Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
wandelen 2
wanhopende 2
wanneer 2
want 52
wapen 1
wapende 2
wapenen 18
Frequency    [«  »]
55 naar
54 gij
53 zeer
52 want
49 hebben
48 dan
47 tegen

Het tweede boek der Makkabeeën

IntraText - Concordances

want

   Chapter, Verse
1 1, 12| 12 Want hij heeft degenen, die in 2 1, 13| 13 Want de overste, komende in Perzië, 3 1, 14| 14 Want als Antiochus, en zijn vrienden 4 1, 19| 19 Want toen onze vaders in Perzië 5 2, 9 | 9 Want het is openbaar, hoe dat 6 2, 19| 19 Want hij heeft ons uit grote 7 2, 25| 25 Want wij, ziende de verwarring 8 2, 33| voorrede nog bijvoegende. Want het zou een dwaze zaak zijn, 9 3, 16| zijn gemoed verwonderd, want zijn aangezicht en de kleur, 10 3, 17| 17 Want vrees en verschrikking van 11 3, 25| 25 Want door hen werd een paard 12 3, 33| hogepriester Onias grotelijks, want om zijnentwil heeft u de 13 3, 39| 39 Want hij, die de hemelse woonstede 14 4, 6 | 6 Want hij zag dat het onmogelijk 15 4, 17| 17 Want goddeloosheid te bedrijven, 16 4, 28| 28 Want hij was gesteld om het geld 17 5, 18| 18 Want ware het niet gebeurd, dat 18 6, 4 | 4 Want de tempel werd vervuld met 19 6, 10| 10 Want twee vrouwen werden voorgebracht, 20 6, 13| 13 Want het is een teken van grote 21 6, 14| 14 Want de Here doet hun niet gelijk 22 6, 24| 24 Want, zeide hij, het betaamt 23 6, 26| 26 Want indien ik voor het tegenwoordige 24 7, 2 | vragen, en van ons weten? want wij zijn bereid liever te 25 7, 18| Dwaal niet tevergeefs, want wij lijden deze dingen om 26 7, 18| onze God gezondigd hebben; want daar zijn aan ons dingen 27 7, 21| 21 Want zij vermaande een ieder 28 7, 32| 32 Want wij lijden om onzer zonden 29 7, 35| 35 Want gij zijt nog niet ontvloden 30 7, 36| 36 Want onze broeders, een korte 31 8, 26| 26 Want het was de dag voor de Sabbat; 32 9, 2 | 2 Want als hij was ingegaan in 33 9, 4 | hemel hem reeds persende. Want hij sprak in hovaardigheid: 34 9, 5 | ongeneeslijke en onzienlijke plaag; want toen hij deze woorden geëindigd 35 9, 18| pijnen geenszins ophielden, (want het rechtvaardig oordeel 36 9, 27| 27 Want ik ben verzekerd, dat hij, 37 10, 11| 11 Want deze, het koninkrijk ontvangen 38 10, 12| 12 Want Ptolomeüs, die toegenaamd 39 10, 54| hetgeen dat Lysias verzocht, want al wat Makkabeüs aan Lysias 40 10, 55| 16 Want de brieven van Lysias aan 41 10, 75| van hetgeen u dienstig is. Want wij trekken naar Antiochië.~ 42 11, 21| plaats genaamd Karnion, want deze plaats was moeilijk 43 11, 44| 44 (Want indien hij niet had verwacht, 44 12, 8 | En dat zeer rechtvaardig, want hij had vele zonden gedaan 45 12, 25| ontevreden over de verbonden, want zij namen het zeer kwalijk 46 13, 8 | burgers een dienst zou doen, want door de onredelijkheid dergenen, 47 13, 10| 10 Want zo lang als Judas zal leven, 48 13, 26| aan de zaken des konings; want, zeide hij, hij heeft Judas, 49 13, 38| 38 Want in de voorgaande tijden 50 13, 40| 40 Want hij meende, als hij hem 51 14, 18| 18 Want het gevaar van huisvrouwen, 52 14, 40| 40 Want gelijk het ongezond is wijn


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License