Chapter, Verse
1 2, 41| 41 En zij besloten een raad op die dag, zeggende: Zo
2 2, 65| weet dat hij een man van raad is, hoort hem al uw dagen,
3 3, 31| twijfelmoedig geworden; en nam een raad, om te reizen naar Perzië,
4 4, 44| 44 En als zij raad hielden wat zij zouden doen
5 4, 45| 45 Zo is hun een goede raad ingevallen, om het weg te
6 5, 67| ten strijde trokken zonder raad.~
7 7, 31| Nicanor, wetende dat zijn raad ontdekt was, is hem tegemoet
8 8, 3 | bemachtigd door hun goede raad en lankmoedigheid, hoewel
9 8, 9 | die van Griekenland in hun raad besloten hadden, te komen
10 8, 15| Maar dat zij zichzelf een Raad hadden gemaakt, en dat dagelijks
11 8, 15| driehonderdentwintig Raadslieden des volks raad hielden, om het wel te regeren;~
12 8, 19| zeer lang, en gingen in de raad, en antwoordden en zeiden:~
13 9, 58| verbrekers der wet hielden raad, en zeiden: Ziet, Jonathan
14 9, 60| konden niet, overmits dat hun raad aan deze bekend werd.~
15 9, 68| hem gans zeer, zodat zijn raad en uittocht ijdel was.~
16 9, 69| hen; en hij nam ook een raad om uit hun land te trekken.~
17 12, 3 | naar Rome, en kwamen in de raad, en zeiden: Jonathan, de
18 12, 6 | Jonathan de hogepriester, en de raad des volks, en de priesters,
19 12, 35| bijeen, en hield met hen raad, om sterkten te bouwen in
20 14, 22| zij gezegd hebben in de Raad van ons volk, aldus: Numenius,
|