Chapter, Verse
1 1, 10| koning Ptolomeüs, zijnde uit het geslacht der gezalfde
2 1, 11| 11 Uit grote gevaren door God verlost
3 2, 19| 19 Want hij heeft ons uit grote ellenden verlost en
4 3, 3 | Seleucus, koning van Azië uit zijn eigen inkomsten al
5 3, 4 | 4 En een zekere Simon, uit de stam van Benjamin, die
6 3, 18| En deze liepen met hopen uit de huizen naar het gemeen
7 3, 19| sommigen zagen naar beneden uit de vensters,~
8 3, 34| 34 En gij, uit de hemel gegeseld zijnde,
9 4, 8 | en nog tachtig talenten uit een ander inkomen.~
10 4, 34| hem bewogen, dat hij zich uit de vrije plaats begaf, en
11 4, 41| stokken, en sommigen ook uit het slijk dat daar was,
12 5, 9 | 9 En hij, die velen uit hun vaderland in ballingschap
13 5, 11| wilde afvallen; waarom hij uit Egypte trok, vergrimd in
14 5, 21| Antiochus dan, hebbende uit de tempel duizendenachthonderd
15 7, 5 | pan braden; en als de damp uit de pan zich zeer verspreidde,
16 7, 10| eisten, stak hij die terstond uit, en hij strekte zijn handen
17 7, 10| zijn handen zeer vrijmoedig uit;~
18 7, 11| Dit alles heb ik van God uit de hemel verkregen, en dit
19 7, 28| erkennen dat God deze dingen uit niet gemaakt heeft, en dat
20 8, 9 | minder dan twintigduizend man uit allerlei natiën, om het
21 8, 9 | om het ganse Joodse volk uit te roeien; en heeft hem
22 8, 10| zijnde tweeduizend talenten, uit de gevangen Joden te vervullen.~
23 8, 28| na de Sabbat deelden zij uit aan de kranken, de weduwen,
24 8, 36| de schatting te betalen uit de gevangenen, die hij te
25 9, 1 | Antiochus met schande wederkwam uit de plaatsen van omtrent
26 9, 4 | volbrengen; het oordeel uit de hemel hem reeds persende.
27 9, 9 | 9 Zodat ook uit het lichaam van deze goddeloze
28 9, 14| komen, om ze ten gronde uit te roeien, en tot een grafplaats
29 9, 16| zou weergeven, en dat hij uit zijn eigen inkomsten de
30 9, 22| 22 Wederkomende uit de plaatsen van Perzië,
31 10, 3 | altaar gemaakt, en als zij uit stenen vuur hadden geslagen,
32 10, 15| genomen hebbende degenen, die uit Jeruzalem gebannen waren,
33 10, 29| strijd was, zijn de vijanden uit de hemel verschenen vijf
34 10, 34| wierpen gruwelijke woorden uit.~
35 10, 49| in slagorde, hebbende een uit de hemel, die hen zou helpen
36 11, 33| 33 En trokken uit met drieduizend te voet,
37 11, 43| voorraad gemaakt hebbende uit een hoofdschatting, van
38 13, 5 | hebbende om zijn dwaasheden uit te voeren, geroepen zijnde
39 13, 14| heidenen, die voor Judas uit Judea waren gevlucht, vermengden
40 13, 30| dat deze strengheid niet uit de beste oorzaak voortkwam,
41 13, 46| trok hij zijn ingewanden uit, en die met beide handen
42 14, 2 | En als de Joden, die hem uit nooddwang volgden, tot hem
43 14, 9 | En hen getroost hebbende uit de wet en de profeten, en
44 14, 28| 28 En als zij uit deze nood gered waren, en
45 14, 35| hing het hoofd van Nicanor uit de burcht, om voor allen
|