Chapter, Verse
1 1, 15| gekomen was in de omgang des tempels, zo sloten zij de
2 1, 16| openden een geheime deur des gewelfs, en werpende met
3 2, 2 | zouden vergeten de geboden des Heren, en dat zij niet zouden
4 2, 8 | tonen, en de heerlijkheid des Heren, en de wolk gezien
5 2, 20| tempel, en de inwijding des altaars;~
6 3, 1 | best werden onderhouden, om des hogepriesters Onias' godzaligheid
7 3, 8 | inderdaad om het voornemen des konings te volbrengen.~
8 3, 13| dat dit geld immers in des konings schatkamer moest
9 3, 16| 16 En wie des hogepriesters aangezicht
10 3, 32| bedreven ware, heeft voor des mans gezondheid offerande
11 4, 2 | dat hij zich met de zaken des rijks listig bemoeide.~
12 4, 6 | onmogelijk was, dat zonder des konings voorzorg de zaken
13 4, 23| jaren zond Jason Menelaüs, des voorgemelden Simons broeder,
14 4, 25| 25 En des konings bevelen ontvangen
15 4, 25| niets meebrengende dat des hogepriesterschaps waardig
16 4, 30| gegeven waren aan Antiochus, des konings bijwijf.~
17 4, 37| geneigd, heeft geschreid over des overledenen matigheid en
18 6, 7 | noodwendigheid gedwongen, om des konings geboortedag alle
19 6, 23| jaren en voortreffelijkheid des ouderdoms betaamde, en zijn
20 7, 9 | tot een eeuwige opstanding des levens weder opwekken.~
21 7, 23| wereld, die de geboorte des mensen toebereidt, en aller
22 7, 30| verwacht gij nog? Ik zal des konings gebod niet gehoorzaam
23 7, 35| niet ontvloden het oordeel des almachtigen Gods, die op
24 7, 38| broeders ophoude de toom des Almachtigen, die op al ons
25 8, 8 | Fenicië, dat hij de zaak des konings zou te hulp komen.~
26 8, 35| minste waren, door de hulp des Heren, legde zijn heerlijke
27 9, 10| weinig tevoren de sterren des hemels scheen te raken,
28 10, 21| vergaderde hij de oversten des volks, en beschuldigde hen,
29 10, 40| weinig tijds daarna, Lysias, des konings hofmeester en bloedverwant,
30 10, 40| bloedverwant, en die over de zaken des konings gesteld was, zich
31 10, 74| Hetgeen Lysias, de bloedvriend des konings, u toegestaan heeft,
32 11, 9 | overviel hij die van Jamnia des nachts, en verbrandde hun
33 12, 13| wagen, steunende op de hulp des Heren.~
34 12, 15| jongelingen bij nacht, bij het hof des konings, aangevallen op
35 12, 17| aanlichtte, door de bescherming des Heren, die hem hielp.~
36 12, 26| En zo is het gegaan met des konings aankomst en vertrek.~ ~
37 13, 26| ziende de goedwilligheid des enen tegen de ander, en
38 13, 26| vijandig waren aan de zaken des konings; want, zeide hij,
39 14, 5 | de wapenen te nemen, en des konings diensten te volbrengen.
40 14, 35| openbaar teken van de hulp des Heren.~
41 14, 37| Syrische taal, zouden vieren, des daags voor de feestdag van
|