Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
deelachtig 2
deelden 3
degene 2
degenen 57
dek 1
demetrius 6
demofon 1
Frequency    [«  »]
66 hebbende
66 koning
57 bij
57 degenen
57 joden
57 maar
55 naar

Het tweede boek der Makkabeeën

IntraText - Concordances

degenen

   Chapter, Verse
1 1, 12| 12 Want hij heeft degenen, die in de heilige stad 2 1, 16| hebbende, wierpen die tot degenen die buiten waren.~ 3 1, 27| heidenen dienen; zie aan degenen, die als niets geacht zijn, 4 1, 35| 35 En degenen, wie hij gunstig was, heeft 5 2, 1 | dat de profeet Jeremia degenen, die weggevoerd werden, 6 2, 1 | is, en gelijk de profeet degenen, die weggevoerd zouden worden, 7 2, 22| hemel geschied zijn aan degenen, die voor het Jodendom met 8 2, 25| zwarigheid, die er is voor degenen, die de historische verhalen 9 2, 26| 26 Hebben getracht om degenen, die lezen willen, enig 10 2, 26| enig vermaak te geven, en degenen die begerig zijn om wel 11 3, 12| men ongelijk zou doen aan degenen, die vertrouwd hebben op 12 3, 15| onbeschadigd te bewaren voor degenen, die zij daar vertrouwd 13 3, 17| weemoed die in zijn hart was degenen, die hem aanzagen, bleek.~ 14 3, 22| onbeschadigd bewaren wilde, voor degenen, die het toevertrouwd hadden.~ 15 4, 20| 20 En om degenen die ze brachten, heeft hij 16 4, 31| voorzorger Andronicus, een van degenen die in hoogheid gesteld 17 4, 41| geperst, en wierpen het op degenen, die met Lysimachus waren.~ 18 4, 48| onrechtvaardige straf geleden degenen, die voor de stad, en het 19 5, 12| te sparen, en dat zij al degenen, die op de huizen zouden 20 5, 27| gebergte, en leefde met degenen die bij hem waren, naar 21 6, 2 | Garizin te noemen, (gelijk degenen, die in die plaats woonden, 22 6, 9 | 9 En dat al degenen, die niet zouden willen 23 6, 12| 12 Ik bid dan degenen, die dit boek zullen lezen, 24 6, 13| grote goeddadigheid, dat degenen, die zondigen, geen lange 25 6, 20| op zulk een wijze als het degenen betaamt, die zich willen 26 6, 21| 21 En degenen, die gesteld waren om deze 27 8, 13| 13 En als hij aan degenen, die met hem waren, verklaard 28 8, 14| hij zou willen verlossen degenen die door de goddeloze Nicanor, 29 8, 25| 25 En kregen het geld van degenen die gekomen waren om hen 30 8, 30| hebbende, vernielden zij van degenen, die bij Timotheüs en Bacchides 31 8, 35| 35 Vernederd zijnde door degenen, die naar zijn achting de 32 9, 4 | dat hem aangedaan hadden degenen die hem verjaagd hadden, 33 10, 15| tot zich genomen hebbende degenen, die uit Jeruzalem gebannen 34 10, 26| zijn tegen hun vijanden, en degenen tegenstaan die hen tegenstonden, 35 10, 62| opgenomen is, wij willende dat degenen, die in ons koninkrijk zijn, 36 10, 69| 30 Degenen dan, die tot ons afgekomen 37 11, 19| uittrekkende, vernielden van degenen, die van Timotheüs daar 38 11, 28| gemaakt, en sloegen van degenen, die daarin waren, tot vijfentwintigduizend.~ 39 11, 36| 36 En als degenen, die bij Esdrin waren, lang 40 11, 39| de volgende dag, kwamen degenen die met Judas waren, omtrent 41 11, 44| hij niet had verwacht, dat degenen die gevallen waren, weder 42 11, 45| Daarbenevens dat hij aanmerkte dat degenen, die godzalig ontslapen 43 12, 1 | honderdnegenenveertigste jaar kwam aan degenen die bij Judas waren ter 44 12, 10| nu wilde te hulp komen degenen die in gevaar waren van 45 12, 14| wereld en vermaand hebbende degenen die met hem waren, dat zij 46 12, 20| 20 En Judas zond aan degenen, die daar binnen waren, 47 12, 23| 23 En slag leverende met degenen die met Judas waren, ontving 48 13, 13| Judas zou ombrengen, en degenen die met hem waren verstrooien, 49 13, 18| horende wat dapperheid degenen hadden die met Judas waren, 50 14, 1 | Nicanor, nu verstaande dat degenen die met Judas waren, zich 51 14, 6 | teken van overwinning over degenen, die met Judas waren, op 52 14, 8 | 8 En vermaande degenen die met hem waren, dat zij 53 14, 19| 19 En degenen, die in de stad gelaten 54 14, 21| ze van hem gegeven wordt degenen, die hij oordeelt dit waardig 55 14, 24| arm mogen geslagen worden degenen, die met godslastering gekomen 56 14, 25| 25 Degenen nu, die met Nicanor waren, 57 14, 31| altaar, zond hij heen naar degenen, die in de burcht waren.~


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License