Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
dertiende 2
dertigduizend 1
derzelver 1
des 99
deuren 3
dewijl 5
deze 117
Frequency    [«  »]
107 volk
103 is
101 uit
99 des
98 niet
95 hebben
94 daar

Het eerste boek der Makkabeeën

IntraText - Concordances

des

   Chapter, Verse
1 1, 23| altaar, en de kandelaar des lichts, en alle gereedschap, 2 1, 45| het aan, naar het woord des konings.~ 3 1, 47| zouden naar de vreemde wetten des lands;~ 4 1, 53| zou doen naar dit woord des konings, die zou moeten 5 1, 61| iemand gevonden werd het boek des verbonds, en zo iemand de 6 1, 61| doodden zij naar het bevel des konings, door hun geweld.~ 7 1, 64| besnijden, doodden zij naar des konings bevel;~ 8 1, 68| 68 En de toom des konings was zeer groot over 9 2, 9 | jongelingen door het zwaard des vijands.~ 10 2, 15| En daar kwamen enigen van des konings wege, in de stad 11 2, 17| 17 En die van des konings wege daar waren, 12 2, 18| tot ons, en doe het bevel des konings, gelijk al de volken 13 2, 18| zult, alsook uw huis van des konings vrienden zijn, en 14 2, 19| in het huis en koninkrijk des konings zijn, hem gehoorzaamden, 15 2, 22| 22 Het woord des konings zullen wij niet 16 2, 23| te Modin, naar het bevel des konings.~ 17 2, 25| 25 En de man des konings, die de lieden dwong 18 2, 31| 31 En de mannen des konings, en de krijgsmachten, 19 2, 31| er mannen, die het gebod des konings hadden verbroken, 20 2, 32| hen de krijg aan op de dag des sabbats, en zeiden tot hen:~ 21 2, 33| en doet naar het woord des konings, en gij zult het 22 2, 34| en wij zullen het woord des konings niet doen, om te 23 2, 34| om te ontheiligen de dag des sabbats.~ 24 2, 41| ons te strijden op de dag des sabbats, laat ons tegen 25 2, 56| gemeente, heeft het erfdeel des lands gekregen.~ 26 2, 62| vreest niet voor de woorden des zondigen mans, want zijn 27 3, 14| hem zijn, en die het woord des konings verachten.~ 28 3, 32| geslacht, over de zaken des konings, van de rivier Eufraat 29 3, 38| mannen onder de vrienden des konings;~ 30 3, 42| verstaan hebbende de woorden des konings, waarmee hij bevolen 31 3, 46| Jeruzalem, omdat de plaats des gebeds tevoren te Mizpa 32 3, 49| brachten daar de klederen des priesterdoms, en de eerstelingen, 33 3, 55| deze stelde Judas oversten des volks, oversten over duizend, 34 4, 1 | ruiters, en dit leger brak op des nachts;~ 35 4, 3 | te slaan de krijgsmacht des konings, die in Emmaüs was;~ 36 4, 5 | kwam in het leger van Judas des nachts, en vond niemand, 37 4, 44| zouden doen met het altaar des brandoffers, dat ontheiligd 38 4, 52| 52 En zij stonden des morgens vroeg op, de vijfentwintigste 39 4, 56| offeranden der behoudenis en des lofs.~ 40 5, 18| Zacharias en Azaria tot oversten des volks met het overige krijgsvolk 41 5, 27| zij geboden hadden zich des anderen daags te legeren 42 5, 28| mannelijk was door de scherpte des zwaards, en hij kreeg al 43 5, 29| En hij vertrok van daar des nachts, en trok alsof hij 44 5, 40| en zijn leger bij de beek des waters: Indien hij eerst 45 5, 42| Als nu Judas nabij de beek des waters kwam, zo stelde hij 46 5, 42| stelde hij de schrijvers des volks, en hij beval hun, 47 5, 46| grote stad op de ingang des lands, zeer sterk, en men 48 5, 52| mannelijk was door de scherpte des zwaards, en heeft de stad 49 6, 32| Bethzacharia tegenover het leger des konings.~ 50 6, 33| 33 En de koning stond op, des morgens vroeg, en verplaatste 51 6, 40| 40 En een deel van des konings leger werd uitgebreid 52 6, 42| slaan, en daar vielen van des konings leger zeshonderd 53 6, 47| als zij zagen de sterkte des konings, en de aanval van 54 6, 48| 48 En die van des konings leger waren, trokken 55 6, 49| en het een sabbats jaar des lands was.~ 56 6, 56| Medië, met de krijgsmachten des konings die met hem getrokken 57 7, 7 | gedaan heeft, en aan het land des konings, en dat hij hem, 58 7, 8 | verkoos Bacchides, een vriend des konings, die regeerde aan 59 7, 33| enigen van de ouderlingen des volks, om hem vreedzaam 60 7, 37| uw volk zou zijn een huis des gebeds en der smeking;~ 61 8, 15| driehonderdentwintig Raadslieden des volks raad hielden, om het 62 8, 22| te zijn een gedenkteken des vredes en der gemeenschap 63 8, 25| Joden met volle genegenheid des harten de Romeinen in de 64 8, 25| bijstaan, zoals de gelegenheid des tijds hun zal voorschrijven.~ 65 9, 6 | En zij zagen de menigte des krijgsvolks, dat zij velen 66 9, 12| was bij de rechtervleugel des krijgsvolks, en de slagorden, 67 9, 13| de aarde van het geluid des legers beefde, en zij vochten 68 9, 13| vochten tegen elkander van des morgens vroeg tot de avond 69 9, 25| en stelde hen tot heren des lands.~ 70 9, 31| nam, in die gelegenheid des tijds, het ambt van overste 71 9, 34| vernemende, kwam op de dag des sabbats, met al zijn krijgsvolk 72 9, 53| de zonen van de overste des lands tot gijzelaars, en 73 9, 54| van de binnenste voorhof des heiligdoms zou afgebroken 74 9, 61| zij grepen van de mannen des lands, die bewerkers waren 75 10, 36| zullen tot de krijgslieden des konings aangeschreven worden 76 10, 36| betaamt de krijgslieden des konings. En uit hen zullen 77 10, 36| enigen in de grote sterkten des konings;~ 78 10, 37| gesteld worden over de zaak des koninkrijks, waar trouw 79 10, 40| zilver van de rekeningen des konings uit de plaatsen 80 10, 41| aan geven tot de werken des tempels.~ 81 10, 42| de jaarlijkse rekeningen des heiligdoms, die worden ook 82 10, 43| landpalen daarvan het recht des konings, of enige andere 83 10, 44| vernieuwen van de werken des heiligdoms zullen de kosten 84 10, 45| gegeven worden uit de rekening des konings; en ook tot het 85 10, 81| hun pijlen op het volk van des morgens vroeg tot de avond, 86 11, 56| gij een van de vrienden des konings zult zijn.~ 87 11, 66| het meer Gennesareth, en des morgens vroeg trokken zij 88 11, 69| waren van het krijgsvolk des legers.~ 89 12, 1 | ziende dat de gelegenheid des tijds hem gunstig was, verkoos 90 12, 6 | hogepriester, en de raad des volks, en de priesters, 91 12, 24| horende dat de oversten des konings Demetrius wederkwamen 92 12, 26| geschikt hadden, om hen des nachts te overvallen.~ 93 13, 7 | 7 En hij wekte de geest des volks op, doordat zij deze 94 13, 15| om het geld dat hij aan des konings schatkamer schuldig 95 13, 53| En hij versterkte de berg des tempels, die bij de burcht 96 14, 8 | zijn gewas, en de bomen des velds hun vruchten.~ 97 15, 32| En Athenobius, de vriend des konings, kwam te Jeruzalem, 98 15, 32| verkondigde hem de woorden des konings.~ 99 16, 5 | 5 En des morgens vroeg opstaande,


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License