Chapter, Verse
1 2, 29| 29 Toen gingen velen, die de gerechtigheid
2 2, 42| 42 Toen vergaderde bij hen de vergadering
3 3, 17| 17 En toen zij het leger hun tegemoet
4 3, 27| 27 En toen Antiochus, de koning, deze
5 3, 29| 29 En toen hij zag dat het geld in
6 4, 9 | behouden in de Rode zee toen Faraö met grote macht hen
7 4, 34| 34 Toen vielen zij op elkander aan,
8 4, 41| 41 Toen gebood Judas de mannen,
9 5, 14| 14 Toen deze brieven nog gelezen
10 5, 40| oversten van zijn krijgsvolk, toen Judas naderde, en zijn leger
11 5, 55| 55 En in die dagen toen Judas en Jonathan in Galaäd
12 6, 18| 18 Toen nu degenen die op de burcht
13 6, 28| En de koning werd toornig toen hij dit hoorde, en vergaderde
14 6, 55| die de koning Antiochus, toen hij nog leefde, gesteld
15 7, 2 | 2 En het geschiedde, toen hij ging naar het koninklijke
16 10, 88| 88 En het geschiedde, toen de koning Alexander deze
17 11, 4 | 4 En toen hij nabij Azote kwam, zo
18 12, 7 | hogepriester, door Areüs, die toen koning onder u was, dat
19 12, 29| tot de morgenstond, want toen zagen zij de vuren branden.~
20 13, 23| 23 En toen hij tot Bascama naderde,
21 16, 9 | 9 Toen werd Judas, de broeder van
|