Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
lagen 2
lam 1
lampen 2
land 111
landen 10
landpalen 19
lands 7
Frequency    [«  »]
124 der
118 naar
117 deze
111 land
110 grote
109 tegen
107 volk

Het eerste boek der Makkabeeën

IntraText - Concordances

land

    Chapter, Verse
1 1, 1 | Macedoniër, die uit het land Chittim uittoog, Darius 2 1, 3 | menigte der volken, en dat het land voor hem stil was.~ 3 1, 10| vermenigvuldigden de ellenden in het land.~ 4 1, 20| de sterke steden in het land van Egypte, en hij kreeg 5 1, 24| hebbende trok hij naar zijn land.~ 6 1, 29| 29 En het land beefde over degenen die 7 1, 56| deden veel kwaad in het land;~ 8 3, 24| overigen zijn gevloden naar het land der Filistijnen.~ 9 3, 29| en dat degenen die in het land de schattingen vergaderden, 10 3, 29| de plaag die hij in het land had aangericht; waarmee 11 3, 36| landpalen, en dat hij hun land door het lot zou uitgeven.~ 12 3, 39| ruiters, om te vallen in het land van Juda, en het te verderven, 13 3, 40| Emmanaüs, in het vlakke land.~ 14 3, 41| macht van Syrië en van het land der vreemdelingen is bij 15 4, 22| allen gevloden naar het land der vreemdelingen.~ 16 5, 3 | Idumeä beoorloogde, het land van Acrabattane, omdat zij 17 5, 45| leger, om te komen in het land van Juda.~ 18 5, 50| 50 Ik zal maar door uw land doortrekken om te komen 19 5, 50| doortrekken om te komen in ons land, en niemand zal ulieden 20 5, 53| totdat hij kwam in het land van Juda.~ 21 5, 65| kinderen van Ezau, in het land dat tegen het zuiden ligt, 22 5, 66| opgebroken en getrokken in het land der vreemdelingen, en trok 23 5, 68| week naar Azote, in het land der vreemdelingen, en verbrak 24 5, 68| en keerde weder naar het land Juda.~ ~ 25 6, 5 | de legers, die naar het land van Juda vertrokken waren, 26 6, 13| droefheid in een vreemd land.~ 27 7, 6 | vernield, en hebben ons uit ons land verstrooid.~ 28 7, 7 | gedaan heeft, en aan het land des konings, en dat hij 29 7, 10| grote krijgsmacht in het land van Juda, en hij zond boden 30 7, 20| stelde Alcimus over het land, en hij liet bij hem krijgsvolk, 31 7, 22| en zij bemachtigden het land van Juda, en brachten een 32 7, 24| tegengehouden, dat zij in het land niet mochten komen.~ 33 7, 50| 50 En het land van Juda was enige dagen 34 8, 3 | zij gedaan hadden in het land van Spanje, om te bemachtigen 35 8, 8 | 8 En te geven het land van Indië, en Medië, en 36 8, 10| geplunderd hebbende, hun land hebben bemachtigd, en hun 37 8, 16| en te heersen over al hun land; en dat zij allen deze ene 38 8, 23| welgaan, te water en te land, in eeuwigheid. En het zwaard 39 8, 32| aannemen te water en te land.~ ~ 40 9, 1 | male te zenden naar het land Juda, en met de rechtervleugel 41 9, 24| grote hongersnood, en het land viel af met hen.~ 42 9, 57| weder tot de koning, en het land Juda was in rust twee jaren.~ 43 9, 65| en hij trok uit in het land, en kwam weder met een groot 44 9, 69| geraden hadden, dat hij in het land zou komen, en zij doodden 45 9, 69| ook een raad om uit hun land te trekken.~ 46 9, 72| die hij tevoren in het land van Juda gevangen had genomen; 47 9, 72| zijnde trok hij naar zijn land, en hij heeft nooit weder 48 10, 13| plaats, en trok naar zijn land.~ 49 10, 30| gij die ontvangt van het land Juda, en van die streken, 50 10, 30| daarbij gevoegd zijn van het land Samarië en van Galilea, 51 10, 33| ziel der Joden, die uit het land Juda gevangen zijn in mijn 52 10, 37| koning bepaald heeft in het land Juda.~ 53 10, 38| drie streken, die van het land van Samarië aan Judea gevoegd 54 10, 39| De stad Ptolomaïs, en het land daartoe behorende, schenk 55 10, 52| wedergekeerd ben in het land van mijn koninkrijk, en 56 10, 55| zijt wedergekeerd in het land uwer vaderen, en gezeten 57 10, 67| het eiland Creta, in het land zijner vaderen.~ 58 10, 72| zijn geslagen in hun eigen land.~ 59 11, 28| de drie streken, en het land van Samarië vrij zou maken, 60 11, 33| en Ramatha, welke van het land van Samarië gevoegd zijn 61 11, 37| Demetrius ziende dat het land voor hem in stilte was, 62 11, 51| zijn koninkrijk, en het land was voor hem in stilte.~ 63 11, 61| Jeruzalem, en doorreisde dat land tot Damaskus toe.~ 64 11, 62| krijgsvolk, willende hem uit dat land verdrijven;~ 65 11, 63| zijn broeder Simon in het land.~ 66 12, 4 | vrede zouden geleiden in het land Juda.~ 67 12, 25| hij ontmoette hen in het land Amathitis want hij gaf hun 68 12, 25| hun geen tijd om in zijn land te vallen.~ 69 12, 32| en trok door het ganse land.~ 70 12, 33| toog uit, en doortrok het land af tot Askalon toe, en tot 71 12, 46| en zij trokken naar het land van Juda.~ 72 12, 49| krijgsmachten en ruiterij naar het land van Galilea, en naar het 73 12, 52| zij kwamen allen in het land van Juda, en beweenden Jonathan, 74 13, 1 | bijeenvergaderde, om te komen naar het land van Juda, en het te verdrukken;~ 75 13, 12| om met grote macht in het land van Juda te komen; en Jonathan 76 13, 20| deze kwam Tryfon, om in het land te vallen, en om dat te 77 13, 24| weder, en trok naar zijn land.~ 78 13, 32| een grote plaag over het land.~ 79 13, 34| koning Demetrius, dat hij het land vrijdom zou willen geven, 80 13, 49| uit en in te gaan in het land, te kopen en te verkopen, 81 14, 4 | 4 Het land was in rust al de dagen 82 14, 6 | landpalen, en bemachtigde het land.~ 83 14, 8 | Maar een ieder bouwde zijn land met vrede, en het land gaf 84 14, 8 | zijn land met vrede, en het land gaf zijn gewas, en de bomen 85 14, 11| Hij maakte vrede in het land en Israël verheugde zich 86 14, 13| bestreden hielden op in het land, en de koningen waren vermorzeld 87 14, 17| geworden, en dat hij het land bemachtigd had, en de steden 88 14, 28| der ouderlingen van het land, is ons bekend geworden, 89 14, 28| geworden, dewijl in het land dikwijls oorlogen zijn ontstaan:~ 90 14, 31| Als hun vijanden in hun land wilden invallen, om hun 91 14, 31| wilden invallen, om hun land te verwoesten, en hun handen 92 14, 36| dat de heidenen uit hun land weggedaan zijn, en die in 93 14, 37| tot verzekering van het land en van de stad, en hij trok 94 14, 42| zouden worden die over het land en over de wapenen en over 95 14, 43| alle handschriften in het land op zijn naam zouden geschreven 96 14, 44| enige vergadering in het land te vergaderen zonder hem, 97 15, 4 | 4 En ik wil in het land komen, opdat ik degenen, 98 15, 4 | opdat ik degenen, die ons land verdorven, en vele steden 99 15, 6 | munt moogt slaan voor uw land.~ 100 15, 10| Antiochus opgetrokken naar het land zijner vaderen, en al de 101 15, 14| en benauwde de stad te land en ter zee, en liet niemand 102 15, 29| verwoest, en hebt over het land een grote plaag gebracht, 103 15, 33| tot hem: Wij hebben het land van een ander niet ingenomen, 104 15, 35| gebracht, en ook aan ons land, nochtans zullen wij voor 105 16, 4 | 4 En hij verkoos uit het land twintigduizend strijdbare 106 16, 10| in de torens, die in het land van Azote waren; en hij 107 16, 10| hij keerde weder naar het land Juda met vrede.~ 108 16, 11| overste over het vlakke land van Jericho, en hij had 109 16, 13| verhovaardigd, en hij wilde het land bemachtigen, en hij wilde 110 16, 14| trekkende door de steden van het land, om te bezorgen wat zij 111 16, 18| zenden, en dat hij hem het land en de steden zou overleveren.~


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License