Chapter, Verse
1 1, 20| verborgen hadden, gezonden naar dat vuur; en als zij ons
2 2, 4 | volgen; en hoe hij uitging naar de berg, op welke Mozes
3 3, 15| voor het altaar, en riepen naar de hemel, tot hem, die wetten
4 3, 18| met hopen uit de huizen naar het gemeen gebed, omdat
5 3, 19| liepen sommigen tezamen naar de poorten, sommigen op
6 3, 19| muren, en sommigen zagen naar beneden uit de vensters,~
7 3, 20| En zij allen, de handen naar de hemel uitgestrekt hebbende,
8 3, 35| had, trok het leger weder naar de koning;~
9 3, 37| bekwaam zou zijn om nog eens naar Jeruzalem gezonden te worden,
10 4, 4 | vermeerderde, is hij getrokken naar de koning.~
11 4, 7 | Onias, onbehoorlijk gestaan naar het hogepriesterschap.~
12 4, 21| zijnde, voorts gereisd is naar Jeruzalem.~
13 4, 22| zijn krijgsvolk getrokken naar Fenicië.~
14 4, 26| zijnde, gedwongen te vluchten naar het land Ammonitis.~
15 5, 1 | Antiochus zijn tweede tocht naar Egypte.~
16 5, 8 | en zijn burgers, is hij naar Egypte uitgeworpen.~
17 5, 21| weggenomen, is haastig vertrokken naar Antiochië, menende naar
18 5, 21| naar Antiochië, menende naar zijn hoogmoed de aarde te
19 5, 27| negen anderen vertrokken naar het gebergte, en leefde
20 5, 27| degenen die bij hem waren, naar de wijze der wilde dieren,
21 6, 1 | en niet zouden wandelen naar de wetten van God.~
22 6, 23| zeggende dat zij hem haastig naar het graf wilden zenden.~
23 6, 28| is hij terstond gegaan naar de pijnigingsplaats.~
24 6, 30| gegeseld zijnde, en dat ik naar de ziel dit gewillig lijde,
25 7, 27| 27 En de moeder naar hem toebukkende, en de wrede
26 7, 28| mijn kind, dat gij ziende naar de hemel, en naar de aarde,
27 7, 28| ziende naar de hemel, en naar de aarde, en aanziende al
28 8, 11| 11 En hij zond terstond naar de zeesteden, hen nodende
29 8, 15| gemaakt had, en omdat zij naar zijn eerwaardige en voortreffelijke
30 8, 35| zijnde door degenen, die naar zijn achting de minste waren,
31 9, 20| kinderen, en uw eigen zaken naar uw zin gaan, dat is ons
32 9, 29| Antiochus, getrokken is naar Egypte, tot Ptolomeüs Filometor.~ ~
33 10, 6 | met vreugde acht dagen, naar de wijze der loofhutten,
34 10, 19| te doen, en hij week zelf naar de plaatsen, die meer nood
35 10, 64| voortaan wandelen mogen naar de gebruiken hunner voorouders.~
36 10, 75| dienstig is. Want wij trekken naar Antiochië.~
37 11, 1 | waren, zo vertrok Lysias naar de koning en de Joden begaven
38 11, 21| kinderen, en al de bagage naar een plaats genaamd Karnion,
39 11, 26| Judas vandaar trekkende naar Karnion en Atergation, heeft
40 11, 29| optrekkende, begaven zij zich naar de stad Scythopolis, gelegen
41 11, 35| afhouwende, ontvluchtte Gorgias naar Marisa.~
42 11, 38| hun overkwam, hebben zij, naar gewoonte geheiligd zijnde,
43 11, 43| drachmen zilver, zond die naar Jeruzalem om offerande te
44 12, 4 | dat men hem zou brengen naar Berea, om daar omgebracht
45 12, 26| zodat hij vertrekken kon naar Antiochië. En zo is het
46 13, 5 | raad, en gevraagd zijnde naar de toestand en het voornemen
47 13, 9 | geslacht dat rondom bezet is, naar uw bekende goedertierenheid,
48 13, 26| nam hij deze en vertrok naar Demetrius, en zeide dat
49 13, 27| terstond gevangen zou zenden naar Antochië.~
50 13, 31| krijgslist bedrogen was, ging naar de grootste en heiligste
51 13, 32| zijn hand uitstrekkende naar de tempel, dit gezworen:~
52 13, 34| de priesters hun handen naar de hemel uitstekende, riepen
53 14, 21| opheffende zijn handen naar de hemel, de Here aangeroepen,
54 14, 31| het altaar, zond hij heen naar degenen, die in de burcht
55 14, 34| 34 En zij allen opziende naar de hemel dankten de doorluchtige
|