Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
gezworen 1
gierigheid 1
gieten 1
gij 54
ging 3
god 40
goddelijke 4
Frequency    [«  »]
57 joden
57 maar
55 naar
54 gij
53 zeer
52 want
49 hebben

Het tweede boek der Makkabeeën

IntraText - Concordances

gij

   Chapter, Verse
1 1, 9 | 9 Houdt dan gij nu de dagen der Loofhutten 2 1, 18| dit bekend te maken, opdat gij het ook houdt als het feest 3 1, 24| schepper zijt aller dingen, gij die vreselijk zijt, en sterk, 4 1, 24| rechtvaardig, en een ontfermen, gij die alleen koning zijt, 5 1, 25| 25 Gij die alleen milddadig zijt, 6 1, 25| en almachtig, en eeuwig, gij die Israël behoudt van alle 7 1, 25| behoudt van alle kwaad, gij die onze vaderen hebt gemaakt 8 1, 27| de heidenen bekennen dat gij onze God zijt.~ 9 2, 15| 15 Indien gij ze nodig hebt, zendt lieden 10 2, 16| wij u dat geschreven, en gij zult dan wel doen, dat gij 11 2, 16| gij zult dan wel doen, dat gij deze dagen viert.~ 12 3, 34| 34 En gij, uit de hemel gegeseld zijnde, 13 3, 38| 38 Indien gij een vijand hebt, of een 14 3, 38| legt, zendt die daar, en gij zult hem wel gegeseld weder 15 7, 2 | sprak, zeide aldus: Wat wilt gij ons vragen, en van ons weten? 16 7, 7 | vraagden zij hem: Zult gij nog geen zwijnenvlees eten, 17 7, 9 | uiterste adem was, zeide hij: Gij booswicht, gij beneemt ons 18 7, 9 | zeide hij: Gij booswicht, gij beneemt ons wel het tegenwoordige 19 7, 16| 16 Gij hebt macht onder de mensen, 20 7, 16| onder de mensen, en hoewel gij vergankelijk zijt, zo doet 21 7, 16| vergankelijk zijt, zo doet gij nochtans wat gij wilt, maar 22 7, 16| zo doet gij nochtans wat gij wilt, maar denkt niet dat 23 7, 17| 17 Maar gij, verwacht en aanschouw Gods 24 7, 19| 19 En gij, meen niet dat gij onschuldig 25 7, 19| 19 En gij, meen niet dat gij onschuldig zult zijn, dewijl 26 7, 19| onschuldig zult zijn, dewijl gij het gewaagd hebt tegen God 27 7, 22| tot hen: Ik weet niet hoe gij in mijn lichaam zijt voortgebracht, 28 7, 23| met barmhartigheid, gelijk gij uzelf niet acht om zijner 29 7, 28| Ik bid u, mijn kind, dat gij ziende naar de hemel, en 30 7, 29| maar wil u zo gedragen dat gij uwer broederen waardig zijt, 31 7, 30| jongeling: Wat verwacht gij nog? Ik zal des konings 32 7, 31| 31 Maar gij, koning die een vinder zijt 33 7, 34| 34 Maar gij goddeloze en onreinste van 34 7, 35| 35 Want gij zijt nog niet ontvloden 35 7, 36| van het eeuwig leven, maar gij zult door het oordeel Gods 36 7, 37| wil genadig zijn, en dat gij door pijnigingen en geselen 37 9, 20| 20 Indien gij welvarende zijt, en uw kinderen, 38 9, 26| ik u dan, en verzoek, dat gij gedachtig zijnde der weldadigheden 39 9, 26| de goedgunstigheid, die gij hebt tot mij, en tot mijn 40 10, 58| 19 Daarom, indien gij behouden zult de goedgunstigheid 41 10, 65| 26 Gij zult dan weldoen, dat gij 42 10, 65| Gij zult dan weldoen, dat gij tot ben zendt, hun gevende 43 10, 67| 28 Zo gij welvarende zijt, dat zal 44 10, 68| heeft ons verklaard, dat gij begeert, wedergekomen zijnde, 45 10, 76| wij ook mogen weten hoe gij gezind zijt.~ 46 13, 9 | 9 Daarom gij, o koning, dit alles verstaan 47 13, 9 | bekende goedertierenheid, die gij allen bewijst.~ 48 13, 33| 33 Indien gij mij Judas niet gevangen 49 13, 35| 35 Gij, o Here van allen, die geen 50 13, 35| geen ding van node hebt, gij hebt gewild dat de tempel 51 13, 36| 36 Nu dan, o gij heilige Here aller heiligmaking, 52 14, 16| geschenk van God, met hetwelk gij de vijanden zult verwonden.~ 53 14, 22| sprak hij deze woorden: Gij, o Here, hebt uw engel gezonden 54 14, 23| 23 En nu, gij prins der hemelen, wil uw


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License