Chapter, Verse
1 1, 14| vrienden met hem, in die plaats gekomen waren, opdat hij
2 1, 19| daarin verzekerd, zodat die plaats allen onbekend was.~
3 1, 29| volk in deze uw heilige plaats, gelijk Mozes gesproken
4 1, 33| geboodschapt, dat in de plaats, waar de weggevoerde priesters
5 1, 34| kennende deze zaak, heeft die plaats omheind en heilig gemaakt.~
6 2, 7 | bestraffende gezegd heeft, dat die plaats onbekend zou zijn, en dat
7 2, 8 | Salomo gebeden heeft dat deze plaats grotelijks zou worden geheiligd.~
8 2, 18| bijeenbrengen in deze heilige plaats.~
9 2, 19| ellenden verlost en heeft deze plaats gereinigd.~
10 3, 2 | ook zelfs de koningen deze plaats eerden, en de tempel met
11 3, 12| hebben op de heiligheid der plaats, en op de eerwaardigheid
12 3, 18| gemeen gebed, omdat deze plaats in verachting zou komen.~
13 3, 30| Here, dat hij deze zijn plaats verheerlijkt had, en de
14 3, 38| omdat in der waarheid in die plaats een kracht Gods is.~
15 3, 39| opziener en helper van die plaats, en hij slaat en verderft
16 4, 29| en Sostrates liet in zijn plaats Crates, de overste over
17 4, 31| stillen, latende in zijn plaats tot een voorzorger Andronicus,
18 4, 33| vertrokken was in een vrije plaats, te Dafne, gelegen bij Antiochië.~
19 4, 34| dat hij zich uit de vrije plaats begaf, en hij heeft hem
20 4, 38| omgevoerd hebbende tot de plaats, waar hij de goddeloosheid
21 5, 16| heerlijkheid en eer der plaats geschonken was, met zijn
22 5, 17| geweest, en dat hij daarom de plaats niet aanzag.~
23 5, 19| heeft het volk niet om de plaats, maar de plaats om het volk
24 5, 19| niet om de plaats, maar de plaats om het volk uitverkoren.~
25 5, 20| 20 En daarom is dezelfde plaats, die deelachtig was geworden
26 6, 2 | gelijk degenen, die in die plaats woonden, begeerden), de
27 8, 13| gevloden, en verlieten de plaats.~
28 8, 16| hadden tegen de heilige plaats;~
29 9, 23| verklaarde wie in zijn plaats zou komen;~
30 10, 7 | had gegeven, dat deze zijn plaats zou gereinigd worden.~
31 10, 17| met geweld aantastende, de plaats vermeesterden, en verdreven
32 10, 34| vertrouwende op de vastigheid der plaats, lasterden bovenmate zeer,
33 10, 44| Bethsura, zijnde een vaste plaats, gelegen van Jeruzalem omtrent
34 11, 7 | 7 En als de plaats ingesloten was, zo vertrok
35 11, 18| bezetting gelaten in zekere plaats, die zeer sterk was.~
36 11, 21| en al de bagage naar een plaats genaamd Karnion, want deze
37 11, 21| genaamd Karnion, want deze plaats was moeilijk te belegeren
38 12, 4 | gebruikelijk was in die plaats.~
39 12, 5 | 5 Daar was in die plaats een toren, vijftig ellen
40 12, 23| tempel, en betoonde aan de plaats grote eer.~
41 13, 21| bijzonder zouden komen op een plaats, en van beide zijden werd
42 13, 26| verordineerd dat hij in zijn plaats zal komen.~
43 13, 44| achterwaarts wijkende en plaats makende, kwam hij in het
44 14, 20| beesten op een geschikte plaats waren besteld, en de ruiterij
45 14, 34| moet hij zijn, die zijn plaats onbesmet heeft bewaard.~
|