Chapter, Verse
1 2, 14| bijeenvergaderd; en die zijn bij ons.~
2 3, 7 | Apollonius dan, komende bij de koning, heeft hem geopenbaard
3 3, 23| was; en als hij nu daar bij de schatkist met de hellebaardiers
4 4, 12| school had opgericht, dicht bij de burcht zelf, en de sterkste
5 4, 14| waren om de dienst te doen bij het altaar, maar de tempel
6 4, 33| plaats, te Dafne, gelegen bij Antiochië.~
7 4, 34| ombrengen; die, komende bij Onias, en hem met bedrog
8 4, 42| kerkrover zelf doodden zij bij de schatkist.~
9 4, 44| waren, hun aanklacht aan bij hem.~
10 4, 47| ellendigen, die, zo zij ook bij de Scythen gepleit hadden,
11 5, 2 | rijdende met gouden rokken, bij troepen, met lansen gewapend,
12 5, 8 | dan kreeg hij zijn loon bij Aretas de koning van Arabië,
13 5, 9 | getrokken zijnde, alsof hij bij hen om der maagschap wil
14 5, 27| en leefde met degenen die bij hem waren, naar de wijze
15 7, 12| Zodat de koning zelf, en die bij hem waren, zich zeer verwonderden
16 7, 33| een korte tijd toornig is, bij zal nochtans weer met zijn
17 7, 37| geselen moogt bekennen dat bij alleen God is;~
18 8, 4 | 4 En dat bij zou willen gedenken aan
19 8, 16| vergaderd hebbende die bij hem waren, zesduizend in
20 8, 30| vernielden zij van degenen, die bij Timotheüs en Bacchides waren,
21 8, 32| versloegen ook Filarches, die bij Timotheüs was, een zeer
22 9, 4 | verbolgen wordende, dacht dat bij het kwaad, dat hem aangedaan
23 9, 9 | dat zijn vlees, terwijl bij nog in smarten en pijnen
24 9, 14| heilige stad, tot welke bij haastte te komen, om ze
25 9, 25| bovenprovinciën reizende, bij het merendeel van u vertrouwd
26 10, 13| Waarom hij door de vrienden bij Eupator beschuldigd zijnde,
27 10, 24| getal, kwam aanrukken, alsof bij Judea met de wapenen zou
28 10, 47| kloekmoedige aanval; en als zij nog bij Jeruzalem waren, is hun
29 10, 52| daar hij niet dwaas was, bij zichzelf overleggende de
30 10, 54| wat Makkabeüs aan Lysias bij geschrift had overgegeven
31 10, 63| van mijn vader, waardoor bij hen wilde brengen tot de
32 11, 3 | Zij baden de Joden, die bij hen woonden, dat zij met
33 11, 5 | was, gebood de mannen, die bij hem waren, de wapenen op
34 11, 6 | moordenaars der broeders, en stak bij nacht de haven in brand,
35 11, 8 | handelen met de Joden, die bij hen woonden,~
36 11, 20| slag-orden gesteld hebbende, bij hopen, stelde hen over die
37 11, 20| viel op Timotheüs aan, die bij zich had honderdentwintigduizend
38 11, 21| moeilijk te belegeren en bij te komen, om de engte van
39 11, 24| bedriegelijkheid, dat men hem bij het leven wilde behouden
40 11, 35| had Gorgias vast, en hem bij zijn rok vattende, leidde
41 11, 36| 36 En als degenen, die bij Esdrin waren, lang vochten,
42 12, 1 | jaar kwam aan degenen die bij Judas waren ter ore, dat
43 12, 3 | 3 En bij dezen voegde zich ook Menelaüs,
44 12, 8 | en de as, en daarom heeft bij zijn dood in de as gevonden.~
45 12, 12| geboden, dat zij zouden bij hem komen.~
46 12, 15| en uitgelezen jongelingen bij nacht, bij het hof des konings,
47 12, 15| uitgelezen jongelingen bij nacht, bij het hof des konings, aangevallen
48 13, 15| en dat de heidenen zich bij hem voegden, strooiden aarde
49 13, 16| van daar, en leverde slag bij het vlek Dessau.~
50 13, 23| dankte de scharen af, die bij menigten tot hem vergaderd
51 13, 35| dat de tempel uwer woning bij ons zou zijn.~
52 13, 37| genoemd, werd beschuldigd bij Nicanor.~
53 13, 38| de voorgaande tijden werd bij geoordeeld, dat hij een
54 14, 13| zijn uitnemendheid, die bij hem was, zeer was te bewonderen,
55 14, 18| en bloedverwanten, was bij hen in minder achting, maar
56 14, 20| besteld, en de ruiterij bij de vleugelen gesteld,~
57 14, 33| zeide hij, dat hij die bij stukken zou geven aan de
|