Frequency - Word Form
1 aäron
12 aarde
1 accos
1 acram
2 adasa
1 adida
1 adora
1 afgod
1 alarm
2 aldus
1 aleme
44 allen
9 alles
2 alsof
2 ambri
1 ammon
2 ander
2 areüs
1 asfar
2 avond
11 azote
2 baden
1 bajan
4 beest
3 begaf
7 begon
1 beide
1 beken
1 beleg
1 berea
2 beter
8 beval
7 bevel
1 bezag
2 bleef
3 bloed
3 boden
1 bogen
1 bomen
2 bosor
4 boven
1 bozen
4 brand
3 brief
1 bruid
1 calfi
1 citer
1 creta
1 daags
4 dacht
7 daden
36 dagen
2 dagon
3 david
11 deden
3 delen
1 delos
3 derde
13 dezen
4 dezer
1 dicht
6 doden
2 dreef
1 drong
1 duurt
1 dwong
8 eerst
1 efron
5 eigen
1 elfde
1 engel
27 enige
1 enkel
1 faraö
3 feest
1 fluit
15 ganse
7 gaven
1 gebed
2 gebod
2 geeft
1 geens
1 geest
1 gehad
1 geluk
1 genen
2 getal
19 geven
2 gewas
1 gezet
1 goden
5 goede
1 goeds
3 greep
9 groot
110 grote
2 haast
1 halen
2 harte
1 haven
1 hebbe
5 heden
43 heeft
3 helft
1 helpt
14 hemel
2 heren
6 hield
1 hoger
4 holen
4 hoofd
1 hoorn
1 hoort
2 hopen
1 horen
5 houdt
15 ieder
1 ijdel
2 ijver
1 indië
1 jacht
4 jakob
8 jaren
1 jarib
1 jason
1 jazer
2 jeugd
37 joden
4 jonge
10 joppe
2 jozef
1 jozua
87 judas
28 judea
2 kades
1 kaleb
1 karië
1 keert
8 kleed
1 kloek
25 komen
2 komst
2 kopen
9 kreeg
7 krijg
2 kroon
12 kwaad
2 kwade
1 kwijt
1 laden
2 lagen
7 lands
1 lange
3 laten
1 leden
2 leeuw
1 legde
71 leger
1 leidt
1 leren
1 lette
6 leven
3 licht
1 loopt
1 loven
1 lycië
1 lydda
1 lydië
1 maakt
16 maand
27 macht
2 maked
21 maken
1 meden
4 medië
3 mijns
1 milde
3 mizpa
1 mocht
8 modin
1 moest
12 mogen
3 moogt
13 muren
6 nabij
4 nacht
7 nadat
19 namen
1 nazor
2 neder
15 nemen
2 niets
1 nieuw
1 noden
1 nooit
2 oever
24 omdat
30 onder
4 onias
4 onzer
25 opdat
1 ouden
2 paard
5 plaag
1 rafon
9 recht
1 rezen
1 roept
1 ronde
1 sabat
1 salom
1 samos
1 schip
2 seron
1 sidon
66 simon
8 slaan
1 slaap
15 sloeg
1 smaad
1 soort
1 spijs
1 spoed
5 sprak
2 staat
2 steen
1 stelt
18 sterk
9 stond
1 strik
5 syrië
3 tafel
109 tegen
2 tijde
3 tijds
1 togen
1 tonen
1 toont
5 toorn
1 toren
1 trekt
6 troon
2 trouw
2 tyrus
1 uzelf
11 vader
1 varen
7 vaten
1 velds
19 velen
1 verga
3 verre
1 vlees
1 vloed
2 vlood
1 vloot
1 voert
10 volks
2 volle
2 voort
2 voren
1 vraag
21 vrede
2 vrees
2 vreze
6 vroeg
2 vuren
1 waken
144 waren
4 water
45 weder
3 weest
2 wegen
2 weken
1 wekte
8 welke
7 wenst
1 weren
5 wezen
3 wierp
12 wilde
7 wonen
11 woord
2 worde
2 wordt
7 wraak
10 zagen
10 zaken
6 zamen
1 zaten
31 zeide
1 zeker
1 zendt
8 zette
1 zeven
6 zijde
4 zijns
2 zoals
7 zocht
16 zodat
2 zodra
22 zonen
1 zulks
1 zweeg
3 zwoer
|