Chapter, Verse
1 1, 43| is geweest naar dat haar heerlijkheid was, en haar hoogheid is
2 2, 12| onze schoonheid, en onze heerlijkheid zijn verwoest, en de heidenen
3 2, 51| tijden, en gij zult grote heerlijkheid ontvangen, en een eeuwige
4 2, 62| zondigen mans, want zijn heerlijkheid zal tot drek en wormen worden.~
5 10, 58| gelijk de koningen, in grote heerlijkheid.~
6 10, 60| En hij reisde met grote heerlijkheid naar Ptolomaïs, en ontmoette
7 10, 64| zijn beschuldigers zijn heerlijkheid zagen, gelijk uitgeroepen
8 10, 86| uit hem tegemoet met grote heerlijkheid.~
9 11, 6 | tegemoet tot Joppe met grote heerlijkheid, en zij groetten elkander
10 11, 41| maar ik zal u met grote heerlijkheid verheerlijken, en ook uw
11 12, 12| verheugen ons ook over uw heerlijkheid.~
12 14, 4 | volk, en zijn macht en zijn heerlijkheid was hun aangenaam al de
13 14, 5 | hij kreeg, boven al zijn heerlijkheid, Joppe tot een haven, en
14 14, 21| hebben ons verhaald van uw heerlijkheid en eer, en wij zijn verheugd
15 14, 35| getrouwheid van Simon, en de heerlijkheid, die hij zijn volk wilde
16 14, 39| verheerlijkte hem met grote heerlijkheid.~
17 15, 9 | verheerlijken met grote heerlijkheid, zodat uw heerlijkheid openbaar
18 15, 9 | grote heerlijkheid, zodat uw heerlijkheid openbaar zal worden in alle
19 15, 32| te Jeruzalem, en zag de heerlijkheid van Simon, zijn bekerkas,
20 15, 36| deze woorden, en ook de heerlijkheid van Simon, en al wat hij
|