Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library

Het eerste boek der Makkabeeën

IntraText CT - Inverse alphabetical word list

N  =  924 words (8798 occurrences)
(0-9)  A  B  D  E  F  G  H  I  J  K  L  M  N  O  P  R  S  T  U  W  



Frequency - Word Form
 166 aan
  25 gedaan
   1 weggedaan
   1 aangedaan
   8 jordaan
   6 gaan
   4 gegaan
   1 ondergegaan
   1 uitgegaan
   1 welgaan
   1 opgaan
   1 vergaan
   1 voortgaan
   1 indiaan
   1 welaan
   8 slaan
   1 opslaan
   1 daaraan
   2 voortaan
   4 bestaan
   1 gestaan
   4 opgestaan
   1 uitgestaan
   2 bijstaan
   1 tegenstaan
   3 opstaan
   7 verstaan
   3 ontstaan
   1 vaststaan
   1 ban
  42 dan
   1 kanaän
  94 jonathan
   1 bajan
  35 man
   2 leidsman
   2 auäran
   3 bethsan
 567 van
   8 daarvan
   1 hiervan
2287 en
  12 ben
  95 hebben
   1 liefhebben
   2 baden
   1 aanbaden
   7 daden
   1 weldaden
   1 misdaden
   1 laden
   1 geraden
  66 hadden
   1 liefhadden
   1 geschiedden
   1 bidden
   1 geleidden
   1 breidden
   7 midden
   1 bevrijdden
   3 verbrandden
   9 doodden
   4 antwoordden
   1 gebeden
  11 deden
   1 tweeden
   5 heden
   1 benauwdheden
   1 onreinheden
   1 bieden
   1 gebieden
   1 geschieden
   5 lieden
   2 gijlieden
   1 werklieden
   1 kooplieden
   1 raadslieden
   5 krijgslieden
   7 ulieden
   3 vlieden
   1 verspieden
   1 aanrieden
   1 leden
   1 meden
   2 besneden
   2 onbesneden
   2 hoeden
   2 voeden
   1 opvoeden
   3 vertreden
   1 overtreden
   2 streden
   6 bestreden
   1 gestreden
   1 tevreden
  26 steden
   1 zeesteden
   2 voorsteden
   1 beefden
   3 hoofden
   3 geloofden
   1 beraadslaagden
   1 maagden
   4 voegden
   2 beschuldigden
   2 vermenigvuldigden
   1 heiligden
   1 geheiligden
   1 ontheiligden
   1 reinigden
   1 verontreinigden
   1 bemachtigden
   6 vervolgden
   1 beiden
   1 scheiden
   1 gescheiden
   1 geleiden
   1 bereiden
  19 zeiden
   1 pyramiden
   1 strooiden
   1 verstrooiden
   1 voorhuiden
   2 zuiden
   1 besnijden
  23 strijden
   8 bestrijden
   2 tijden
   1 wijden
   2 weerszijden
   1 verhaalden
   2 bepaalden
   1 beelden
   2 verdeelden
   1 omsingelden
   3 kroongelden
   2 vergelden
   1 schelden
   1 kwijtschelden
  11 hielden
   1 ophielden
   1 onderhielden
   2 vertelden
   7 stelden
   1 velden
   2 schilden
   9 wilden
   4 kwijtgescholden
   1 gehoorzaamden
   2 vreemden
   1 bestormden
   1 maanden
   1 vermaanden
  11 handen
  20 vijanden
  10 landen
   5 eilanden
   2 bovenlanden
   1 branden
   1 verbranden
   1 offeranden
   1 ófferanden
   1 weenden
   1 beweenden
   1 bejegenden
  29 vrienden
   1 bloedvrienden
   3 tienden
   6 ellenden
   1 openden
   4 zenden
   1 toezenden
   1 vinden
   1 goedvinden
   1 verbonden
   2 konden
   2 toonden
   1 bewoonden
   2 ponden
   3 stonden
   1 toestonden
   1 tegenstonden
   1 opstonden
   3 vonden
   6 gevonden
   2 goedgevonden
   3 gewonden
   1 onderwonden
   5 zonden
  15 gezonden
   1 afgezonden
   3 boden
   6 geboden
   6 doden
   1 gedoden
   1 goden
   4 afgoden
  37 joden
  16 vloden
   8 gevloden
   1 ontvloden
   1 noden
   1 broden
   1 toonbroden
   1 wijngaarden
   2 paarden
   1 zwaarden
  10 vergaderden
   1 bijeenvergaderden
   3 naderden
   2 regeerden
   5 keerden
   1 schriftgeleerden
   5 offerden
   9 legerden
   1 belegerden
   1 versierden
   1 vierden
   1 beroerden
   1 ontroerden
   1 voerden
   1 luisterden
  35 werden
   7 slagorden
   9 hoorden
   1 vermoorden
   1 spoorden
  30 woorden
   1 antwoorden
  47 worden
  17 geworden
   1 scheurden
   2 verscheurden
   6 vreesden
   6 reisden
   1 ouden
  13 gouden
   4 houden
  11 behouden
   5 gehouden
   1 tegengehouden
   1 tegenhouden
   3 ophouden
   2 onderhouden
  51 zouden
   1 vernieuwden
   8 bouwden
   1 vertrouwden
 246 een
   6 één
   1 zabadeeën
   2 asideeën
   2 nabatheeën
   1 nazireeën
  24 geen
  14 hetgeen
  13 heen
   1 scheen
   1 daarheen
   5 bijeen
   7 alleen
   2 meteen
   2 steen
   2 verheffen
   2 getroffen
   1 overtroffen
  36 dagen
   4 feestdagen
   2 lagen
   1 klagen
   1 beraadslagen
   5 veldslagen
  14 geslagen
   1 doodgeslagen
   1 opgeslagen
   6 verslagen
   3 dragen
  10 zagen
   6 gelegen
   1 plegen
   2 sloegen
   1 opsloegen
   6 kregen
   6 gekregen
   2 verkregen
 109 tegen
   2 wegen
   1 bewegen
   1 leggen
   6 zeggen
   1 aanzeggen
   1 beschuldigen
   1 zondigen
   5 eigen
   1 heiligen
   3 ontheiligen
   2 sommigen
  11 enigen
   1 reinigen
   1 ontreinigen
   5 weinigen
   1 nederigen
   3 overigen
   2 machtigen
   3 bemachtigen
   2 bevestigen
   1 getuigen
   1 eeuwigen
   2 krijgen
   4 verkrijgen
   7 verdelgen
   1 vervolgen
   1 toegangen
   1 aangehangen
   7 gevangen
   1 aangevangen
  12 ontvangen
   1 gezangen
   2 lofzangen
   8 brengen
   1 toebrengen
   1 heenbrengen
  16 dingen
   1 oorlogskledingen
  14 gingen
   1 overleggingen
   1 bezoldigingen
   3 hingen
   1 verdrukkingen
   1 overdenkingen
  11 vreemdelingen
   1 handelingen
   1 koophandelingen
   1 mishandelingen
   3 jongelingen
   1 eerstelingen
   7 ouderlingen
   2 rekeningen
  19 koningen
   1 lasteringen
   1 godslasteringen
   1 omringen
   5 schattingen
   1 besmettingen
   1 inzettingen
   1 vingen
   2 ontvingen
   2 sprongen
   1 dwongen
   1 zongen
   6 ogen
   1 bogen
   1 verhogen
  11 oorlogen
   4 beoorlogen
  12 mogen
   1 togen
   1 opgetogen
   1 bewogen
   7 bergen
   1 tergen
   2 verborgen
   1 morgen
   1 bezorgen
   2 verzorgen
   1 verheugen
   1 leugen
 218 hen
  11 indien
   3 roeien
   2 uitroeien
   1 misschien
   1 maliën
   1 tien
   4 zien
   1 moerbeziën
   7 gezien
   1 aanzien
   1 voorzien
   1 onvoorzien
   1 heerschappijen
   1 roverijen
  21 maken
   1 braken
   2 verbraken
   4 spraken
   2 staken
   2 ontstaken
   1 waken
  10 zaken
   1 beken
   3 grieken
   5 boeken
   2 zoeken
   4 verzoeken
   1 verbreken
   5 spreken
   5 streken
   1 wreken
   1 gedenkteken
   2 weken
   1 gebruiken
   1 struiken
   3 verheerlijken
   3 koninkrijken
   1 ontwijken
   1 palmtakken
   2 zakken
   3 vlekken
  14 trekken
   1 aftrekken
   2 heentrekken
   1 optrekken
   1 vertrekken
   1 overtrekken
   1 doortrekken
   2 strekken
   1 uittrekken
  23 trokken
   7 getrokken
   1 opgetrokken
   1 introkken
   1 optrokken
   5 vertrokken
   1 uittrokken
   1 verdrukken
   1 stukken
  14 volken
   1 denken
   1 gedenken
   9 geschenken
   1 drinken
   1 blonken
   1 gedronken
   1 gebroken
   2 afgebroken
   2 opgebroken
   5 verbroken
   1 gesproken
   1 gestoken
   1 sterken
   2 versterken
   7 werken
   1 reukwerken
   2 cimbalen
   1 halen
   1 wierookschalen
   1 wederhalen
  19 landpalen
   1 bepalen
   1 betalen
   3 delen
   1 middelen
   2 handelen
   5 wandelen
   1 grendelen
   1 hielen
   7 vernielen
  21 vielen
   1 afvielen
   1 overvielen
   7 zielen
   2 artikelen
   2 sikkelen
   1 verzamelen
   1 trommelen
   1 bedekselen
  19 velen
   2 bevelen
   4 vermorzelen
   2 pijlen
  44 allen
   8 vallen
   6 gevallen
   1 afgevallen
   1 welgevallen
   1 ingevallen
   2 uitgevallen
   1 invallen
   1 vervallen
   1 overvallen
   1 tellen
   4 stellen
   1 bestellen
   1 herstellen
   6 willen
   5 tollen
  59 zullen
   4 holen
   1 fiolen
   2 bevolen
  14 men
   1 lichamen
  19 namen
  22 kwamen
   1 bekwamen
   1 aankwamen
   1 wederkwamen
   6 zamen
   4 tezamen
   1 gehoorzamen
  15 nemen
   1 wegnemen
   2 aannemen
   1 helmen
   1 vlammen
   1 zwemmen
   1 heiligdommen
   1 vrijdommen
   1 kolommen
   1 bomen
  25 komen
   3 bekomen
  19 gekomen
   3 omgekomen
   1 ingekomen
   1 voorgekomen
   1 voortgekomen
   3 overkomen
   1 voorkomen
   1 uitkomen
   6 genomen
   4 weggenomen
   3 aangenomen
   3 ingenomen
   1 opgenomen
   2 voorgenomen
   1 uitgenomen
   1 ondernomen
   1 wormen
  35 heidenen
   1 oefenen
   1 genen
  34 degenen
   3 gevangenen
   1 dergenen
   1 verschenen
   1 dienen
   1 bedienen
   1 verlenen
   1 schorpioenen
  32 wapenen
   1 krijgswapenen
   7 stenen
   6 overgeblevenen
   1 kleinen
  10 romeinen
   1 bazuinen
   1 metaalmijnen
   1 filistijnen
   2 zijnen
  62 mannen
   1 zoutpannen
   1 kennen
   4 binnen
   1 huisgezinnen
   4 begonnen
   2 overwonnen
   1 vergunnen
   1 hunnen
   9 kunnen
   1 sicionen
   2 kronen
   1 tonen
   1 vertonen
   7 wonen
  22 zonen
  41 doen
   2 afdoen
   5 aandoen
   1 opendoen
  21 toen
   5 schepen
   1 oorlogsschepen
   2 liepen
   2 sliepen
   7 riepen
   1 geslepen
   1 roepen
   1 aangeroepen
   1 uitgeroepen
   2 uitroepen
   2 grepen
   1 gegrepen
   2 grijpen
   9 helpen
   1 hielpen
   1 geholpen
   2 lampen
   1 rampen
   1 open
   2 hopen
   2 kopen
   2 verkopen
   1 weggelopen
   2 overgelopen
   1 verlopen
   1 doorlopen
   1 gereedschappen
   1 harpen
   5 wierpen
   2 werpen
   1 uitwerpen
   1 weggeworpen
   1 onderworpen
   1 zondaren
   8 jaren
   2 pilaren
   1 sparen
   4 altaren
   1 varen
   1 welvaren
   1 ervaren
 144 waren
   6 bewaren
   1 eetwaren
   4 vergaderen
  19 vaderen
   1 liederen
  11 klederen
   1 erfgoederen
   4 broederen
   5 anderen
   1 veranderen
   1 beenderen
  34 kinderen
   1 plunderen
   6 offeren
   1 brandofferen
   3 legeren
   2 belegeren
   4 regeren
   1 slingeren
   2 heren
   2 arabieren
   1 nieren
   1 manieren
   1 goedertieren
   4 wederkeren
   1 leren
   4 voeren
   1 uitvoeren
   1 zwoeren
   5 koperen
   7 purperen
   4 achteren
   1 gisteren
   1 eergisteren
   2 overleveren
   1 zilveren
   1 weren
   1 ijzeren
   1 oren
   3 geboren
   1 horen
   6 toebehoren
   2 verkoren
   2 uitverkoren
   1 verloren
   1 toren
   2 stormtoren
   2 voren
  17 tevoren
   2 gezworen
   3 deuren
   1 treuren
  13 muren
   2 vuren
   6 mensen
   2 wensen
   2 heersen
   1 gewassen
   1 bossen
   1 verlossen
   6 tussen
   1 ondertussen
  13 plaatsen
   1 schuilplaatsen
  14 ten
   9 spartiaten
   3 laten
   1 galaten
   1 gelaten
   1 vrijgelaten
   2 overgelaten
   2 losgelaten
   2 toelaten
   3 platen
   1 achterlaten
   3 verlaten
   1 loslaten
   3 straten
   7 vaten
   1 zaten
   1 eten
   1 profeten
   2 gegeten
   1 vergeten
   2 lieten
   3 israëlieten
   2 verlieten
   3 moeten
   1 ontmoeten
   1 groeten
   1 begroeten
   1 voeten
   3 gezeten
   1 behoeften
   1 schriften
   2 handschriften
   1 beloften
   1 laagten
   1 gedachten
   1 slachten
  12 krijgsmachten
  11 brachten
   1 volbrachten
   1 verachten
   1 buitenwachten
   1 knechten
   2 krijgsknechten
   1 voetknechten
   2 dienstknechten
   3 rechten
   5 vechten
   1 richten
   2 oprichten
   4 aangezichten
   5 mochten
   5 vochten
   1 bevochten
   6 zochten
   1 verzochten
   1 vluchten
   1 vruchten
   2 boomvruchten
   2 buiten
  11 maakten
   1 vermaakten
   1 raakten
   1 bedekten
   1 strekten
   1 verwekten
   1 dankten
   1 rookten
  15 sterkten
   1 werkten
   1 drukten
   1 smelten
   6 olifanten
   9 gezanten
   6 talenten
  11 instrumenten
   1 renten
   1 tenten
   2 vergoten
   1 schoten
   3 sloten
   7 besloten
   1 toegesloten
   1 aaneengesloten
   1 uitgesloten
   4 bondgenoten
   1 groten
   5 boodschapten
   2 stopten
   1 harten
   9 poorten
   1 haasten
   1 lasten
   6 beesten
   1 moesten
   2 verwoesten
   1 gewesten
   2 wisten
   1 edelsten
   3 inkomsten
   2 kosten
   3 onkosten
   1 verlosten
   1 oosten
   1 eersten
   1 achtersten
  25 oversten
   1 voorsten
   1 laatsten
   3 gekwetsten
   1 haatten
   3 sabbatten
   1 arbatten
   2 schatten
   2 besmetten
   2 ontmoetten
   2 groetten
   8 trompetten
   1 alarmtrompetten
   9 wetten
   7 zetten
   1 bezetten
   1 afzetten
   1 nederzetten
   1 lichtten
   2 vluchtten
   1 zuchtten
   3 zitten
   1 haastten
   1 vastten
   1 loofhutten
   1 houten
   7 gaven
   1 begaven
   1 haven
   1 graven
   1 begraven
  19 geven
   2 begeven
  15 gegeven
   1 overgegeven
   3 overgeven
   1 uitgeven
   2 verheven
   1 hieven
  21 brieven
   6 leven
   1 bleven
   3 gebleven
   2 overgebleven
   1 overbleven
   3 begroeven
   1 bedreven
   2 gedreven
   1 verdreven
   5 schreven
   1 beschreven
  11 geschreven
   1 aangeschreven
   3 opgeschreven
   1 zeven
   1 wijndruiven
   4 blijven
   1 verdrijven
   7 schrijven
   2 voorschrijven
   4 boven
   2 voorhoven
   1 loven
   1 beroven
   3 verderven
   1 stierven
  10 sterven
   1 verdorven
   6 gestorven
   1 leeuwen
   9 vernieuwen
   6 bouwen
   5 opbouwen
   1 aanschouwen
   1 afgehouwen
   1 ingehouwen
  10 vrouwen
   3 huisvrouwen
   1 blazen
  13 dezen
   1 verkiezen
   8 bliezen
   2 gelezen
   6 uitgelezen
   1 rezen
   3 vrezen
   5 wezen
   2 bewezen
   3 reizen
   5 huizen
   1 afgodshuizen
   1 spijzen
   1 halzen
   2 grenzen
   1 bozen
   7 goddelozen
   1 perzen
 435 in
   3 karnaïn
   1 toubin
   8 modin
   1 onrein
  24 daarin
   4 waarin
   1 slavin
   1 tevoorschijn
  29 mijn
   1 pijn
   9 woestijn
 402 zijn
   1 sidon
   1 simeon
   1 rafon
   1 chasfon
  20 tryfon
   2 dagon
   1 beth-dagon
   7 begon
   8 sion
   5 kon
   3 askalon
   1 babylon
  66 simon
   1 ammon
   2 kroon
   6 troon
  34 zoon
   3 schoonzoon
   1 accaron
   1 aäron
   1 chebron
   3 kedron
   2 seron
   1 efron
   1 fasiron
   3 bethoron
   1 jason
   3 zon
   1 hoorn
   5 toorn
 229 hun


N  =  924 words (8798 occurrences)
(0-9)  A  B  D  E  F  G  H  I  J  K  L  M  N  O  P  R  S  T  U  W  



Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License