Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
myndos 1
na 17
naam 16
naar 118
naarstig 3
naaste 3
nabadath 1
Frequency    [«  »]
126 al
125 koning
124 der
118 naar
117 deze
111 land
110 grote

Het eerste boek der Makkabeeën

IntraText - Concordances

naar

    Chapter, Verse
1 1, 14| waren volvaardig en trokken naar de koning, en hij gaf hun 2 1, 15| te Jeruzalem een school naar de wetten der heidenen.~ 3 1, 22| 22 En trok op naar Israël en Jeruzalem, met 4 1, 24| genomen hebbende trok hij naar zijn land.~ 5 1, 43| Haar ontering is geweest naar dat haar heerlijkheid was, 6 1, 45| alle volken namen het aan, naar het woord des konings.~ 7 1, 47| dat zij wandelen zouden naar de vreemde wetten des lands;~ 8 1, 53| 53 Zo wie niet zou doen naar dit woord des konings, die 9 1, 54| 54 Naar al deze woorden heeft hij 10 1, 61| toestond, die doodden zij naar het bevel des konings, door 11 1, 64| lieten besnijden, doodden zij naar des konings bevel;~ 12 2, 23| op het altaar te Modin, naar het bevel des konings.~ 13 2, 28| hij en zijn zonen vloden naar de bergen, en lieten al 14 2, 29| het recht zochten, heen naar de woestijn;~ 15 2, 33| dat gij uitkomt, en doet naar het woord des konings, en 16 2, 44| de overgeblevenen vloden naar de heidenen om behouden 17 3, 24| de overigen zijn gevloden naar het land der Filistijnen.~ 18 3, 31| nam een raad, om te reizen naar Perzië, en de schattingen 19 3, 39| Juda, en het te verderven, naar het woord van de koning.~ 20 3, 56| ieder dezer zou wederkeren naar zijn huis, volgens de wet.~ 21 4, 10| 10 En nu, laat ons roepen naar de hemel, dat God ons wil 22 4, 22| 22 Zo zijn allen gevloden naar het land der vreemdelingen.~ 23 4, 35| leven of te sterven, trok op naar Antiochië, nam vreemd volk 24 4, 37| vergaderd, en zij gingen op naar de berg Sion.~ 25 4, 47| zij namen gehele stenen naar de wet, en zij bouwden een 26 4, 47| bouwden een nieuw altaar, naar de gedaante van het eerste.~ 27 4, 53| 53 En zij offerden, naar de wet, op het nieuwe altaar 28 5, 6 | 6 En vandaar toog hij naar de kinderen van Ammon, en 29 5, 20| toegedeeld drieduizend man, om naar Galilea te trekken, en Judas 30 5, 20| achtduizend man om te trekken naar Galaäditis.~ 31 5, 21| 21 En Simon trok naar Galilea, en hij leverde 32 5, 28| weder met zijn leger de weg naar de woestijn naar Bosorra, 33 5, 28| de weg naar de woestijn naar Bosorra, met spoed, en nam 34 5, 29| nachts, en trok alsof hij naar de sterkte wilde gaan.~ 35 5, 35| 35 En hij week naar Mizpa, en hij bestreed haar, 36 5, 54| 54 En zij gingen op naar de berg Sion, met vreugde 37 5, 61| 61 Daar zij niet hoorden naar Judas en zijn broeders, 38 5, 68| 68 En Judas week naar Azote, in het land der vreemdelingen, 39 5, 68| steden, en keerde weder naar het land Juda.~ ~ 40 6, 4 | droefheid, en keerde weder naar Babylon.~ 41 6, 5 | Perzië, dat de legers, die naar het land van Juda vertrokken 42 6, 21| bij hen, en zij reisden naar de koning en zeiden:~ 43 6, 40| de hoge bergen en sommige naar de laagten, en trokken in 44 6, 48| waren, trokken hen tegemoet naar Jeruzalem, en de koning 45 6, 59| dat zij mogen wandelen naar hun wetten, gelijk tevoren. 46 6, 63| vertrokken, en keerde weder naar Antiochië, en hij vond daar 47 7, 1 | ging op met enige mannen, naar een stad aan de zee gelegen 48 7, 2 | geschiedde, toen hij ging naar het koninklijke huis zijner 49 7, 11| 11 Maar zij luisterden naar hun woorden niet, want zij 50 7, 16| hij doodde hen op een dag, naar de woorden die de Psalmist 51 7, 20| en Bacchides trok heen naar de koning.~ 52 7, 33| deze zaak ging Nicanor op naar de berg Sion, en daar gingen 53 7, 42| gesproken, en oordeel hem naar zijn boosheid.~ 54 8, 17| Eleazar, en hij zond hen naar Rome, om met hem vriendschap 55 8, 19| 19 En zij reisden naar Rome, en de weg was zeer 56 8, 22| schreven in koperen tafels, en naar Jeruzalem zonden, om hen 57 8, 30| zullen zij dat doen mogen naar hun eigen goedvinden; en 58 9, 1 | ten tweeden male te zenden naar het land Juda, en met de 59 9, 2 | zij trokken de weg, die naar Galgala leidt, en legerden 60 9, 4 | zij braken op en trokken naar Berea, met twintigduizend 61 9, 40| de overgeblevenen vloden naar de berg; en zij kregen al 62 9, 47| slaan, en hij ontweek hem naar achteren.~ 63 9, 49| man, en hij keerde weder naar Jeruzalem.~ 64 9, 62| met hen waren, vertrokken naar Bethbasi, in de woestijn 65 9, 71| nam de vrede aan, en deed naar zijn woorden, en hij zwoer 66 9, 72| wedergekeerd zijnde trok hij naar zijn land, en hij heeft 67 10, 13| verliet zijn plaats, en trok naar zijn land.~ 68 10, 37| en zij zullen wandelen naar hun wetten, gelijk ook de 69 10, 60| reisde met grote heerlijkheid naar Ptolomaïs, en ontmoette 70 10, 66| En Jonathan keerde weder naar Jeruzalem met vrede, en 71 10, 68| bedroefd, en keerde weder naar Antiochië.~ 72 10, 78| 78 En hij trok naar Azote, alsof hij daar door 73 10, 78| reizen, en meteen trok bij naar het vlakke veld, omdat hij 74 10, 79| vervolgde hem van achteren naar Azote, en de legers raakten 75 10, 83| het vlakke veld, en vloden naar Azote, en begaven zich in 76 10, 87| En Jonathan keerde weder naar Jeruzalem, met degenen die 77 11, 7 | Eleutherus, en keerde weder naar Jeruzalem.~ 78 11, 16| 16 En Alexander vlood naar Arabië, opdat hij daar mocht 79 11, 21| verbraken, reisden heen naar de koning, en boodschapten 80 11, 24| zeer vele, en hij reisde naar de koning te Ptolomaïs, 81 11, 37| krijgsvolk laten gaan, een ieder naar zijn plaats; uitgenomen 82 11, 38| Demetrius murmureerde, reisde naar Simalkuë, de Arabier, die 83 11, 43| 43 En Jonathan zond hem naar Antiochië drie duizend kloeke 84 11, 50| waren; en zij keerden weder naar Jeruzalem, hebbende grote 85 11, 52| en hij vergold hem niet naar de weldaden, die bij hem 86 11, 60| 60 En hij vertrok vandaar naar Gaza, en van die van Gaza 87 11, 61| gijzelaars, en zond hen naar Jeruzalem, en doorreisde 88 11, 66| morgens vroeg trokken zij naar het vlakke veld Nazor.~ 89 11, 73| en Jonathan keerde weder naar Jeruzalem.~ ~ 90 12, 1 | verkoos mannen, en zond hen naar Rome, om de vriendschap 91 12, 3 | 3 En zij reisden naar Rome, en kwamen in de raad, 92 12, 23| u dit zouden aanzeggen, naar deze inhoud.~ 93 12, 31| 31 En Jonathan week heen naar de Arabieren genoemd Zabadeeën, 94 12, 32| En optrekkende, kwam hij naar Damaskus, en trok door het 95 12, 33| naaste sterkten, en week heen naar Joppe, en nam het in.~ 96 12, 45| Nu dan zend dezen weder naar hun huizen, en verkies uzelf 97 12, 46| krijgsvolk heen, en zij trokken naar het land van Juda.~ 98 12, 49| krijgsmachten en ruiterij naar het land van Galilea, en 99 12, 49| het land van Galilea, en naar het grote vlakke veld, om 100 13, 1 | bijeenvergaderde, om te komen naar het land van Juda, en het 101 13, 2 | bevreesd was, ging hij op naar Jeruzalem, en vergaderde 102 13, 11| met hem een grote macht, naar Joppe; en hij verdreef daaruit 103 13, 20| nam zijn weg in het ronde naar Adora; en Simon en zijn 104 13, 22| niet, maar brak op, en trok naar Galaäditis.~ 105 13, 24| Tryfon keerde weder, en trok naar zijn land.~ 106 13, 34| enige mannen, die hij zond naar de koning Demetrius, dat 107 13, 46| Wil met ons niet handelen naar onze boosheid, maar naar 108 13, 46| naar onze boosheid, maar naar uw barmhartigheid.~ 109 14, 1 | zijn krijgsmacht, en trok naar Medië, om hulp bijeen te 110 14, 24| deze zond Simon Numenius naar Rome, hebbende met zich 111 14, 46| te bepalen dat men Simon naar al deze woorden zou doen.~ 112 15, 10| is Antiochus opgetrokken naar het land zijner vaderen, 113 15, 21| hogepriester, opdat hij hen straffe naar hun wet.~ 114 15, 37| in een schip, en vluchtte naar Orthosias.~ 115 16, 5 | vroeg opstaande, trokken zij naar het vlakke veld; en ziet, 116 16, 8 | overgeblevenen vluchtten naar de sterkte.~ 117 16, 10| man, en hij keerde weder naar het land Juda met vrede.~ 118 16, 19| 19 En hij zond anderen naar Gazara, om Johannes om te


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License