Chapter, Verse
1 2, 30| sieraad nodig is, zo acht ik dat wij ook moeten doen.~
2 6, 12| 12 Ik bid dan degenen, die dit
3 6, 25| zouden verleid worden; en ik zo een vloek en een schandvlek
4 6, 26| 26 Want indien ik voor het tegenwoordige zou
5 6, 26| straf der mensen, zo zou ik nochtans niet ontvlieden,
6 6, 27| 27 Waarom ik nu het leven moedig verwisselende
7 6, 27| verwisselende met de dood, zo zal ik schijnen deze ouderdom waardig
8 6, 30| wetenschap heeft, is bekend dat ik, kunnende van de dood bevrijd
9 6, 30| gegeseld zijnde, en dat ik naar de ziel dit gewillig
10 7, 11| kloekmoedig: Dit alles heb ik van God uit de hemel verkregen,
11 7, 11| verkregen, en dit veracht ik om zijn wetten, en ik hoop
12 7, 11| veracht ik om zijn wetten, en ik hoop dat ik dit van hem
13 7, 11| zijn wetten, en ik hoop dat ik dit van hem zal wederkrijgen.~
14 7, 22| 22 Zeggende tot hen: Ik weet niet hoe gij in mijn
15 7, 22| voortgebracht, noch heb ik u de geest en het leven
16 7, 22| leven gegeven, noch heb ik de eerste beginselen, waaruit
17 7, 28| 28 Ik bid u, mijn kind, dat gij
18 7, 29| en ontvang de dood, opdat ik in barmhartigheid u weder
19 7, 30| jongeling: Wat verwacht gij nog? Ik zal des konings gebod niet
20 7, 30| niet gehoorzaam zijn, maar ik zal gehoorzaam zijn het
21 7, 37| 37 En ik, gelijk als mijn broeders,
22 9, 4 | sprak in hovaardigheid: Ik zal Jeruzalem maken tot
23 9, 4 | begraafplaats der Joden, als ik daar zal gekomen zijn.~
24 9, 21| mijn hoop hebbende, gedenk ik goedertieren aan uw eer
25 9, 22| haar zwarigheid heeft, heb ik nodig geacht zorg te dragen
26 9, 22| grote hoop hebbende dat ik deze krankheid zal ontvlieden.~
27 9, 25| hetgeen gebeuren zal, zo heb ik tot koning verklaard mijn
28 9, 25| mijn zoon Antiochus, die ik, dikwijls in de bovenprovinciën
29 9, 25| vertrouwd en bevolen heb, en ik heb aan hem geschreven hetgeen
30 9, 26| 26 Zo vermaan ik u dan, en verzoek, dat gij
31 9, 27| 27 Want ik ben verzekerd, dat hij,
32 10, 57| 18 Zo heb ik dan al hetgeen, dat aan
33 10, 58| goedgunstigheid tot onze zaken, zo zal ik ook voortaan trachten om
34 10, 59| dingen in het bijzonder heb ik last gegeven zo aan deze,
35 10, 71| 32 Ik heb ook Menelaüs aan u gezonden,
36 13, 7 | 7 Waarom ik, beroofd zijnde van de heerlijkheid
37 13, 8 | 8 Eerstelijk omdat ik het oprecht meen met de
38 13, 8 | aangaan, en ten tweede opdat ik mijn eigen burgers een dienst
39 13, 33| gevangen overlevert, zo zal ik deze tempel Gods tot een
40 13, 33| tot een vlak veld maken en ik zal het altaar ondergraven,
41 14, 5 | 5 En de ander zeide: Ik ben ook een machtig prins
42 14, 38| macht gehad hebben, zo zal ik ook hier mijn rede afbreken.~
43 14, 39| 39 En indien ik dit wel, en gelijk het in
44 14, 39| wil geweest; maar indien ik het slecht en onvolledig
45 14, 39| gedaan, dat is hetgeen dat ik heb kunnen doen.~
|