Chapter, Verse
1 1, 20| vielen vele gewonden, en zij namen in de sterke steden in het
2 1, 28| 28 Alle bruidegoms namen rouw aan, en die in haar
3 1, 34| 34 En zij namen de vrouwen en kinderen gevangen,
4 1, 45| 45 En alle volken namen het aan, naar het woord
5 3, 41| landstreek van hun naam horende, namen zeer veel zilver en goud,
6 4, 43| reinigden het heiligdom, en namen de stenen der besmetting
7 4, 45| dat besmet hadden, en zij namen dit altaar weg;~
8 4, 47| 47 En zij namen gehele stenen naar de wet,
9 5, 2 | 2 En zij namen een besluit, om het geslacht
10 5, 23| 23 Zij namen tot zich die van Galilea,
11 5, 44| 44 En zij namen de stad in, en zij staken
12 6, 60| vrede aan te bieden, en zij namen hem aan.~
13 7, 16| geloofden hem; doch zij namen uit hen zestig mannen, en
14 9, 2 | hetwelk in Arbele ligt, en zij namen het in, en vernielen vele
15 9, 18| viel ook, en de overigen namen de vlucht.~
16 9, 19| 19 En Jonathan en Simon namen Judas, hun broeder, op en
17 10, 46| geloofden zij ze niet, en namen ze niet aan, omdat zij gedachten
18 11, 45| hof, en die van de stad namen de toegangen der stad in,
19 11, 69| die bij Jonathan waren, namen de vlucht, en daar was niet
|