Chapter, Verse
1 1, 23| priesters een gebed, en al het volk, Jonathan beginnende, en
2 1, 26| deze offerande voor al uw volk Israël, en bewaar uw deel,
3 1, 29| 29 Plant uw volk in deze uw heilige plaats,
4 2, 17| 17 En God, die al zijn volk heeft behouden, en allen
5 4, 2 | gedaan had, en die voor zijn volk grote zorg droeg, en ijverig
6 4, 10| heeft hij terstond zijn volk gebracht tot de wijze der
7 4, 48| die voor de stad, en het volk, en voor de heilige vaten
8 5, 19| 19 Maar de Here heeft het volk niet om de plaats, maar
9 5, 19| plaats, maar de plaats om het volk uitverkoren.~
10 5, 20| ongelukken, die over dit volk gekomen waren, daarna ook
11 5, 20| de weldadigheden, en het volk dat door de almachtige toorn
12 5, 22| oversten daar gelaten, om het volk te kwellen: Filippus te
13 6, 3 | van deze boosheid was het volk bezwaarlijk en moeilijk.~
14 6, 16| van ons weg, en zijn eigen volk met tegenspoed kastijdende,
15 6, 31| ook het merendeel van zijn volk, tot een voorbeeld van kloekmoedigheid,
16 7, 37| aanroepende God, dat Hij haast ons volk wil genadig zijn, en dat
17 8, 2 | hij zou willen zien op het volk dat van alle kanten overlast
18 8, 9 | natiën, om het ganse Joodse volk uit te roeien; en heeft
19 9, 2 | stad te bezetten, zo is het volk te wapen gelopen en brachten
20 10, 8 | toestemming voor het ganse volk der Joden, dat deze dagen
21 10, 55| Lysias wenst het Joodse volk voorspoed.~
22 10, 64| goedgevonden hebben dat dit volk ook buiten de beroerte zal
23 10, 66| de koning aan het Joodse volk was dusdanig: De koning
24 10, 73| Romeinen, wensen het Joodse volk voorspoed.~
25 11, 13| was, en die van allerlei volk, ondereen gemengd, bewoond
26 11, 22| dikwijls door hun eigen volk gekwetst, en door de scherpte
27 11, 27| grote menigte van allerlei volk woonde; de dappere jongelingen,
28 11, 31| dat zij ook voortaan hun volk goedgunstig zouden zijn,
29 12, 10| dit vernemende, gebood het volk, dat zij dag en nacht de
30 12, 11| 11 En dat hij het volk, dat nu een weinig adem
31 12, 15| 15 En zijn volk tot leus gegeven hebbende:
32 13, 15| die tot in eeuwigheid zijn volk had bevestigd, en die altijd
33 13, 34| een voorvechter van ons volk, dit zeggende:~
34 14, 14| en die veel bidt voor het volk en voor de heilige stad;~
35 14, 24| gekomen zijn tegen uw heilig volk. En met deze woorden heeft
36 14, 30| goedgunstigheid jegens zijn eigen volk altijd bewaard had, heeft
37 14, 31| tezamen geroepen had zijn volk, en de priesters, staande
|