Chapter, Verse
1 1, 9 | 9 Houdt dan gij nu de dagen der Loofhutten
2 1, 18| 18 Wij dan op de vijfentwintigste van
3 2, 8 | 8 En dat de Here dan deze dingen zou tonen, en
4 2, 16| 16 Dewijl wij dan zullen houden het feest
5 2, 16| geschreven, en gij zult dan wel doen, dat gij deze dagen
6 2, 29| 29 Latende dan de schrijver de bredere
7 2, 33| 33 Laat ons dan van hier ons verhaal beginnen,
8 2, 33| overvloedig in woorden zou zijn dan de geschiedenis zelf.~ ~
9 3, 7 | 7 Apollonius dan, komende bij de koning,
10 3, 9 | 9 Hij dan gekomen zijnde te Jeruzalem,
11 3, 22| 22 Dezen dan riepen tot de Here Almachtig,
12 4, 24| zilver meer daarvoor gevende dan Jason.~
13 4, 31| 31 Zo is dan de koning in grote haast
14 4, 46| 46 Ptolomeüs dan hetzelve ontvangen hebbende,
15 4, 48| 48 Zo hebben dan haastelijk een onrechtvaardige
16 5, 5 | verwisseld had, Jason niet minder dan duizend mannen vergaderd
17 5, 8 | 8 Ten laatste dan kreeg hij zijn loon bij
18 5, 14| werden niet minder verkocht dan er gedood waren.~
19 5, 21| 21 Antiochus dan, hebbende uit de tempel
20 5, 22| was, en veel barbaarser dan degene, die hem gesteld
21 5, 23| Menelaüs, die veel erger dan de anderen zich verhief
22 6, 12| 12 Ik bid dan degenen, die dit boek zullen
23 6, 19| hebbende een dood met ere, dan het leven met haat, kwam
24 7, 2 | bereid liever te sterven, dan de wetten onzer vaderen
25 7, 39| veel kwalijker bejegend dan de anderen.~
26 7, 40| 40 En deze is dan zo rein gestorven, geheel
27 7, 42| 42 En dit zij dan dusverre verklaard aangaande
28 8, 9 | stellende onder hem niet minder dan twintigduizend man uit allerlei
29 9, 11| 11 Hier begon hij dan, zo verwond zijnde, van
30 9, 26| 26 Zo vermaan ik u dan, en verzoek, dat gij gedachtig
31 9, 28| 28 Zo heeft dan deze mensenmoorder en godslasteraar,
32 10, 17| en brachten niet minder dan twintigduizend man om.~
33 10, 18| 18 En als er niet minder dan negenduizend gevlucht waren
34 10, 23| die twee sterkten om meer dan twintigduizend mensen.~
35 10, 57| 18 Zo heb ik dan al hetgeen, dat aan de koning
36 10, 65| 26 Gij zult dan weldoen, dat gij tot ben
37 10, 69| 30 Degenen dan, die tot ons afgekomen zijn
38 11, 4 | verdronken, zijnde niet minder dan tweehonderd.~
39 11, 10| sterk zijnde niet minder dan vijfduizend te voet, en
40 11, 19| waren in de sterkte, meer dan tienduizend man.~
41 11, 41| 41 Zo hebben zij dan allen de Here, de rechtvaardige
42 12, 14| 14 Hij dan, de zorg bevolen hebbende
43 13, 36| 36 Nu dan, o gij heilige Here aller
44 13, 42| liever kloekmoedig sterven, dan vallen in de handen van
45 14, 17| 17 Zij dan vermaand zijnde door deze
46 14, 27| biddende, sloegen niet minder dan vijfendertigduizend man,
47 14, 38| 38 Dewijl dan de zaken van Nicanor aldus
48 14, 40| oren der lezers. En dit zij dan het einde.~ ~
|