Chapter, Verse
1 1, 3 | het uiterste der aarde, en grote buit verkreeg van menigte
2 1, 18| hij kwam in Egypte met een grote menigte, met wapens, en
3 1, 18| en ruiters, en met een grote vloot.~
4 1, 22| Israël en Jeruzalem, met een grote menigte.~
5 1, 23| 23 En hij ging met grote hovaardigheid in het heiligdom,
6 1, 25| vermoorden, en sprak met grote hoogmoedigheid.~
7 1, 26| 26 En daar geschiedde grote rouw in Israël, in al hun
8 1, 30| te Jeruzalem met een zeer grote menigte.~
9 1, 32| stad, en sloeg hen met een grote nederlaag, en vernielde
10 1, 35| de stad Davids op met een grote en sterke muur, en met sterke
11 1, 37| daar; en zij werden tot een grote schrik;~
12 2, 14| zakken aan, en bedreven zeer grote rouw.~
13 2, 19| antwoordde en zeide met een grote stem: Al ware het dat alle
14 2, 27| riep uit in de stad met een grote stem, zeggende: Een ieder
15 2, 39| verstaande, hebben zeer grote rouw over hen gemaakt.~
16 2, 51| hun tijden, en gij zult grote heerlijkheid ontvangen,
17 2, 70| Israël maakte over hem zeer grote rouw.~ ~ ~
18 3, 10| vergaderde, en van Samarië een grote macht, om tegen Israël krijg
19 3, 54| trompetten en riepen met een grote stem.~
20 4, 9 | Rode zee toen Faraö met grote macht hen vervolgde.~
21 4, 23| hyacintenkleur, en zeepurper en grote rijkdom.~
22 4, 25| op die dag is Israël een grote verlossing geschied.~
23 4, 39| klederen, en maakten zeer grote rouw, en wierpen stof op
24 4, 58| 58 En daar was een zeer grote vreugde onder het volk,
25 5, 3 | en hij sloeg hen met een grote nederlaag, en benauwde hen
26 5, 6 | Ammon, en hij vond daar een grote macht, en veel volk, en
27 5, 16| werd daar vergaderd een grote vergadering om te beraadslagen,
28 5, 23| brachten hen in Judea met grote vreugde.~
29 5, 31| met trompetten en met een grote stem, en hij zeide tot de
30 5, 34| en hij sloeg hen met een grote nederlaag, en van hen vielen
31 5, 38| hen vergaderd, een zeer grote macht.~
32 5, 46| tot Efron toe (dit is, een grote stad op de ingang des lands,
33 5, 52| zij over de Jordaan in het grote vlakke veld tegenover Bethsan.~
34 5, 60| tweeduizend man, en daar werd een grote vlucht onder het volk Israël;~
35 6, 4 | en vertrok vandaar met grote droefheid, en keerde weder
36 6, 9 | dagen, omdat over hem de grote droefenis vernieuwd werd,
37 6, 11| gekomen, en tot wat een grote vloed, waarin ik nu ben!
38 6, 13| hebben; en ziet, ik verga van grote droefheid in een vreemd
39 6, 33| verplaatste het leger; het in grote haast brengende tegen de
40 7, 10| trokken uit en kwamen met een grote krijgsmacht in het land
41 7, 11| want zij wisten dat zij met grote krijgsmacht gekomen waren.~
42 7, 19| hen, en wierp hen in een grote put.~
43 7, 22| van Juda, en brachten een grote nederlaag te Jeruzalem.~
44 7, 27| kwam te Jeruzalem met een grote macht, en hij zond aan Judas
45 7, 35| verbranden. En hij ging heen met grote gramschap.~
46 7, 48| die dag als een dag van grote verheuging.~
47 8, 4 | vermorzeld hadden, en hen met een grote nederlaag geslagen, en dat
48 8, 6 | onder dezen Antiochus de Grote, koning van Azië, die tegen
49 8, 7 | hadden opgelegd hun een grote schatting te geven, en gijzelaars
50 9, 20| beweende hem en bedreef grote rouw over hem vele dagen,
51 9, 24| dagen werd daar een zeer grote hongersnood, en het land
52 9, 27| Daar was in Israël een zo grote verdrukking, als er geen
53 9, 37| de kinderen van Ambri een grote bruiloft hielden, en dat
54 9, 37| hielden, en dat zij met grote staat de bruid, die een
55 9, 37| dochter was van een van de grote heren van Kanaän, geleidden
56 9, 39| daar kwam een gedruis, en grote toebereiding, en de bruidegom
57 9, 56| stierf in dezelfde tijd met grote pijn.~
58 9, 60| brak op en kwam met een grote krijgsmacht, en hij zond
59 10, 2 | horende, vergaderde een grote krijgsmacht, en trok hem
60 10, 8 | 8 En zij vreesden met grote vreze, als zij hoorden dat
61 10, 36| gesteld worden enigen in de grote sterkten des konings;~
62 10, 46| omdat zij gedachten aan dat grote kwaad, dat hij in Israël
63 10, 48| Alexander vergaderde een grote krijgsmacht, en legerde
64 10, 58| gelijk de koningen, in grote heerlijkheid.~
65 10, 60| 60 En hij reisde met grote heerlijkheid naar Ptolomaïs,
66 10, 69| gezet, en vergaderde een grote krijgsmacht, en legerde
67 10, 73| tegen de ruiterij, en een zo grote krijgsmacht, in dit vlakke
68 10, 78| vlakke veld, omdat hij een grote menigte had van ruiterij,
69 10, 86| gingen uit hem tegemoet met grote heerlijkheid.~
70 10, 87| bij hem waren, hebbende grote buit.~
71 11, 6 | koning tegemoet tot Joppe met grote heerlijkheid, en zij groetten
72 11, 41| volk, maar ik zal u met grote heerlijkheid verheerlijken,
73 11, 47| en zij kregen op die dag grote buit, en verlosten de koning.~
74 11, 50| vrede; en de Joden bekwamen grote eer, zo bij de koning als
75 11, 50| naar Jeruzalem, hebbende grote buit.~
76 12, 24| Demetrius wederkwamen met een grote macht, meer dan tevoren,
77 12, 36| op te trekken, en om een grote hoogte op te maken midden
78 12, 42| ziende dat hij daar met een grote krijgsmacht was vreesde
79 12, 43| 43 Maar ontving hem met grote eer, en beval hem aan al
80 12, 49| van Galilea, en naar het grote vlakke veld, om te verdelgen
81 12, 52| ganse Israël bedreef zeer grote rouw.~
82 13, 1 | horende dat Tryfon een grote krijgsmacht bijeenvergaderde,
83 13, 8 | zij antwoordden met een grote stem zeggende: Gij zijt
84 13, 11| Absalom, en met hem een grote macht, naar Joppe; en hij
85 13, 12| op van Ptolomaïs, om met grote macht in het land van Juda
86 13, 17| misschien bij het volk niet grote vijandschap op zich zou
87 13, 26| geheel Israël maakte een zeer grote rouw over hem, en beweende
88 13, 29| rondom stellende enige grote pilaren, en hij maakte op
89 13, 32| van Azië, en bracht een grote plaag over het land.~
90 13, 33| bemuurde ze met hoge torens, en grote muren en torens, en poorten,
91 13, 37| bereid om met u te maken een grote vrede, en te schrijven aan
92 13, 42| eerste jaar dat Simon de grote hogepriester was, en veldoverste,
93 13, 44| en daar geschiedde een grote beroerte in de stad.~
94 13, 45| verscheurende, en riepen met een grote stem, biddende Simon, dat
95 13, 49| te verkopen, en zij leden grote hongersnood, en velen van
96 14, 11| Israël verheugde zich met grote verheuging.~
97 14, 28| 28 In Sarameli, in de grote vergadering der priesters
98 14, 29| dat zij hun volk met zeer grote eer hebben verheerlijkt.~
99 14, 32| zijn volk, en hij maakte grote onkosten van zijn eigen
100 14, 36| heiligdom besmetten, en een grote plaag brachten onder de
101 14, 39| hij verheerlijkte hem met grote heerlijkheid.~
102 15, 2 | Antiochus wenst Simon, de grote priester en overste, en
103 15, 3 | was, en heb daartoe een grote menigte van vreemde krijgslieden
104 15, 9 | tempel, verheerlijken met grote heerlijkheid, zodat uw heerlijkheid
105 15, 29| en hebt over het land een grote plaag gebracht, en gij hebt
106 15, 35| hebben onder het volk een grote plaag gebracht, en ook aan
107 15, 36| koning werd vertoornd met grote toorn.~
108 16, 5 | vlakke veld; en ziet, een grote macht te voet en te paard
109 16, 15| had; en bereidde hun een grote maaltijd, en verborg daar
110 16, 17| 17 En beging zo grote ontrouw en vergold kwaad
|