Chapter, Verse
1 1, 16| zichzelf voorhuiden, en vielen af van het heilig verbond,
2 1, 20| 20 En daar vielen vele gewonden, en zij namen
3 4, 15| 15 Maar al de laatsten vielen voor het zwaard, en zij
4 4, 15| Azote en Jamnia, en van hen vielen tot drieduizend man.~
5 4, 34| 34 Toen vielen zij op elkander aan, en
6 4, 34| tot vijfduizend mannen, en vielen voor hen dáár neder.~
7 4, 40| 40 En zij vielen op hun aangezicht op de
8 5, 22| 22 En daar vielen van de heidenen tot drieduizend
9 5, 34| grote nederlaag, en van hen vielen op die dag tot achtduizend
10 5, 60| landpalen van Judea; en daar vielen op die dag van het volk
11 5, 67| 67 En die dag vielen de priesters in de strijd,
12 6, 31| geweld, maar die van binnen vielen uit en verbrandden die met
13 6, 42| naderden om te slaan, en daar vielen van des konings leger zeshonderd
14 7, 32| 32 En daar vielen aan de zijde van Nicanor
15 7, 46| dezen tot genen, en zij vielen allen door het zwaard, en
16 9, 17| strijd werd geweldig, en daar vielen vele gekwetsten aan de ene
17 9, 40| hen, en vele gekwetsten vielen, en de overgeblevenen vloden
18 9, 49| aan de zijde van Bacchides vielen die dag omtrent duizend
19 11, 73| 73 En daar vielen van de vreemden op die dag,
20 16, 8 | vlucht geslagen, en daar vielen van hen vele gewonden, en
21 16, 10| vuur in brand, en van dezen vielen tot tweeduizend man, en
|