Chapter, Verse
1 1, 58| de vijftiende dag van de maand Chasleu in het honderdenvijfenveertigste
2 1, 62| die gevonden werden van maand tot maand in al de steden.~
3 1, 62| gevonden werden van maand tot maand in al de steden.~
4 1, 63| vijfentwintigste dag van de maand op het altaar, dat op het
5 4, 52| vijfentwintigste van de negende maand (deze is de maand Chasleu)
6 4, 52| negende maand (deze is de maand Chasleu) in het honderdenachtenveertigste
7 4, 59| vijfentwintigste dag der maand Chasleu, zouden gehouden
8 7, 43| op de dertiende dag der maand Adar, en het leger van Nicanor
9 7, 49| worden, de dertiende van de maand Adar.~
10 9, 3 | 3 En in de eerste maand van het honderdtweeënvijftigste
11 9, 54| honderdendrieënvijftigste jaar, in de tweede maand, gebood Alcimus dat de muur
12 10, 21| heilige rok aan in de zevende maand van het honderdenzestigste
13 13, 51| drieëntwintigste dag van de tweede maand van het honderdeenenzeventigste
14 14, 27| de achttiende dag van de maand Elul, in het honderdtweeënzeventigste
15 16, 14| honderdenzevenenzeventigste jaar, in de elfde maand, deze is de maand Sabat.~
16 16, 14| elfde maand, deze is de maand Sabat.~
|