Chapter, Verse
1 1, 13| wezen, zijn geslagen in de tempel van Nanea, door de bedriegelijke
2 1, 15| tempels, zo sloten zij de tempel toe.~
3 1, 18| Chasleu de reiniging van de tempel zullende houden, hebben
4 1, 18| vuur wanneer Nehemia de tempel van het altaar gebouwd hebbende,
5 2, 9 | inwijding en heiliging van de tempel.~
6 2, 20| de reiniging van de grote tempel, en de inwijding des altaars;~
7 2, 23| 23 En dat de tempel, die door de gehele bewoonde
8 3, 2 | deze plaats eerden, en de tempel met voortreffelijke gaven
9 3, 4 | die tot een overste van de tempel was gesteld, streed tegen
10 3, 12| eerwaardigheid en vrijdom van de tempel, die door de gehele wereld
11 3, 30| verheerlijkt had, en de tempel, die een weinig tevoren
12 4, 14| bij het altaar, maar de tempel verachtende, en de offeranden
13 4, 32| enige gouden vaten van de tempel genomen, en die geschonken
14 5, 15| gaan in de allerheiligste tempel van de ganse aardbodem,
15 5, 21| Antiochus dan, hebbende uit de tempel duizendenachthonderd talenten
16 6, 2 | 2 En ook om de tempel te Jeruzalem te ontreinigen,
17 6, 2 | ontreinigen, en deze te noemen de tempel van Jupiter Olympius, en
18 6, 2 | Jupiter Olympius, en de tempel) te Garizin te noemen, (
19 6, 2 | woonden, begeerden), de tempel van Jupiter Xenius.~
20 6, 4 | 4 Want de tempel werd vervuld met overdadigheid,
21 8, 2 | wilde ontfermen over de tempel, die door de goddeloze mensen
22 9, 16| 16 En dat hij de heilige tempel, die hij tevoren beroofd
23 10, 1 | de Here hen geleidde, de tempel en de stad wedergekregen.~
24 10, 2 | waren, en bovendien ook de tempel der afgoden weggenomen.~
25 10, 3 | 3 En als zij de tempel hadden gereinigd, hebben
26 10, 5 | gebeurde op dezelfde dag dat de tempel door de vreemde heidenen
27 10, 5 | geweest de reiniging van de tempel geschiedde, namelijk op
28 10, 42| 3 En de tempel tot geldgewin te gebruiken,
29 10, 64| en bevelen, dat hun de tempel zal worden wedergegeven,
30 12, 10| vaderland, en van de heilige tempel te verliezen;~
31 12, 14| strijden voor de wetten, tempel, stad, vaderland en regering
32 12, 23| offeranden, en vereerde de tempel, en betoonde aan de plaats
33 13, 4 | takken, die men meende van de tempel te zijn, en hield zich stil
34 13, 13| hogepriester van de grootste tempel.~
35 13, 31| de grootste en heiligste tempel, als de priesters de behoorlijke
36 13, 32| hand uitstrekkende naar de tempel, dit gezworen:~
37 13, 33| overlevert, zo zal ik deze tempel Gods tot een vlak veld maken
38 13, 33| bouwen een doorluchtige tempel ter ere van Bacchus.~
39 13, 35| gij hebt gewild dat de tempel uwer woning bij ons zou
40 14, 17| en het heiligdom, en de tempel in gevaar waren.~
41 14, 18| vrees was voor de geheiligde tempel.~
42 14, 33| zijn dwaasheid tegenover de tempel zou ophangen.~
|