Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
groeten 1
groetten 2
groot 9
grote 110
grotelijks 1
groten 1
gruwel 2
Frequency    [«  »]
118 naar
117 deze
111 land
110 grote
109 tegen
107 volk
103 is

Het eerste boek der Makkabeeën

IntraText - Concordances

grote

    Chapter, Verse
1 1, 3 | het uiterste der aarde, en grote buit verkreeg van menigte 2 1, 18| hij kwam in Egypte met een grote menigte, met wapens, en 3 1, 18| en ruiters, en met een grote vloot.~ 4 1, 22| Israël en Jeruzalem, met een grote menigte.~ 5 1, 23| 23 En hij ging met grote hovaardigheid in het heiligdom, 6 1, 25| vermoorden, en sprak met grote hoogmoedigheid.~ 7 1, 26| 26 En daar geschiedde grote rouw in Israël, in al hun 8 1, 30| te Jeruzalem met een zeer grote menigte.~ 9 1, 32| stad, en sloeg hen met een grote nederlaag, en vernielde 10 1, 35| de stad Davids op met een grote en sterke muur, en met sterke 11 1, 37| daar; en zij werden tot een grote schrik;~ 12 2, 14| zakken aan, en bedreven zeer grote rouw.~ 13 2, 19| antwoordde en zeide met een grote stem: Al ware het dat alle 14 2, 27| riep uit in de stad met een grote stem, zeggende: Een ieder 15 2, 39| verstaande, hebben zeer grote rouw over hen gemaakt.~ 16 2, 51| hun tijden, en gij zult grote heerlijkheid ontvangen, 17 2, 70| Israël maakte over hem zeer grote rouw.~ ~ ~ 18 3, 10| vergaderde, en van Samarië een grote macht, om tegen Israël krijg 19 3, 54| trompetten en riepen met een grote stem.~ 20 4, 9 | Rode zee toen Faraö met grote macht hen vervolgde.~ 21 4, 23| hyacintenkleur, en zeepurper en grote rijkdom.~ 22 4, 25| op die dag is Israël een grote verlossing geschied.~ 23 4, 39| klederen, en maakten zeer grote rouw, en wierpen stof op 24 4, 58| 58 En daar was een zeer grote vreugde onder het volk, 25 5, 3 | en hij sloeg hen met een grote nederlaag, en benauwde hen 26 5, 6 | Ammon, en hij vond daar een grote macht, en veel volk, en 27 5, 16| werd daar vergaderd een grote vergadering om te beraadslagen, 28 5, 23| brachten hen in Judea met grote vreugde.~ 29 5, 31| met trompetten en met een grote stem, en hij zeide tot de 30 5, 34| en hij sloeg hen met een grote nederlaag, en van hen vielen 31 5, 38| hen vergaderd, een zeer grote macht.~ 32 5, 46| tot Efron toe (dit is, een grote stad op de ingang des lands, 33 5, 52| zij over de Jordaan in het grote vlakke veld tegenover Bethsan.~ 34 5, 60| tweeduizend man, en daar werd een grote vlucht onder het volk Israël;~ 35 6, 4 | en vertrok vandaar met grote droefheid, en keerde weder 36 6, 9 | dagen, omdat over hem de grote droefenis vernieuwd werd, 37 6, 11| gekomen, en tot wat een grote vloed, waarin ik nu ben! 38 6, 13| hebben; en ziet, ik verga van grote droefheid in een vreemd 39 6, 33| verplaatste het leger; het in grote haast brengende tegen de 40 7, 10| trokken uit en kwamen met een grote krijgsmacht in het land 41 7, 11| want zij wisten dat zij met grote krijgsmacht gekomen waren.~ 42 7, 19| hen, en wierp hen in een grote put.~ 43 7, 22| van Juda, en brachten een grote nederlaag te Jeruzalem.~ 44 7, 27| kwam te Jeruzalem met een grote macht, en hij zond aan Judas 45 7, 35| verbranden. En hij ging heen met grote gramschap.~ 46 7, 48| die dag als een dag van grote verheuging.~ 47 8, 4 | vermorzeld hadden, en hen met een grote nederlaag geslagen, en dat 48 8, 6 | onder dezen Antiochus de Grote, koning van Azië, die tegen 49 8, 7 | hadden opgelegd hun een grote schatting te geven, en gijzelaars 50 9, 20| beweende hem en bedreef grote rouw over hem vele dagen, 51 9, 24| dagen werd daar een zeer grote hongersnood, en het land 52 9, 27| Daar was in Israël een zo grote verdrukking, als er geen 53 9, 37| de kinderen van Ambri een grote bruiloft hielden, en dat 54 9, 37| hielden, en dat zij met grote staat de bruid, die een 55 9, 37| dochter was van een van de grote heren van Kanaän, geleidden 56 9, 39| daar kwam een gedruis, en grote toebereiding, en de bruidegom 57 9, 56| stierf in dezelfde tijd met grote pijn.~ 58 9, 60| brak op en kwam met een grote krijgsmacht, en hij zond 59 10, 2 | horende, vergaderde een grote krijgsmacht, en trok hem 60 10, 8 | 8 En zij vreesden met grote vreze, als zij hoorden dat 61 10, 36| gesteld worden enigen in de grote sterkten des konings;~ 62 10, 46| omdat zij gedachten aan dat grote kwaad, dat hij in Israël 63 10, 48| Alexander vergaderde een grote krijgsmacht, en legerde 64 10, 58| gelijk de koningen, in grote heerlijkheid.~ 65 10, 60| 60 En hij reisde met grote heerlijkheid naar Ptolomaïs, 66 10, 69| gezet, en vergaderde een grote krijgsmacht, en legerde 67 10, 73| tegen de ruiterij, en een zo grote krijgsmacht, in dit vlakke 68 10, 78| vlakke veld, omdat hij een grote menigte had van ruiterij, 69 10, 86| gingen uit hem tegemoet met grote heerlijkheid.~ 70 10, 87| bij hem waren, hebbende grote buit.~ 71 11, 6 | koning tegemoet tot Joppe met grote heerlijkheid, en zij groetten 72 11, 41| volk, maar ik zal u met grote heerlijkheid verheerlijken, 73 11, 47| en zij kregen op die dag grote buit, en verlosten de koning.~ 74 11, 50| vrede; en de Joden bekwamen grote eer, zo bij de koning als 75 11, 50| naar Jeruzalem, hebbende grote buit.~ 76 12, 24| Demetrius wederkwamen met een grote macht, meer dan tevoren, 77 12, 36| op te trekken, en om een grote hoogte op te maken midden 78 12, 42| ziende dat hij daar met een grote krijgsmacht was vreesde 79 12, 43| 43 Maar ontving hem met grote eer, en beval hem aan al 80 12, 49| van Galilea, en naar het grote vlakke veld, om te verdelgen 81 12, 52| ganse Israël bedreef zeer grote rouw.~ 82 13, 1 | horende dat Tryfon een grote krijgsmacht bijeenvergaderde, 83 13, 8 | zij antwoordden met een grote stem zeggende: Gij zijt 84 13, 11| Absalom, en met hem een grote macht, naar Joppe; en hij 85 13, 12| op van Ptolomaïs, om met grote macht in het land van Juda 86 13, 17| misschien bij het volk niet grote vijandschap op zich zou 87 13, 26| geheel Israël maakte een zeer grote rouw over hem, en beweende 88 13, 29| rondom stellende enige grote pilaren, en hij maakte op 89 13, 32| van Azië, en bracht een grote plaag over het land.~ 90 13, 33| bemuurde ze met hoge torens, en grote muren en torens, en poorten, 91 13, 37| bereid om met u te maken een grote vrede, en te schrijven aan 92 13, 42| eerste jaar dat Simon de grote hogepriester was, en veldoverste, 93 13, 44| en daar geschiedde een grote beroerte in de stad.~ 94 13, 45| verscheurende, en riepen met een grote stem, biddende Simon, dat 95 13, 49| te verkopen, en zij leden grote hongersnood, en velen van 96 14, 11| Israël verheugde zich met grote verheuging.~ 97 14, 28| 28 In Sarameli, in de grote vergadering der priesters 98 14, 29| dat zij hun volk met zeer grote eer hebben verheerlijkt.~ 99 14, 32| zijn volk, en hij maakte grote onkosten van zijn eigen 100 14, 36| heiligdom besmetten, en een grote plaag brachten onder de 101 14, 39| hij verheerlijkte hem met grote heerlijkheid.~ 102 15, 2 | Antiochus wenst Simon, de grote priester en overste, en 103 15, 3 | was, en heb daartoe een grote menigte van vreemde krijgslieden 104 15, 9 | tempel, verheerlijken met grote heerlijkheid, zodat uw heerlijkheid 105 15, 29| en hebt over het land een grote plaag gebracht, en gij hebt 106 15, 35| hebben onder het volk een grote plaag gebracht, en ook aan 107 15, 36| koning werd vertoornd met grote toorn.~ 108 16, 5 | vlakke veld; en ziet, een grote macht te voet en te paard 109 16, 15| had; en bereidde hun een grote maaltijd, en verborg daar 110 16, 17| 17 En beging zo grote ontrouw en vergold kwaad


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License