Chapter, Verse
1 1, 23| 23 En hij ging met grote hovaardigheid
2 3, 16| opgang van Bethoron, en Judas ging hem tegemoet met weinig
3 3, 45| die daar geboren waren, in ging of uitging, en het heiligdom
4 5, 31| en het geroep der stad ging op tot de hemel toe, met
5 5, 52| en plunderde haar en hij ging door de stad boven over
6 6, 36| het beest was, en waar het ging, daar gingen zij mee, en
7 6, 46| 46 En hij ging onder de olifant, en hij
8 6, 62| 62 En de koning ging op de berg Sion, en bezag
9 7, 1 | Seleucus' zoon, van Rome, en ging op met enige mannen, naar
10 7, 2 | het geschiedde, toen hij ging naar het koninklijke huis
11 7, 4 | doodde hen, en Demetrius ging zitten op de troon zijns
12 7, 33| 33 En na deze zaak ging Nicanor op naar de berg
13 7, 35| huis zal verbranden. En hij ging heen met grote gramschap.~
14 9, 73| zwaard in Israël; en Jonathan ging wonen in Michmas; en Jonathan
15 11, 51| 51 En de koning Demetrius ging zitten op de troon van zijn
16 13, 2 | beangst en bevreesd was, ging hij op naar Jeruzalem, en
17 13, 31| 31 En Tryfon ging bedriegelijk om met de jonge
18 13, 53| bij de burcht was, en hij ging daar wonen met al de zijnen.~
|