Chapter, Verse
1 1, 1 | 1 De broeders, de Joden, die te Jeruzalem, en die
2 1, 1 | wensen de broeders, de Joden, die in Egypte zijn, voorspoed
3 1, 7 | honderdnegenenzestigste jaar, hebben wij, Joden, u geschreven in de verdrukking
4 1, 10| priesters, en de andere Joden, die in Egypte zijn, voorspoed
5 3, 32| tegen Heliodorus door de Joden enig kwaad stuk bedreven
6 4, 11| die namens de koningen de Joden goedertieren waren gegund
7 4, 13| 13 Zo was er onder de Joden een grote lust tot de Griekse
8 4, 35| welke oorzaak niet alleen de Joden, maar ook vele van andere
9 4, 36| van Cilicië, hebben hem de Joden, die in de stad waren, aangesproken,
10 5, 25| Sabbat; op welke, daar hij de Joden vond, vierdag houdende,
11 6, 1 | oud man van Athene, om de Joden te noodzaken dat zij zouden
12 6, 8 | plakkaat uitgegaan, dat de Joden ook zouden eten van de ingewanden
13 8, 10| talenten, uit de gevangen Joden te vervullen.~
14 8, 32| zeer goddeloos man, die de Joden veel droefheid aangedaan
15 8, 34| bijeen gebracht had om de Joden aan hen te verkopen,~
16 8, 36| krijgen, verkondigde dat de Joden God tot een voorvechter
17 8, 36| en dat op deze wijze de Joden niet kunnen gewond worden,
18 9, 4 | hem verjaagd hadden, op de Joden zou verhalen; en daarom
19 9, 4 | tot een begraafplaats der Joden, als ik daar zal gekomen
20 9, 7 | zijn gramschap tegen de Joden, en gebood dat men de reis
21 9, 15| 15 En dat hij de Joden, die hij voorgenomen had
22 9, 18| wanhopende, schreef hij aan de Joden deze ondergeschreven brief,
23 9, 19| veldoverste Antiochus, de Joden, aan zijn burgers, voorspoed,
24 10, 8 | voor het ganse volk der Joden, dat deze dagen alle jaren
25 10, 12| willende liever voor de Joden het recht bewaren, vanwege
26 10, 14| gedurig de oorlog tegen de Joden.~
27 10, 15| macht hebbende, oefenden de Joden, en tot zich genomen hebbende
28 10, 24| Timotheüs, die tevoren door de Joden overwonnen was, vergaderd
29 10, 29| hen waren leidslieden der Joden.~
30 10, 41| ruiterij, trok op tegen de Joden, voorgenomen hebbende de
31 10, 54| had overgegeven voor de Joden, dat stond de koning toe.~
32 10, 55| brieven van Lysias aan de Joden geschreven, waren van deze
33 10, 63| Gehoord hebbende, dat de Joden niet tevreden zijn met de
34 10, 66| Antiochus wenst de raad der Joden, en al de andere Joden,
35 10, 66| der Joden, en al de andere Joden, voorspoed.~
36 10, 70| 31 Dat de Joden gebruiken mogen hun eigen
37 11, 1 | Lysias naar de koning en de Joden begaven zich om het land
38 11, 3 | van Joppe bedreven aan de Joden dit schelmstuk. Zij baden
39 11, 3 | schelmstuk. Zij baden de Joden, die bij hen woonden, dat
40 11, 8 | wijze wilden handelen met de Joden, die bij hen woonden,~
41 11, 17| kwamen zij in Charax tot de Joden, genaamd Tubianen.~
42 11, 30| 30 Maar als de Joden, die daar woonden, getuigden
43 11, 34| het dat er weinigen van de Joden vielen.~
44 11, 40| waren, hetwelk de wet de Joden verbiedt; en het werd een
45 12, 9 | gekregen hebbende, kwam om de Joden veel meer kwaad te doen,
46 12, 18| van de stoutmoedigheid der Joden, beproefde de plaatsen met
47 12, 19| een sterke bezetting der Joden, werd hij op de vlucht gebracht,
48 12, 23| verslagen geworden; en de Joden gebeden hebbende, onderwierp
49 13, 5 | toestand en het voornemen der Joden,~
50 13, 6 | Zeide daarop: Die onder de Joden genoemd worden de Asideeën,
51 13, 14| Nicanor, achtende dat der Joden tegenspoed en ellenden hun
52 13, 15| 15 En de Joden verstaan hebbende de aankomst
53 13, 37| goedertierenheid een vader der Joden was genoemd, werd beschuldigd
54 13, 39| vijandschap, die hij had tegen de Joden, zond over de vijfhonderd
55 13, 40| gevangen hebben, dat hij de Joden daarmede groot leed zou
56 14, 2 | 2 En als de Joden, die hem uit nooddwang volgden,
57 14, 12| voor de vergadering der Joden.~
|