Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
wapenen 32
wapens 1
ware 2
waren 144
was 147
wat 41
water 4
Frequency    [«  »]
174 op
166 aan
147 was
144 waren
134 ons
126 al
125 koning

Het eerste boek der Makkabeeën

IntraText - Concordances

waren

    Chapter, Verse
1 1, 7 | jeugd aan met hem opgevoed waren en deelde hun zijn koninkrijk 2 1, 14| En sommigen van het volk waren volvaardig en trokken naar 3 1, 16| zich bij de heidenen, en waren verkocht om het kwade te 4 1, 41| degenen, die in haar geboren waren, en haar kinderen verlieten 5 2, 17| van des konings wege daar waren, antwoordden en spraken 6 2, 31| Jeruzalem in de stad van David waren, werd geboodschapt dat er 7 2, 31| de holen in de woestijn waren gegaan, en dat velen hun 8 2, 42| Asideeën, die sterk van macht waren, en van Israël een ieder 9 2, 43| die deze rampen ontvloden waren, voegden zich bij hen, en 10 2, 46| kinderkens die onbesneden waren, zo velen zij vonden in 11 3, 25| de volken, die rondom hen waren.~ 12 3, 29| schattingen vergaderden, weinigen waren; overmits de tweespalt, 13 3, 29| eerste dagen af geweest waren, had weggenomen;~ 14 3, 37| krijgsmachten die overig waren, en vertrok van Antiochië, 15 3, 45| degenen, die daar geboren waren, in ging of uitging, en 16 3, 45| vreemdelingen op de burcht waren, en de heidenen daar hun 17 3, 56| geplant, en die vreesachtig waren, dat een ieder dezer zou 18 4, 2 | de mannen van de burcht waren zijn wegwijzers.~ 19 4, 7 | die daarom stond, (en deze waren in de krijg wèl ervaren),~ 20 4, 8 | tot de mannen die met hem waren: Vreest hun menigte niet, 21 4, 13| strijden, en die bij Judas waren bliezen de trompetten.~ 22 4, 20| dat de hunnen in de vlucht waren, en dat de Joden het leger 23 4, 26| de vreemdelingen behouden waren, gingen heen en boodschapten 24 4, 35| en hoe bereid de Joden waren om eerlijk of te leven of 25 4, 41| degenen, die op de burcht waren, totdat hij het heiligdom 26 4, 51| al deze werken, die zij waren begonnen te maken.~ 27 5, 2 | die in het midden van hen waren, en begonnen onder het volk 28 5, 4 | Bajan, die het volk geweest waren tot een strik en aanstoot, 29 5, 5 | vuur, met allen die daarin waren.~ 30 5, 9 | de heidenen die in Galaäd waren, vergaderden te zamen tegen 31 5, 9 | Israëlieten, die in hun landpalen waren, om hen te verdelgen.~ 32 5, 13| in de plaatsen van Toubin waren, zijn gedood, en zij hebben 33 5, 15| tegen hem velen vergaderd waren uit Ptolomaïs, en Tyrus, 34 5, 16| broeders, die in de verdrukking waren, en die van hen werden bestreden.~ 35 5, 26| dat velen van hen gekregen waren te Bosorra, en Bosor in 36 5, 26| Karnaïn; al deze steden waren sterk en groot;~ 37 5, 27| van Galaäditis gekregen waren; en dat zij geboden hadden 38 5, 44| vuur, met allen die daarin waren. En de stad Karnaïn werd 39 5, 45| Israëlieten, die in Galaäditis waren, van de kleinen tot de groten 40 5, 46| 46 En als zij gekomen waren tot Efron toe (dit is, een 41 5, 54| was, totdat zij in vrede waren wedergekeerd.~ 42 5, 55| Judas en Jonathan in Galaäd waren, en Simon, zijn broeder, 43 5, 62| 62 Doch zij waren niet van het zaad van die 44 6, 2 | en pantsers, en wapenen waren, die Alexander, de zoon 45 6, 5 | land van Juda vertrokken waren, op de vlucht waren geslagen;~ 46 6, 5 | vertrokken waren, op de vlucht waren geslagen;~ 47 6, 6 | en dat de Joden versterkt waren met wapenen, en krijgsvolk, 48 6, 12| zilveren vaten, die daarin waren, genomen heb, en dat ik 49 6, 18| degenen die op de burcht waren, de Israëlieten rondom het 50 6, 18| te doen, en een sterkte waren voor de heidenen;~ 51 6, 21| En enige van die besloten waren kwamen uit, en enige goddelozen 52 6, 28| en die over de ruiterij waren.~ 53 6, 36| 36 Deze waren altijd daar, waar het beest 54 6, 37| 37 En op deze olifanten waren houten en sterke torens, 55 6, 37| instrumenten, en op elk waren tweeëndertig vechtende mannen 56 6, 48| die van des konings leger waren, trokken hen tegemoet naar 57 6, 49| degenen, die uit Bethsura waren; en zij trokken uit de stad, 58 6, 53| heidenen in Judea gevloden waren, hadden het overige, dat 59 6, 54| 54 En daar waren weinig mannen over in de 60 6, 54| hen had overmocht, en zij waren verstrooid, een ieder in 61 6, 56| konings die met hem getrokken waren, en dat hij zocht het rijk 62 7, 11| grote krijgsmacht gekomen waren.~ 63 7, 13| 13 En de Asideeën waren de eersten onder de kinderen 64 7, 19| die tot hem overgelopen waren, en enigen van het volk, 65 7, 23| die Alcimus en die met hem waren onder de kinderen Israëls 66 7, 24| mannen, die overgelopen waren, en zij werden tegengehouden, 67 7, 25| dat Judas en die met hem waren de sterkste waren, en verstond 68 7, 25| met hem waren de sterkste waren, en verstond dat hij ze 69 7, 29| vreedzaam. En de vijanden waren gereed om Judas met geweld 70 7, 41| koning Sanherib gezonden waren, lasterlijk spraken, zo 71 8, 1 | Romeinen, dat zij machtig waren in sterkte, en dat zij licht 72 8, 1 | kwamen, en dat zij machtig waren in sterkte.~ 73 8, 3 | zeer ver van hen gelegen waren.~ 74 8, 4 | aarde tegen hen gekomen waren, totdat zij hen vermorzeld 75 8, 5 | die tegen hen opgestaan waren in de strijd, vermorzeld 76 8, 10| vele gekwetsten van hen waren gevallen, en velen gevangen 77 8, 12| en die met hen tevreden waren, vriendschap hielden, en 78 8, 12| die nabij, en die verre waren, bemachtigd hadden, en dat 79 8, 13| en dat zij zeer verheven waren;~ 80 8, 16| allen deze ene gehoorzaam waren, en dat onder hen geen afgunstigheid 81 9, 6 | krijgsvolks, dat zij velen waren, en zij vreesden zeer en 82 9, 11| krijgsvolk, en al de machtigen waren gesteld om eerst te strijden.~ 83 9, 13| 13 En die met Judas waren bliezen ook zelf de trompetten, 84 9, 14| leger aan de rechterhand waren, en al degenen, die kloek 85 9, 14| degenen, die kloek van harte waren, voegden zich bij hem.~ 86 9, 16| die in de linkervleugel waren, ziende dat de rechtervleugel 87 9, 22| niet beschreven, want zij waren zeer vele.~ 88 9, 33| Simon, en allen die met hem waren, dat vernemende, vloden 89 9, 44| tot degenen die met hem waren: Laat ons nu opstaan, en 90 9, 48| Jonathan, en die met hem waren, sprongen in de Jordaan, 91 9, 60| Jonathan en die met hem waren zouden grijpen, doch zij 92 9, 61| des lands, die bewerkers waren van deze boosheid, vijftig 93 9, 62| en Simon, en die met hen waren, vertrokken naar Bethbasi, 94 9, 63| ontbood ook die in Judea waren.~ 95 9, 67| is Simon, en die met hem waren, uitgevallen uit de stad, 96 10, 6 | gijzelaars, die op de burcht waren, gebood hij hem over te 97 10, 7 | degenen, die op de burcht waren.~ 98 10, 9 | 9 En die op de burcht waren gaven de gijzelaars over 99 10, 12| vreemdelingen, die in de sterkte waren, die Bacchides had gebouwd, 100 10, 81| gelast had; en hun paarden waren vermoeid.~ 101 10, 84| allen, die daarin gevloden waren, met vuur.~ 102 10, 85| 85 En die met het zwaard waren omgebracht, met die verbrand 103 10, 85| met die verbrand werden, waren tot achtduizend man.~ 104 10, 87| met degenen die bij hem waren, hebbende grote buit.~ 105 11, 18| degenen, die in zijn sterkten waren, werden omgebracht door 106 11, 18| degenen, die in die sterkten waren.~ 107 11, 26| de koningen, die voor hem waren geweest, en hij verhoogde 108 11, 38| eertijds aan Alexanders zijde waren, welke ziende dat al het 109 11, 40| Jeruzalem en in de sterkten waren, zou willen uitwerpen, want 110 11, 50| bij allen die in zijn rijk waren; en zij keerden weder naar 111 11, 62| Demetrius te Kades in Galilea waren, met veel krijgsvolk, willende 112 11, 69| En allen die bij Jonathan waren, namen de vlucht, en daar 113 11, 69| van Calfi, die oversten waren van het krijgsvolk des legers.~ 114 11, 72| degenen, die van hem gevloden waren, keerden weder tot hem, 115 12, 27| dat degenen die met hem waren zouden waken, en in de wapenen 116 12, 28| Jonathan en die met hem waren tot de strijd gereed waren, 117 12, 28| waren tot de strijd gereed waren, en vreesden, en werden 118 12, 29| Jonathan en die met hem waren wisten het niet tot de morgenstond, 119 12, 30| achterhaalde hen niet, want zij waren al over de rivier Eleutherus 120 12, 48| allen, die met hem ingekomen waren.~ 121 12, 49| allen, die met Jonathan waren geweest.~ 122 12, 50| omgekomen was, en die met hem waren, zo vermaanden zij elkander, 123 12, 52| Jonathan, en die met hem waren geweest, en zij vreesden 124 12, 53| heidenen, die rondom hen waren, zochten hen te verdelgen,~ 125 13, 11| daaruit degenen die daarin waren, en hij bleef aldaar.~ 126 13, 21| 21 En die in de burcht waren zonden gezanten aan Tryfon, 127 13, 34| van Tryfon enkel roverijen waren geweest.~ 128 13, 44| En die in deze stormtoren waren sprongen uit in de stad, 129 13, 47| de huizen waarin afgoden waren, en zo trok hij in de stad, 130 13, 49| op de burcht te Jeruzalem waren, werden verhinderd uit en 131 14, 13| het land, en de koningen waren vermorzeld in die dagen.~ 132 14, 17| en de steden die daarin waren;~ 133 14, 33| wapenen der vijanden geweest waren, en hij zette daarin Joodse 134 14, 36| en die in de stad Davids waren te Jeruzalem; die zichzelf 135 14, 40| door de Romeinen genoemd waren hun vrienden en bondgenoten, 136 14, 40| heerlijk tegemoet gegaan waren.~ 137 15, 2 | 2 En deze waren van de volgende inhoud: 138 15, 10| zodat er weinigen bij Tryfon waren.~ 139 15, 13| zich tegen Dora, en met hem waren honderdentwintigduizend 140 15, 15| Numenius, en die met hem waren, kwamen van Rome, hebbende 141 15, 15| welke deze dingen geschreven waren:~ 142 16, 10| die in het land van Azote waren; en hij stak de stad met 143 16, 16| Ptolomeüs op, en die met hem waren en hun wapenen nemende, 144 16, 22| greep de mannen die gekomen waren om hem om te brengen, en


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License