Chapter, Verse
1 3, 30| en om de geschenken te geven, die hij tevoren met een
2 6, 58| deze mannen de rechterhand geven, en laat ons vrede met hen
3 8, 7 | hun een grote schatting te geven, en gijzelaars te stellen,
4 8, 8 | 8 En te geven het land van Indië, en Medië,
5 8, 26| noch geld, noch schepen geven noch bestellen; zo heeft
6 9, 55| zijn huis enige bevelen geven.~
7 10, 6 | gebood hij hem over te geven.~
8 10, 28| kwijtschelden, en u geschenken geven.~
9 10, 36| man; en men zal hun gaven geven, gelijk betaamt de krijgslieden
10 10, 41| dat zullen zij van nu aan geven tot de werken des tempels.~
11 10, 54| zal u en haar geschenken geven, die uwer waardig zijn.~
12 11, 9 | en ik zal u mijn dochter geven die Alexander heeft, en
13 11, 33| hetgeen wat daaraan behoort, geven wijl aan allen die te Jeruzalem
14 11, 36| en laat het aan Jonathan geven, en gesteld worden op de
15 13, 34| land vrijdom zou willen geven, omdat al de handelingen
16 13, 45| hun de rechterhand wilde geven.~
17 13, 50| hun de rechterhand wilde geven, en hij gaf hun haar, en
18 15, 35| nochtans zullen wij voor deze geven honderd talenten; en Athenobius
19 16, 19| en goud en geschenken zou geven.~
|