Chapter, Verse
1 1, 47| 47 En de koning zond brieven door de hand van zijn boden
2 5, 10| sterkte van Dathema, en zonden brieven aan Judas en zijn broeders,
3 5, 14| 14 Toen deze brieven nog gelezen werden, ziet
4 9, 60| krijgsmacht, en hij zond heimelijk brieven aan al zijn medekrijgers
5 10, 3 | Demetrius zond Jonathan brieven met vreedzame woorden, om
6 10, 7 | Jeruzalem, en hij las deze brieven voor de oren van al het
7 10, 17| 17 En hij schreef aan hem brieven en zond die aan hem, van
8 11, 29| hij schreef aan Jonathan brieven over al deze dingen, zijnde
9 11, 40| 40 En Jonathan zond brieven tot de koning Demetrius,
10 12, 2 | Spartiaten, en andere plaatsen brieven van dezelfde inhoud.~
11 12, 4 | 4 En zij gaven hun brieven aan de inwoners van elke
12 12, 5 | is het afschrift van de brieven, die Jonathan geschreven
13 12, 7 | 7 Daar ook tevoren brieven zijn gezonden aan Onias,
14 12, 8 | eerlijk heeft ontvangen, en de brieven aangenomen, in welke verklaring
15 12, 17| groeten, en u overleveren onze brieven van de vernieuwing van onze
16 12, 19| Dit is het afschrift der brieven, die zij aan Onias gezonden
17 14, 19| 19 En deze brieven werden gelezen voor de ganse
18 14, 19| dit is het afschrift der brieven, die de Spartiaten zonden:~
19 15, 1 | de koning Demetrius, zond brieven van de eilanden der zee
20 15, 15| kwamen van Rome, hebbende brieven aan de koningen en aan de
21 16, 19| te brengen; en hij zond brieven aan de oversten over duizend,
|