Chapter, Verse
1 1, 7 | honderdnegenenzestigste jaar, hebben wij, Joden, u geschreven
2 1, 8 | onschuldig bloed vergoten hebben; en wij de Here baden, en
3 1, 18| tempel zullende houden, hebben behoorlijk geacht u dit
4 1, 19| een droge grond had, en hebben het daarin verzekerd, zodat
5 2, 6 | weg te tekenen, deze niet hebben kunnen vinden.~
6 2, 16| feest der reiniging, zo hebben wij u dat geschreven, en
7 2, 21| oorlogen, die wij gehad hebben tegen Antiochus Epifanes,
8 2, 22| zich mannelijk gekweten hebben, zodat zij weinigen zijnde
9 2, 22| het ganse land afgelopen hebben, en menigte der barbaren
10 2, 22| en menigte der barbaren hebben vervolgd;~
11 2, 26| 26 Hebben getracht om degenen, die
12 2, 27| voor ons, die de moeite hebben genomen om dit kort begrip
13 3, 12| aan degenen, die vertrouwd hebben op de heiligheid der plaats,
14 3, 25| een gouden harnas aan te hebben.~
15 3, 31| van Heliodorus' vrienden hebben in haast Onias gebeden,
16 4, 16| tot vijanden en straffers hebben gekregen, wier leidingen
17 4, 36| de plaatsen van Cilicië, hebben hem de Joden, die in de
18 4, 42| 42 Om deze oorzaak hebben zij velen van hen gewond,
19 4, 42| ook terneder geworpen, en hebben hen allen op de vlucht gedreven;
20 4, 48| 48 Zo hebben dan haastelijk een onrechtvaardige
21 4, 49| zeer treffelijk besteld hebben hetgeen tot hun begrafenis
22 5, 27| bleven daar, om geen deel te hebben aan de ontreiniging.~ ~
23 7, 13| ook deze overleden was, hebben zij desgelijks de vierde
24 7, 18| tegen onze God gezondigd hebben; want daar zijn aan ons
25 8, 20| achtduizend honderdtwintigduizend hebben omgebracht door de hulp
26 8, 33| hielden over de overwinning, hebben zij Callisthenes, die de
27 10, 1 | Makkabeüs, en die met hem waren, hebben, daar de Here hen geleidde,
28 10, 2 | 2 En hebben de altaren, die door de
29 10, 3 | tempel hadden gereinigd, hebben zij een ander altaar gemaakt,
30 10, 3 | daaruit hadden ontvangen, hebben zij offerande geofferd,
31 10, 3 | tijd van twee jaren; en hebben het reukwerk, en de lampen,
32 10, 35| begon aan te lichten, zo hebben enige jongelingen, die met
33 10, 56| antwoorden overgegeven hadden, hebben verzocht dat wij zouden
34 10, 64| het, dat wij goedgevonden hebben dat dit volk ook buiten
35 10, 73| 34 De Romeinen hebben ook een zendbrief aan hen
36 11, 4 | zij in zee gevaren waren, hebben die van Joppe hen in de
37 11, 18| zonder iets uitgericht te hebben, vertrokken zijnde, heeft
38 11, 24| anderszins op die geen acht zou hebben.~
39 11, 25| enige hinder leveren zou, zo hebben zij hem losgelaten, om de
40 11, 28| vijanden macht verbreekt, hebben de stad ingenomen en onderdanig
41 11, 38| zevende dag hun overkwam, hebben zij, naar gewoonte geheiligd
42 11, 41| 41 Zo hebben zij dan allen de Here, de
43 13, 3 | geen toegang meer zou mogen hebben tot het heilig altaar,~
44 13, 11| dingen door hem gezegd waren, hebben de andere vrienden van de
45 13, 22| schelmstuk zou geschieden; en zo hebben zij een gevoegelijke samenspreking
46 13, 40| als hij hem zou gevangen hebben, dat hij de Joden daarmede
47 14, 3 | hemel was, die geboden zou hebben, dat men de, dag van de
48 14, 14| antwoordende, zou gezegd hebben: Dit is Jeremia, de profeet
49 14, 38| stad in hun macht gehad hebben, zo zal ik ook hier mijn
|