Chapter, Verse
1 2, 25| doodde hij ook op dezelfde tijd, en verbrak het altaar.~
2 2, 33| 33 Het is nog tijd dat gij uitkomt, en doet
3 2, 49| kastijding, en nu is de tijd der verwoesting, en de grimmige
4 2, 53| 53 Jozef heeft in de tijd zijner benauwdheid het gebod
5 4, 54| 54 Op de tijd, en op de dag, waarop de
6 4, 60| 60 En zij bouwden in die tijd rondom op de berg Sion hoge
7 4, 60| heidenen niet te eniger tijd zouden komen en ze weder
8 8, 27| van harte, zoals hun de tijd zal voorschrijven.~
9 9, 7 | benauwd, omdat hij geen tijd had om hen weder bijeen
10 9, 10| hen zou vlieden; zo onze tijd nabij gekomen is, laat ons
11 9, 55| 55 En in dezelfde tijd werd Alcimus met beroering
12 9, 56| Alcimus stierf in dezelfde tijd met grote pijn.~
13 10, 47| hielden het met hem al die tijd.~
14 11, 14| koning Alexander was op die tijd in Cilicië, omdat de inwoners
15 11, 35| zal van nu aan tot enige tijd teniet gedaan worden.~
16 12, 10| want daar is een lange tijd tussen gekomen, sedert gij
17 12, 25| Amathitis want hij gaf hun geen tijd om in zijn land te vallen.~
18 12, 40| toelaten, en dat hij te eniger tijd tegen hem oorlog zou voeren,
19 13, 5 | ziel zou sparen in enige tijd der verdrukking, want ik
20 14, 36| 36 Zodat in zijn tijd alles voorspoedig is geweest
21 16, 24| hogepriesterschap, van de tijd af dat hij na zijn vader
|