Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
twintigduizend 3
tyrus 2
u 59
uit 101
uiterste 4
uitgaande 1
uitgebreid 1
Frequency    [«  »]
109 tegen
107 volk
103 is
101 uit
99 des
98 niet
95 hebben

Het eerste boek der Makkabeeën

IntraText - Concordances

uit

    Chapter, Verse
1 1, 1 | Filippus, de Macedoniër, die uit het land Chittim uittoog, 2 1, 7 | deelde hun zijn koninkrijk uit terwijl hij nog leefde.~ 3 1, 11| 11 En uit hen is voortgekomen een 4 1, 12| 12 In deze dagen gingen uit Israël enige boze kinderen, 5 1, 48| offerande en het drankoffer uit het heiligdom weren zouden.~ 6 2, 27| 27 En Mattathias riep uit in de stad met een grote 7 2, 27| verbond vasthoudt, die ga uit achter mij.~ 8 2, 48| 48 Zij bevrijdden de wet uit de hand der heidenen, en 9 2, 48| de hand der heidenen, en uit de hand der koningen, en 10 2, 59| zij geloofd hebben, zijn uit de vlammen behouden.~ 11 2, 60| zijn eenvoudigheid gerukt uit de mond der leeuwen.~ 12 3, 6 | 6 Zodat de goddelozen uit vrees voor hem zich introkken, 13 3, 8 | steden van Juda, en verdelgde uit haar de goddelozen en keerde 14 3, 19| der macht, maar de kracht uit de hemel geeft ze.~ 15 3, 35| overgeblevene van Jeruzalem uit te roeien, en om hun gedachtenis 16 3, 40| 40 En zij trokken uit met al hun macht, en kwamen 17 3, 43| 43 Laat ons ons volk uit deze vernedering weder oprichten, 18 3, 45| alle vermaak weggenomen was uit Jakob, en de fluit en citer 19 3, 48| breidden de boeken der wet uit, waarnaar de heidenen naarstig 20 4, 13| 13 En zij togen uit hun leger om te strijden, 21 4, 26| 26 En zo velen als er uit de vreemdelingen behouden 22 5, 14| ziet andere boden kwamen uit Galilea, hun klederen verscheurd 23 5, 15| hem velen vergaderd waren uit Ptolomaïs, en Tyrus, en 24 5, 15| der vreemdelingen, om ons uit te roeien.~ 25 5, 59| Gorgias en zijn mannen trokken uit de stad hun tegemoet, om 26 5, 65| en zijn broeders trokken uit en bestreden de kinderen 27 6, 8 | zodat hij te bed vallende uit droefheid in een krankheid 28 6, 12| van Juda zonder oorzaak uit te roeien.~ 29 6, 21| die besloten waren kwamen uit, en enige goddelozen uit 30 6, 21| uit, en enige goddelozen uit Israël voegden zich bij 31 6, 25| zij strekten hun handen uit niet alleen tegen ons, maar 32 6, 31| maar die van binnen vielen uit en verbrandden die met vuur, 33 6, 49| maakte vrede met degenen, die uit Bethsura waren; en zij trokken 34 6, 49| Bethsura waren; en zij trokken uit de stad, dewijl zij daar 35 6, 61| deze dingen, en zij trokken uit de sterkte;~ 36 7, 6 | vernield, en hebben ons uit ons land verstrooid.~ 37 7, 10| 10 En zij trokken uit en kwamen met een grote 38 7, 14| man, die een priester is uit het zaad van Aäron, is gekomen 39 7, 16| geloofden hem; doch zij namen uit hen zestig mannen, en hij 40 7, 24| 24 Trok uit in al de landpalen van Judea 41 7, 33| enigen van de priesters uit het heiligdom, en enigen 42 7, 39| 39 En Nicanor trok uit Jeruzalem en legerde zich 43 7, 46| 46 En uit alle vlekken van Judea kwamen 44 9, 6 | zeer en velen liepen weg uit het leger, zodat er uit 45 9, 6 | uit het leger, zodat er uit hen maar achthonderd man 46 9, 11| krijgsvolk van Bacchides op uit hun leger, en stond tegen 47 9, 12| de slagorden, bestaande uit die twee delen, naderden, 48 9, 29| man geweest hem gelijk, om uit te trekken tegen de vijanden, 49 9, 36| van Ambri deden een uitval uit Medeba, en kregen Johannes, 50 9, 39| vrienden en broeders gingen uit hun tegemoet, met vele trommelen, 51 9, 40| 40 En zij rezen op uit hun lage tegen hen, en doodden 52 9, 46| God in de hemel, dat gij uit de handen der vijanden moogt 53 9, 47| Jonathan strekte zijn hand uit om Bacchides te slaan, en 54 9, 65| in de stad, en hij trok uit in het land, en kwam weder 55 9, 67| met hem waren, uitgevallen uit de stad, en verbrandde de 56 9, 69| en zij doodden er velen uit hen; en hij nam ook een 57 9, 69| hij nam ook een raad om uit hun land te trekken.~ 58 10, 33| alle ziel der Joden, die uit het land Juda gevangen zijn 59 10, 36| 36 En uit de Joden zullen tot de krijgslieden 60 10, 36| krijgslieden des konings. En uit hen zullen gesteld worden 61 10, 37| 37 En uit dezen zullen ook gesteld 62 10, 37| zijn en hun oversten zullen uit dezelve gesteld worden, 63 10, 40| de rekeningen des konings uit de plaatsen die hem toebehoren.~ 64 10, 42| zilver, die zij ontvingen uit de inkomsten, gelijk in 65 10, 44| de kosten gegeven worden uit de rekening van de koning.~ 66 10, 45| de kosten gegeven worden uit de rekening des konings; 67 10, 57| 57 En Ptolomeüs trok uit Egypte, hij en zijn dochter 68 10, 61| enige boosaardige mannen uit Israël, verbrekers der wet, 69 10, 63| tot zijn oversten: Gaat uit met hem in het midden van 70 10, 74| tienduizend mannen, en trok uit Jeruzalem, en Simon, zijn 71 10, 75| Joppe, en zij sloten hem uit de stad, omdat de bezetting 72 10, 86| en die van de stad gingen uit hem tegemoet met grote heerlijkheid.~ 73 11, 15| oorlogen; en Ptolemeüs toog uit, en ontmoette hem met een 74 11, 20| vergaderde Jonathan die uit Judea, om de burcht te Jeruzalem 75 11, 25| 25 En enige goddelozen uit het volk der Joden beschuldigden 76 11, 57| macht om te mogen drinken uit goudwerk, en om een purperkleed 77 11, 59| 59 En Jonathan trok uit, en reisde over de rivier, 78 11, 62| krijgsvolk, willende hem uit dat land verdrijven;~ 79 11, 67| een hinderlaag tegen hem uit in de bergen, en zij ontmoetten 80 11, 68| En de hinderlaag brak op uit haar plaatsen, en leverde 81 12, 15| 15 Want wij hebben hulp uit de hemel, die ons te hulp 82 12, 21| broeders zijn, en dat zij zijn uit het geslacht van Abraham.~ 83 12, 25| 25 Vertrok uit Jeruzalem, en hij ontmoette 84 12, 33| 33 En Simon toog uit, en doortrok het land af 85 12, 42| vreesde tegen hem de handen uit te strekken.~ 86 12, 54| laat ons hun gedachtenis uit de mensen uitroeien.~ ~ 87 13, 44| stormtoren waren sprongen uit in de stad, en daar geschiedde 88 13, 47| hen niet, maar wierp hen uit de stad; en hij zuiverde 89 13, 48| 48 En hij wierp uit haar alle onreinheid, en 90 13, 49| waren, werden verhinderd uit en in te gaan in het land, 91 13, 50| haar, en dreef hen vandaar uit, en hij reinigde de burcht 92 13, 51| dat een zo groot vijand uit Israël was uitgeroeid.~ 93 14, 31| verwoesten, en hun handen uit te strekken tegen hun heiligdom;~ 94 14, 36| handen, en dat de heidenen uit hun land weggedaan zijn, 95 14, 44| niemand van het volk en uit de priesters zal geoorloofd 96 15, 14| stad, en voegde schepen uit de zee te zamen, en benauwde 97 15, 14| zee, en liet niemand daar uit of in trekken.~ 98 15, 21| er dan enige boze mensen uit hun landen tot u gevloden 99 15, 25| besloot Tryfon zo, dat niemand uit of in kon komen.~ 100 16, 3 | voor ons volk. En de hulp uit de hemel zij met ulieden.~ 101 16, 4 | 4 En hij verkoos uit het land twintigduizend


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License