Chapter, Verse
1 1, 12| degenen, die in de heilige stad ons bestreden, van ons uitgedreven.~
2 2, 23| door hen gebouwd is, en de stad in vrijheid gesteld; en
3 3, 1 | 1 Als de heilige stad in alle vrede bewoond werd,
4 3, 4 | ongerechtigheid, die in de stad gepleegd werd.~
5 3, 9 | door de hogepriester der stad ontvangen zijnde, heeft
6 3, 14| benauwdheid in de gehele stad.~
7 4, 2 | durfde zeggen van hem, die de stad veel goeds gedaan had, en
8 4, 22| heerlijk door Jason en de ganse stad ontvangen, en met toortsen
9 4, 36| hem de Joden, die in de stad waren, aangesproken, gelijk
10 4, 38| verscheurd en hem door de ganse stad omgevoerd hebbende tot de
11 4, 39| vele kerkroverijen in de stad geschiedden, met raad van
12 4, 48| geleden degenen, die voor de stad, en het volk, en voor de
13 5, 2 | gebeurde dat door de gehele stad, bijna veertig dagen lang
14 5, 5 | terstond een inval gedaan in de stad; en als zij op de muren
15 5, 5 | gedreven waren, en eindelijk de stad ingenomen was, zo vlood
16 5, 8 | hij vluchtte van de ene stad in de andere, door allen
17 5, 11| zijn gemoed, en heeft de stad met wapenen ingenomen.~
18 5, 17| wil dergenen, die in de stad woonden, de Here een kleine
19 5, 26| laten doorsteken, en door de stad met wapenen lopende, heeft
20 6, 10| gehangen hebbende, door de stad openlijk omvoerden, en van
21 8, 3 | zich erbarmen wilde over de stad die nu verdorven was, en
22 8, 17| de mishandeling tegen de stad, die door hen bespot was;
23 9, 2 | als hij was ingegaan in de stad genaamd Persepolis en gewaagde
24 9, 2 | heilige te beroven, en de stad te bezetten, zo is het volk
25 9, 14| 14 Dat hij de heilige stad, tot welke bij haastte te
26 10, 1 | geleidde, de tempel en de stad wedergekregen.~
27 10, 27| wapenen, en trokken ver van de stad, en als zij de vijanden
28 10, 37| ingelaten hebbende, namen de stad in, en zij sloegen Timotheüs,
29 10, 41| voorgenomen hebbende de stad te maken tot een woonplaats
30 11, 4 | het algemeen besluit der stad, dit aannamen, als die in
31 11, 13| te slaan tegen een sterke stad, die met muren omsingeld
32 11, 16| 16 En de stad door Gods wil ingenomen
33 11, 27| gebracht voor Efron, een sterke stad, waarin een grote menigte
34 11, 28| macht verbreekt, hebben de stad ingenomen en onderdanig
35 11, 29| begaven zij zich naar de stad Scythopolis, gelegen van
36 11, 38| vergaderd hebbende, kwam in de stad Odollam; en daar de zevende
37 12, 13| zou invallen, en zij de stad zouden bemachtigen, dat
38 12, 14| voor de wetten, tempel, stad, vaderland en regering sloeg
39 13, 37| Jeruzalem, een man die de stad en burgers liefhad, en die
40 14, 14| volk en voor de heilige stad;~
41 14, 17| uiterste te wagen, daar de stad, en het heiligdom, en de
42 14, 19| 19 En degenen, die in de stad gelaten waren, hadden geen
43 14, 38| tijden af de Hebreeën de stad in hun macht gehad hebben,
|