Chapter, Verse
1 3, 35| gedachtenis van die plaats weg te nemen.~
2 4, 43| de stenen der besmetting weg, en brachten ze in een onreine
3 4, 45| raad ingevallen, om het weg te nemen, opdat hij hun
4 4, 45| en zij namen dit altaar weg;~
5 5, 24| de Jordaan, en reisden de weg van drie dagen in de woestijn;~
6 5, 28| weder met zijn leger de weg naar de woestijn naar Bosorra,
7 5, 43| zij wierpen hun wapenen weg, en vloden in het bos, dat
8 5, 53| vermaande het volk op de gehele weg, totdat hij kwam in het
9 6, 33| haast brengende tegen de weg van Bethzacharia, en het
10 7, 29| gereed om Judas met geweld weg te nemen.~
11 7, 44| wierpen zij hun wapenen weg en vloden.~
12 8, 18| 18 En om van hen het juk weg te nemen, overmits zij zagen
13 8, 19| reisden naar Rome, en de weg was zeer lang, en gingen
14 9, 2 | 2 En zij trokken de weg, die naar Galgala leidt,
15 9, 6 | vreesden zeer en velen liepen weg uit het leger, zodat er
16 11, 4 | tot hopen gemaakt in zijn weg.~
17 11, 12| En hij nam zijn dochter weg, en gaf haar aan deze Demetrius,
18 11, 50| zij wierpen hun wapenen weg, en maakten vrede; en de
19 13, 20| verwoesten, en hij nam zijn weg in het ronde naar Adora;
20 14, 7 | nam de onreinheden daaruit weg, en er was niemand, die
21 14, 14| naarstig de wet, en nam weg alle verbrekers der wet
|