Chapter, Verse
1 5, 54| gevallen was, totdat zij in vrede waren wedergekeerd.~
2 6, 49| 49 En hij maakte vrede met degenen, die uit Bethsura
3 6, 58| rechterhand geven, en laat ons vrede met hen maken, en met al
4 6, 60| en hij zond tot hen om de vrede aan te bieden, en zij namen
5 7, 13| Israël, en zij verzochten hun vrede.~
6 7, 28| aangezichten mag zien met vrede.~
7 7, 35| geschieden, indien ik met vrede wederkere, dat ik dit huis
8 8, 20| wapenen zouden maken, en vrede, en dat wij opgeschreven
9 9, 70| hem gezanten, om met hem vrede te maken, en dat de gevangenen
10 9, 71| 71 En Bacchides nam de vrede aan, en deed naar zijn woorden,
11 10, 4 | hem voorkomen om met hem vrede te maken, eer hij vrede
12 10, 4 | vrede te maken, eer hij vrede make met Alexander tegen
13 10, 47| aanleider tot woorden van vrede was geweest; en zij hielden
14 10, 66| weder naar Jeruzalem met vrede, en met vreugde.~
15 11, 50| wapenen weg, en maakten vrede; en de Joden bekwamen grote
16 12, 4 | plaats, dat zij hen met vrede zouden geleiden in het land
17 13, 37| met u te maken een grote vrede, en te schrijven aan degenen,
18 13, 40| wordene, en laat tussen ons vrede zijn.~
19 14, 8 | ieder bouwde zijn land met vrede, en het land gaf zijn gewas,
20 14, 11| 11 Hij maakte vrede in het land en Israël verheugde
21 16, 10| weder naar het land Juda met vrede.~
|