Chapter, Verse
1 1, 2 | sterkten bemachtigde, en vele koningen der aarde versloeg;~
2 2, 48| heidenen, en uit de hand der koningen, en gaven de hoorn der overwinning
3 3, 7 | 7 Hij heeft vele koningen verbitterd, en hij verheugde
4 3, 30| had, zodat hij de vorige koningen in mildheid had overtroffen;~
5 6, 29| 29 En van andere koningen en van de eilanden der zee
6 8, 4 | 4 En de koningen, die van het uiterste der
7 8, 5 | zij Filippus, en Perseus, koningen van Macedonië, die tegen
8 8, 7 | hadden, en hem, en die na hem koningen zouden zijn, hadden opgelegd
9 10, 49| 49 En deze twee koningen begonnen te strijden, en
10 10, 58| in Ptolomaïs, gelijk de koningen, in grote heerlijkheid.~
11 10, 60| Ptolomaïs, en ontmoette beide de koningen, en gaf hun en hun vrienden,
12 10, 89| dat de bloedvrienden der koningen gegeven worden, en hij gaf
13 11, 26| gelijk hem gedaan hadden de koningen, die voor hem waren geweest,
14 12, 13| oorlogen omringen ons, en al de koningen, die rondom ons zijn, doen
15 13, 36| hogepriester Simon, de vriend der koningen, en de ouderlingen, en het
16 14, 13| hielden op in het land, en de koningen waren vermorzeld in die
17 15, 5 | u vrijgelaten hebben de koningen, die voor mij geweest zijn,
18 15, 15| hebbende brieven aan de koningen en aan de landen, in welke
19 15, 19| goedgedacht te schrijven aan de koningen, en aan de landen, dat zij
|