Chapter, Verse
1 1, 12| enige boze kinderen, die velen aanrieden, zeggende: Laat
2 1, 46| 46 En velen van Israël hadden een welgevallen
3 1, 56| 56 En velen van het volk vergaderden
4 1, 66| 66 Doch velen in Israël zijn versterkt
5 2, 16| 16 En velen van Israël kwamen tot hen,
6 2, 29| 29 Toen gingen velen, die de gerechtigheid en
7 2, 31| woestijn waren gegaan, en dat velen hun toe liepen.~
8 2, 46| die onbesneden waren, zo velen zij vonden in de landpalen
9 3, 18| zeide: Het is licht dat velen besloten worden in de handen
10 3, 18| hemel, te behouden door velen of door weinigen.~
11 4, 26| 26 En zo velen als er uit de vreemdelingen
12 5, 15| Zeggende, dat tegen hem velen vergaderd waren uit Ptolomaïs,
13 5, 26| 26 En dat velen van hen gekregen waren te
14 7, 19| en zond heen, en greep velen van de mannen die tot hem
15 8, 10| van hen waren gevallen, en velen gevangen genomen, met hun
16 9, 6 | des krijgsvolks, dat zij velen waren, en zij vreesden zeer
17 9, 6 | en zij vreesden zeer en velen liepen weg uit het leger,
18 9, 69| komen, en zij doodden er velen uit hen; en hij nam ook
19 13, 49| leden grote hongersnood, en velen van hen stierven van honger.~
|