag dat Bacchides, en het sterkste van het
9 9, 25| 25 En Bacchides verkoor goddeloze mannen
10 9, 26| op, en brachten hen tot Bacchides, die hen strafte en bespotte.~
11 9, 29| tegen de vijanden, en tegen Bacchides, en tegen degenen, die vijanden
12 9, 32| 32 En Bacchides dat vernemende, zocht hem
13 9, 34| 34 Bacchides dit vernemende, kwam op
14 9, 43| 43 Hetwelk Bacchides horende. kwam op de dag
15 9, 47| strekte zijn hand uit om Bacchides te slaan, en hij ontweek
16 9, 49| 49 En aan de zijde van Bacchides vielen die dag omtrent duizend
17 9, 57| 57 En als Bacchides zag dat Alcimus gestorven
18 9, 58| zijnde zeker, laat ons dan nu Bacchides wederhalen, en hij zal hen
19 9, 63| 63 Als Bacchides dat vernam, zo vergaderde
20 9, 68| 68 En zij vochten tegen Bacchides, en hij werd door hen geslagen,
21 9, 71| 71 En Bacchides nam de vrede aan, en deed
22 10, 12| in de sterkte waren, die Bacchides had gebouwd, vloden;~
|