Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
komst 1
kon 6
konden 1
koning 66
koningen 6
konings 15
koninkrijk 7
Frequency    [«  »]
74 voor
66 daar
66 hebbende
66 koning
57 bij
57 degenen
57 joden

Het tweede boek der Makkabeeën

IntraText - Concordances

koning

   Chapter, Verse
1 1, 7 | 7 Toen Demetrius koning was in het honderdnegenenzestigste 2 1, 10| Aristobulus, de leermeester van de koning Ptolomeüs, zijnde uit het 3 1, 11| grotelijks alsof wij tegen de koning hadden gestreden.~ 4 1, 20| Nehemia, gezonden door de koning van Perzië, de nakomelingen 5 1, 24| ontfermen, gij die alleen koning zijt, en goedertieren.~ 6 1, 33| dit openbaar werd, en de koning van Perzië geboodschapt, 7 1, 34| 34 En de koning voor goed kennende deze 8 3, 3 | 3 Zodat ook Seleucus, koning van Azië uit zijn eigen 9 3, 6 | vallen in de macht van de koning.~ 10 3, 7 | Apollonius dan, komende bij de koning, heeft hem geopenbaard hetgeen 11 3, 13| bevelen, die hij van de koning had, zeide, dat dit geld 12 3, 32| hogepriester, beducht zijnde dat de koning te eniger tijd zou denken, 13 3, 35| het leger weder naar de koning;~ 14 3, 37| 37 En als de koning Heliodorus vraagde, wie 15 4, 4 | is hij getrokken naar de koning.~ 16 4, 8 | verkrijgen beloofde. hij de koning driehonderdenzestig talenten 17 4, 10| 10 Hetwelk, als de koning hem had toegestaan, en hij 18 4, 18| Tyrus gehouden werd, en de koning daar tegenwoordig was.~ 19 4, 21| eerste beroeping van de koning Filometor, zo heeft Antiochus, 20 4, 23| voorgemelden Simons broeder, om de koning het geld te brengen, en 21 4, 24| 24 Deze de koning zeer aangenaam geworden 22 4, 27| aangaande het geld, dat hij de koning beloofd had, hoewel Sostrates, 23 4, 28| om deze oorzaak door de koning ontboden waren,~ 24 4, 31| 31 Zo is dan de koning in grote haast daar gekomen, 25 4, 36| 36 En als de koning wedergekomen was van de 26 4, 44| 44 En als de koning gekomen was te Tyrus, stelden 27 4, 45| van Dorymeüs, opdat hij de koning zou overreden.~ 28 4, 46| ontvangen hebbende, heeft de koning, die in een galerij was 29 5, 8 | zijn loon bij Aretas de koning van Arabië, zo nagejaagd 30 5, 11| 11 De koning, als hij verstaan had dat 31 5, 18| die gezonden was van de koning Seleucus, om de schatkamer 32 6, 1 | niet lang daarna zond de koning een oud man van Athene, 33 6, 21| alsof hij at hetgeen door de koning was verordineerd, namelijk 34 7, 1 | gegrepen zijnde, door de koning gedwongen werden varkensvlees, 35 7, 3 | 3 En de koning zeer gram wordende, gebood 36 7, 5 | waren gemaakt, zo beval de koning dat men hem, die nog zijn 37 7, 9 | tegenwoordige leven, maar de koning der wereld zal ons, die 38 7, 12| 12 Zodat de koning zelf, en die bij hem waren, 39 7, 15| sloegen hem, en deze de koning aanziende, zeide tot hem:~ 40 7, 25| daarnaar luisterde, zo riep de koning en vermaande de moeder, 41 7, 31| 31 Maar gij, koning die een vinder zijt van 42 7, 39| 39 En de koning zeer gram geworden zijnde, 43 8, 10| 10 Nicanor nu had de koning beloofd de schatting, die 44 9, 19| 19 De koning en veldoverste Antiochus, 45 9, 25| gebeuren zal, zo heb ik tot koning verklaard mijn zoon Antiochus, 46 10, 53| en dat hij daarom ook de koning zou bewegen, ja noodzaken 47 10, 54| voor de Joden, dat stond de koning toe.~ 48 10, 57| dan al hetgeen, dat aan de koning moest gebracht worden, hem 49 10, 61| 22 En de brief van de koning was van deze inhoud: De 50 10, 61| was van deze inhoud: De koning Antiochus wenst zijn broeder 51 10, 66| 27 En de zendbrief van de koning aan het Joodse volk was 52 10, 66| Joodse volk was dusdanig: De koning Antiochus wenst de raad 53 10, 75| goedgevonden heeft tot de koning te brengen, zendt terstond 54 11, 1 | zo vertrok Lysias naar de koning en de Joden begaven zich 55 12, 4 | 4 Maar de Koning der koningen verwekte het 56 12, 9 | 9 En de koning door deze gedachten een 57 12, 13| eer het krijgsvolk van de koning in Judea zou invallen, en 58 12, 18| 18 De koning nu, een proef gekregen hebbende 59 12, 22| 22 De koning hield ten tweeden male overleg 60 13, 4 | 4 Kwam tot de koning Demetrius, in het honderdeenenvijftigste 61 13, 8 | meen met de zaken, die de koning aangaan, en ten tweede opdat 62 13, 9 | 9 Daarom gij, o koning, dit alles verstaan hebbende, 63 13, 11| de andere vrienden van de koning, die tegen Judas kwalijk 64 13, 27| 27 De koning zeer toornig geworden en 65 13, 29| het niet doenlijk was de koning tegen te staan, zo nam hij 66 14, 22| ten tijde van Hiskia, de koning van Juda, die in het leger


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License