Chapter, Verse
1 1, 26| grote rouw in Israël, in al hun plaatsen.~
2 1, 34| kinderen gevangen, en verkregen al hun vee.~
3 1, 52| gruwelijk zouden maken door al wat onrein en onheilig was,
4 1, 52| wet zouden vergeten, en al de rechten veranderen.~
5 1, 54| 54 Naar al deze woorden heeft hij geschreven
6 1, 54| heeft opzieners gemaakt over al het volk.~
7 1, 57| zich zette in holen, in al hun schuilplaatsen.~
8 1, 62| deden zij aan Israël, aan al degenen, die gevonden werden
9 1, 62| werden van maand tot maand in al de steden.~
10 2, 11| 11 Al haar sieraad is weggenomen,
11 2, 18| bevel des konings, gelijk al de volken gedaan hebben,
12 2, 19| zeide met een grote stem: Al ware het dat alle volken,
13 2, 28| naar de bergen, en lieten al wat zij hadden in de stad.~
14 2, 46| zij besneden met kracht al de kinderkens die onbesneden
15 2, 61| geslacht tot geslacht, en dat al degenen die op hem hopen,
16 2, 65| man van raad is, hoort hem al uw dagen, hij zal u tot
17 3, 2 | 2 En hem hielpen al zijn broeders, en allen
18 3, 12| Apollonius, en hij streed daarmee al zijn dagen.~
19 3, 27| zond heen en vergaderde al de krijgsmachten van zijn
20 3, 36| kinderen zou doen wonen in al hun landpalen, en dat hij
21 3, 40| 40 En zij trokken uit met al hun macht, en kwamen en
22 4, 11| 11 En al de volken zullen verstaan
23 4, 15| 15 Maar al de laatsten vielen voor
24 4, 26| boodschapten aan Lysias al wat er geschied was.~
25 4, 51| voorhangsels op, en volbrachten al deze werken, die zij waren
26 4, 55| 55 En al het volk nedervallende op
27 5, 3 | en benauwde hen en kreeg al hun buit.~
28 5, 12| van hun hand, want daar is al een menigte van ons gevallen;~
29 5, 13| 13 En al onze broeders, die in de
30 5, 25| bejegenden, en hun vertelden al wat met hun broederen in
31 5, 26| Chaskor, te Maked, en Karnaïn; al deze steden waren sterk
32 5, 27| 27 En dat zijn ook in al die overige steden van Galaäditis
33 5, 28| nam de stad in, en doodde al wat mannelijk was door de
34 5, 28| des zwaards, en hij kreeg al hun roof en verbrandde deze
35 5, 35| en nam haar in, en doodde al wat mannelijk daarin was,
36 5, 38| boodschapten hem zeggende: Al de volken, die rondom ons
37 5, 43| beek tegen hen trok, en al zijn volk trok hem achterna.
38 5, 43| volk trok hem achterna. En al de heidenen werden vermorzeld
39 5, 45| 45 En Judas vergaderde al de Israëlieten, die in Galaäditis
40 5, 52| 52 En hij vernielde al wat mannelijk was door de
41 5, 63| voor het ganse Israël, en al de volken, waar hun naam
42 5, 66| haar sterkte vernield, en al haar torens rondom verbrand;
43 6, 10| 10 Waarom hij al zijn vrienden riep, en zeide
44 6, 12| Jeruzalem heb gedaan; en dat ik al de gouden en zilveren vaten,
45 6, 19| verdelgen, en verzamelde al het volk om hen te belegeren.~
46 6, 24| 24 Ja ook al degenen van ons, die gevonden
47 6, 25| tegen ons, maar ook tegen al hun landpalen.~
48 6, 28| dit hoorde, en vergaderde al zijn vrienden, de oversten
49 6, 43| het was uitstekende boven al de beesten, en hij dacht
50 6, 58| vrede met hen maken, en met al hun volk.~
51 6, 59| toornig geworden, en hebben al deze dingen gedaan.~
52 7, 6 | en zijn broeders hebben al uw vrienden vernield, en
53 7, 7 | daar heenreizende, beziet al de verderving, die hij aan
54 7, 23| 23 En Judas, als hij zag al de boosheid, die Alcimus
55 7, 24| 24 Trok uit in al de landpalen van Judea rondom,
56 7, 24| rondom, en deed wraak over al de mannen, die overgelopen
57 8, 1 | dat zij licht toestonden al hetgeen hun voorgesteld
58 8, 1 | vriendschap maakten met al degenen, die tot hen kwamen,
59 8, 16| jaar, en te heersen over al hun land; en dat zij allen
60 8, 30| hun eigen goedvinden; en al wat zij daarbij zullen doen
61 9, 11| voor het krijgsvolk, en al de machtigen waren gesteld
62 9, 14| de rechterhand waren, en al degenen, die kloek van harte
63 9, 28| 28 Waarom al de vrienden van Judas bijeenvergaderden,
64 9, 34| de dag des sabbats, met al zijn krijgsvolk over de
65 9, 36| en kregen Johannes, en al wat hij had, en dat hebbende,
66 9, 40| naar de berg; en zij kregen al hun buit.~
67 9, 58| 58 En al de verbrekers der wet hielden
68 9, 60| zond heimelijk brieven aan al zijn medekrijgers in Judea,
69 9, 63| vernam, zo vergaderde hij al zijn menigte, en ontbood
70 9, 71| zoeken enig kwaad te doen al de dagen van zijn leven.~
71 10, 5 | Want hij zal gedachtig zijn al het kwaad, dat wij tegen
72 10, 7 | brieven voor de oren van al het volk, en van degenen,
73 10, 29| ik ontsla, u ten gevalle, al de Joden, van de tollen,
74 10, 34| drie dagen na het feest, al deze dagen zullen al de
75 10, 34| feest, al deze dagen zullen al de Joden, die in mijn rijk
76 10, 41| 41 En al dat nog overschiet, dat
77 10, 43| zullen vluchten, en die in al de landpalen daarvan het
78 10, 43| zullen losgelaten worden; en al wat zij in mijn koninkrijk
79 10, 47| zij hielden het met hem al die tijd.~
80 10, 84| Jonathan verbrandde Azote en al de steden rondom haar, en
81 10, 84| steden rondom haar, en nam al haar roof en verbrandde
82 10, 89| hem de stad Accaron met al haar landpalen tot een erfgift.~ ~
83 11, 26| in tegenwoordigheid van al zijn vrienden.~
84 11, 29| aan Jonathan brieven over al deze dingen, zijnde van
85 11, 33| gevoegd zijn bij Judea; en al hetgeen wat daaraan behoort,
86 11, 34| 34 En al de andere inkomsten, die
87 11, 34| kroongelden die ons toebehoren, al deze dingen vergunnen wij
88 11, 37| hem stelde, zo heeft hij al zijn krijgsvolk laten gaan,
89 11, 37| volken had aangenomen; daarom al het krijgsvolk, dat hij
90 11, 38| waren, welke ziende dat al het krijgsvolk tegen Demetrius
91 11, 42| mij helpen strijden, omdat al mijn krijgsvolk mij is afgevallen.~
92 11, 54| 54 En tot hem vergaderden al de krijgsknechten, die Demetrius
93 11, 59| rivier, door de steden, en al de krijgsmachten van Syrië
94 12, 13| oorlogen omringen ons, en al de koningen, die rondom
95 12, 23| schrijven u weder, uw vee en al wat gij hebt, is ons, en
96 12, 23| wat gij hebt, is ons, en al wat wij hebben, is uw. Wij
97 12, 30| hen niet, want zij waren al over de rivier Eleutherus
98 12, 43| grote eer, en beval hem aan al zijn vrienden, en gaf hem
99 12, 43| geschenken, en gelastte al zijn vrienden, dat zij hem
100 12, 44| aldus aan: Waarom hebt gij al dit volk zo gekweld, daar
101 12, 45| u overgeven die stad en al de andere sterkten, en de
102 13, 4 | 4 Daarom zijn al mijn broeders omgekomen,
103 13, 5 | want ik ben niet beter dan al mijn broeders.~
104 13, 6 | vrouwen en kinderen; daar al de heidenen tezamen gekomen
105 13, 22| 22 Tryfon dan maakte al zijn ruiterij gereed, om
106 13, 34| zou willen geven, omdat al de handelingen van Tryfon
107 13, 38| 38 Al wat wij u beloofd hebben,
108 13, 53| hij ging daar wonen met al de zijnen.~
109 13, 54| tot een veldoverste over al het krijgsvolk, en hij woonde
110 14, 4 | 4 Het land was in rust al de dagen van Simon, want
111 14, 4 | heerlijkheid was hun aangenaam al de dagen.~
112 14, 5 | 5 En hij kreeg, boven al zijn heerlijkheid, Joppe
113 14, 14| 14 Hij versterkte al de nederigen zijns volks;
114 14, 34| daar Joden om te wonen, en al wat dienstig was tot hun
115 14, 35| hogepriester, omdat hij al deze dingen had gedaan,
116 14, 46| het werd goedgevonden door al het volk, te bepalen dat
117 14, 46| bepalen dat men Simon naar al deze woorden zou doen.~
118 15, 1 | overste der Joden, en aan al het volk;~
119 15, 5 | 5 Nu dan ik bevestig u al de vrijdommen, die u vrijgelaten
120 15, 5 | voor mij geweest zijn, en al de andere geschenken, die
121 15, 7 | heiligdom zullen vrij zijn, en al de wapenen, die gij bereid
122 15, 8 | 8 En al wat gij de koning schuldig
123 15, 8 | koning schuldig zijt, en al wat de koning zal toebehoren,
124 15, 10| land zijner vaderen, en al de krijgsmachten kwamen
125 15, 27| ontvangen, maar verbrak al hetgeen dat hij met hem
126 15, 36| heerlijkheid van Simon, en al wat hij gezien had; en de
|